Stel, je wilt een brilletje….

Kijk, en dan ga je met een vriendin mee naar een hippe optiekzaak in Hillegersberg. Je hebt al besloten dat je liever geen bril koopt bij een goedkope keten omdat je best regelmatig hebt gehoord dat het daar niet altijd goed gaat met de glazen. En de vriendin heeft gezien dat ze daar leuke brillen hebben.

Dus je maakt er een leuk dagje van, want de Bergse Dorpsstraat is jeugdsentiment omdat je daar vlakbij op school zat. Dus je spreekt af bij café Lebbink. Daar kwam je nooit want je hoorde tot de braveriken die naar Plaswijck gingen. Maar er blijken wel drie optiekzaken te zijn dus je gaat ze allemaal langs. En laten ze nou overal best leuke brillen hebben. Mooi dat je vriendin dan even fotootjes kan maken zodat je er nog even over na kunt denken. Eind van de middag heb je dan 12 opties. Dat is best veel maar je vertrouwt erop dat het wel goed komt.

Het is wikken en wegen. Thuisgekomen zet je de fotootjes op facebook, het is immers facebook he, dat gaat om faces. Na een dagje weet je het; het wordt de ronde Pradabril. Hoeveel kost hij eigenlijk? Je zoomt in bij de foto en moet even slikken. Heel klein zie je het prijskaartje maar de prijs is duidelijk; geen goedkoop brilletje.

Maar ja, het is wel je gezicht he, daar moet je wat voor over hebben. En dan komen er nog de glaasjes bij. Van ca 400 Euro per stuk…

En dan ga je even googlen en dan zie je ineens dat de bril bijna 100 Euro goedkoper is als je hem via internet bestelt. Dus dan krab je je even achter de oren. Maar ja, zo maak je de winkels wel kapot he, want je hebt toevallig wel in een winkel deze bril gezien en ze hebben tijd voor je vrijgemaakt en je hebt koffie gekregen. Dus eigenlijk kan je dat niet maken. Ook niet als je alleen het montuur bestelt en dan de glazen bij de opticien koopt.

En eigenlijk heb je ook nog een beetje berouw dat je niet meteen naar je eigen opticien bent gegaan. Dus eigenlijk zit je een beetje te miezemuizen over wat nu te doen. In elk geval ben je blij dat je de keuze van een montuur éérst hebt gedaan, en dan je ogen laat meten. Dan besluit je je eigen opticien te bellen zodat hij je glazen kan leveren voor de bril die je dan in Hillegersberg kan gaan kopen. Zo verdienen ze allebei wat, zonder dat je naar internetwinkels gaat. “Dat is fair” denk je nog.

Dus je belt met de opticiën en die zegt dat hij het wel begrijpt als je zegt dat je ‘toevallig’ tegen een bril aanliep. En dat je die middag nog terecht kan voor een meting. Dan heb je het even over de internetwinkel en je laat hem de advertentie zien. “Dat is een hele grote en het gaat niet zelden fout,” zegt hij en dan zegt hij dat hij die bril ook wel kan bestellen. En dat is nog niet alles; je kunt hem voor de helft van de prijs krijgen omdat er een verbouwingskorting geldt! Je ogen worden gemeten en er komt iets sterkte bij. Tevreden loop je de winkel uit. Komt het toch nog goed. Een bril via je eigen opticien en toch niet via internet. Én voor de helft van de prijs. Je viert het met een dikke capuccino.

Thuisgekomen ga je weer lekker door met schilderen;  eindelijk weer een puntje van je actiepuntenlijstje af.

En dan gaat de telefoon. De opticien. Die vertelt dat de bril niet meer te bestellen is. “Jammer” zeg je,  “Ja, jammer” zegt de opticiën.

En dan schenk je koffie in. En dan besef je dat je het montuur dus toch in Rotterdam moet gaan ophalen. En daar heb je dan helemaal geen zin in en dan baal je echt.

En dan lig je ’s nachts nog lang na te denken. En dan ga je de volgende morgen nog eens kijken op internet. En dan zie je dat die bril ook bij een andere internetwinkel te koop is. Voor heel weinig. Met enkelvoudige glazen gratis erbij. En dat is een winkel met een adres en een telefoonnummer en die zitten ook in Brussel en er zit een mevrouw bij de klantenservice zeggen ze en die heet carolien. En dan bedenk je dat je toch dat montuur daar maar gaat bestellen.  En dan bestel je gewoon enkelvoudige glazen voor veraf erbij. Je moet wel de pupilafstand doorgeven maar dat kunnen ze afleiden aan een foto met een creditcard voor je hoofd. Maar daar trap je niet in denk je dat, dus je doet het niet met een creditcard maar met een intratuincard met dezelfde maat.  Dan heb je voor 100 Euro minder een bril waar je dan altijd nog varifocale glazen in kan laten zetten. 100 euro minder dan dus alleen het montuur zonder glazen bij de optiek in Hillegersberg…

En dan ben je toch wel tevreden met jezelf, vanwege je slimme zet en je oplettendheid met betrekking tot de creditcard, hoewel er nog wel wat aan je geweten knaagt, want je doet nu toch iets via internet. Maar uiteindelijk heb je een keuze gemaakt en dat voelt goed.

Voldaan drink je nog een bakkie koffie en dan, dan doe je iets wat je eigenlijk niet zou moeten doen. Dan google je even op de naam van de internetwinkel. En dan zie je ineens allemaal hele nare reacties, waar vaak het woord ‘oplichterij’ in voorkomt.

Dan ga je maar even de hond uit laten. Want dan weet je het niet meer…. En dan kom je thuis en ziet in je email de bevestiging van de bestelling. Waar dan ook bij staat dat je binnen 7 dagen van de overeenkomst af kunt zien als je een mailtje stuurt naar een bepaald emailadres. Tenzij er erg persoonlijke glazen zijn gefabriceerd. Maar je bedenkt dat dat niet zo zal zijn want jouw sterktes zijn erg gewoon.

En dan stuur je maar een emailtje met de mededeling dat je van de koop afziet. En dat je je centjes terug wilt.

En dan ga je heel hard zitten duimen en dan neem je je voor even niets meer te doen met brilletjes… En dat je eerst moed gaat verzamelen….

 

 

 

 

Advertenties

Focus

Het tart alle wetten van doelmatigheid; met meerdere dingen tegelijk bezig zijn. Gebrainwashed ben ik. Want ik zou moeten focussen. Me storten op één ding. Alleen dán bereik je doelen. Kom je verder.

Maar dat is niet hoe het nu werkt in huize Musch. Terwijl ik op de grond met een latexrolletje achter de WC kruip. “Wat een @#$%-klus” denk ik. Of het ligt aan het weer, aan het voorjaar, of wat er in de afgelopen tijd is gebeurd weet ik niet, maar het lijkt alsof het er allemaal niet toe doet. “Waar ben ik mee bezig” denk ik, terwijl de zuinig bewaarde afplaktape voor de 13e keer afscheurt  op een plek waar dat niet moet.

“Ik zoek wel weer echt werk” mompel ik. En in gedachten maak ik een afweging;  “Wat is erger; met de latexroller achter de wc liggen of ’s ochtends in de file op de A29.”…

De balans op de schaal van ellende lijkt door te slaan naar de latexroller en in wanhoop schenk ik nog maar eens koffie in.  Dan doe ik de deksel op de latexpot en denk: “morgen weer een dag”.

En dan denk ik terug aan het gesprek met Wim.

Wim, die ik al jaren ken,  had ik uitgenodigd voor koffie in de camper, ergens aan de waterkant in Rhenen. Mooi te combineren op de terugweg uit Almere, waar ik de spoelföhninstallatie had gebracht naar vrienden, van wie de man Parkinson heeft. Zo blij dat ik een bestemming voor het ding heb gevonden. En zo fijn elkaar weer eens te spreken. (En omdat ik toch in Almere was, ben ik meteen eens langsgeweest bij Petra en Jasper, een medeblogster met een ernstige spierziekte en een PGB (zie hier haar blog…). Wat leuk elkaar in levende lijven te ontmoeten. )

Ik wilde vooral afspreken met Wim omdat ik huiverig ben terug te keren in mijn vak. Waarom? Omdat ik overal van die opgeklopte lucht zie. Dikdoenerij en snel scoren ten koste van alles. En omdat ik daar slecht tegen kan. Ik wilde weten hoe hij daarmee om gaat, want Wim houdt ook niet van lucht. Dat weet ik omdat ik hem persoonlijk ken maar dat blijkt ook uit zijn blogs die ik al jaren lees. (www.wimaalbers.nl)

Tijdens de appelflap bespraken we de opties van mijn terugkeer naar de “echte” maatschappij. “Weet je, Wim, ik wil wel terug maar ik stel dan mijn eisen!”. “Geen korte termijn doelen, geen vinkjescultuur, respect voor medewerkers en een ‘acceptabele’ hoeveelheid lijken in de kast en geen heel kerkhof, “. Ik was aardig op dreef en at steeds gretiger mijn appelflap. Spits, die altijd reageert als er opgewonden wordt gesproken, lichtte zijn kop op en leek me vragend aan te kijken…

Wim schrijft  blogs die hout snijden; kort en to-the-point. En zo praat hij ook. Dus nadat ik me heftig had zitten opwinden, zei hij: “Je kunt het ook omdraaien”…. “Je kunt ook gewoon zeggen dat je alle opdrachten wilt aannemen die voldoen aan jouw standaarden en dat je zo-en-zo werkt… ”…. Tja, dat klinkt wel meteen heel anders.

“Ik kan ook voor mensen de PGB-administratie gaan doen”, zei ik tegen Wim. “Of terug in de zorg”.  “Oh ja, en ik ben bezig mijn huis op te knappen voor verhuur”.

Het klonk allemaal niet zo strak. En het klonk al helemaal niet als ‘focus’. Maar na een paar bakken koffie ontstond er toch iets. Rust.

Want ik hoef nog niet te kiezen. Ik kan nog wel even door op deze manier. En eigenlijk heb ik gewoon een plan. Ik heb eerst na het overlijden van Leo een camper gekocht. Ben gaan reizen. Heb daarna mijn huis opgeruimd. Ben nu mijn huis aan het opknappen. Wil mijn huis als het klaar is kortdurend gaan verhuren. Heb het daarom inmiddels op Airbnb gezet (zie deze advertentie op Airbnb). Heb inmiddels samen met zus Trudy en zwager Rob een camping gevonden om dit seizoen voor hen de caravan op te zetten (want die lekt niet!).

Het plan is dus om het huis verder op te knappen. De caravan in orde te maken en naar Stellendam te rijden. Dan te genieten met Trudy, Rob en Tamisha, zij in de caravan, ik in de camper, En dan, dan, als het allemaal een beetje loopt, ga ik weleens de bureau’s actief benaderen, website maken, en netwerken. Voor het vinden van een interimklus. Maar dat sluit niet uit dat ik voor iemand de PGB administratie doe, of in de zorg werk, terwijl ik mijn huisje af en toe verhuur, of… Waarom niet kijken of ik dingen kan combineren? Of niet! In elk geval stap voor stap. Waarbij de stappen niet in één rechte lijn hoeven te lopen.

En ondertussen geniet ik van uitstapjes met de camper, overnacht ik op opritten en bij kampeerbosjes. En bubbel ik in de sauna. Ga naar de film en ga een nieuwe bril uitzoeken.

Dat verven komt ook goed. Nu ik weer wat rust heb omdat ik weer even opgeschreven heb dat ik niet als een kip zonder kop bezig ben. En het verven wordt ook een stuk leuker als ik een van de hoorspelen van Peter van Bruggen op zet. Hij maakte jaaaren geleden het radioprogramma “Het Weeshuis van de Hits” en nog meer pareltjes. Met het overlijden van de baas van Ikea verleden week luisterde ik nog eens naar een uitzending van Peter over Ikea, het verschijnsel Woonboulevards, het ontstaan van Pasen (en Pasen en Woonboulevards hebben met elkaar te maken) en dat afgewisseld met aangename muziekjes. Eigenlijk….. kijk ik wel uit naar dat verven. Nou ja, bij wijze van spreken dan.

Eigenlijk is het heel simpel.

En eigenlijk is het een Dijk Van Een Plan. Maar soms moet ik het plan nog een keertje aan mezelf uitleggen. En niet vergeten dat een Plan niet altijd een einddoel is, maar dat het ook een wég kan zijn. Dat is helemaal niet SMART maar wel slim!

En er is maar één ding waar ik me op zou kunnen focussen, als het dan toch moet, namelijk de rust te vinden onderweg op die weg

ooohhhmmmmmm

 

 

Pacemaker

Ik ben nog steeds goed bezig. En het schiet ook al op. Maar ik hoor wel stemmen. Er is een ‘doe-weg’-stemmetje. En die is het vaak niet eens met het ‘zonde-zonde’-stemmetje. Zo zegt het doe-weg stemmetje dat ik de elastische tape voor de stoma van Leo weg moet doen. Maar het ‘zonde-zonde’ stemmetje zegt dat je daar hele goeie blarenpleisters van kan knippen. Want weet je wel hoe duur die Compeed pleisters zijn? Ik heb dus eergisteren een stukje ervan afgeknipt en die op mijn hiel geplakt, om te testen. Vandaag heb ik het van mijn hiel gehaald. Het is gewoon hetzelfde als compeed. Ik houd ze dus!

Zo heb ik ook ooit met een luchtslang van het ademondersteuningsapparaat van Leo de afvoer van de caravan aangesloten op de vijver, zodat ik de schoonwatertank kon verversen. Maar ja, ik heb nog 8 van die slangen en het ‘zonde-zonde’stemmetje is nog in conclaaf met het ‘doe-weg’-stemmetje.

Met de beenbandjes  van Leo heb ik de parasol bij elkaar gebonden. O zo handig met dat klitteband.

Ik heb ook nog wat brilletjes… In allerlei sterktes. Heb ze steeds bewaard want soms werd de leesbril ineens geschikt als verweg bril. Maar ik heb er nu wel een heleboel.

Wegdoen…. Het is een missie. Ik probeer ook slachtoffers te vinden aan wie ik dingen kan slijten zodat ik er een fijn gevoel bij krijg. Om ze gewoon ongevraagd dingen in de maag te splitsen. Mijn zus Janny, pedicure, krijgt een doos met splitgaasjes. Dat weet ze zelf nog niet maar ik sta erop dat ze die meeneemt. Hartstikke duur spul en steriel. Daar kan zij vast wel wat mee.

Ik heb ook de administratie rond het PGB en de WLZ op de zolder gezet. Samen met een aantal herinneringen van Leo. Ik kan het nog niet over mijn hart verkrijgen alles weg te doen, hoewel ze mij niets doen. Juist enige tijd geleden is ook de ex van Leo overleden, dus aan haar kan ik het ook niet meer geven….

Er is ongeveer een vierkante meter met spullen van Leo. Buiten de administratie van de Hollandsch Diep, die keurig is opgeborgen; elk jaar een wijndoos. Van de huiswijn van het schip; Four Seasons.

Als ik het zie, maakt het me ook triest. Is dit dan wat overblijft? Een vierkante meter met spulletjes? Maar dat denk ik niet lang. Het is slechts het materiële. Dat is het enige tastbare.

Ja, ik relativeer het allemaal wel. Maar het doet me tegelijkertijd erg beseffen dat het leven eindig is. Ik vind op die zolder ook nog een paar herinneringen aan mijn vader. En mijn moeder. Ik heb geen existentiële crisis maar ben nog nooit zo veel bezig geweest met de vraag wat ik eigenlijk wil in dit leven. En wat ik doe met mijn tijd. Enzo. Wat laat ik na… En wat doe ik nú? En is dat wat ik nú doe wat ik nalaat? enzovoorts.

Stemmetjes, gedachten. Ik ‘overleg’ nog regelmatig met Leo. Zeg hem dan dat de schutting met deze storm nog steeds staat. Vier jaar geleden liet Leo de tuin aanleggen.

Maar soms blijft Leo ook stil. Als ik hem vraag wat ik met de pacemaker van zijn vader moet doen ;-).

Ach, ik zit heerlijk te klooien met allemaal dingetjes. En gisteren ging ik even langs bij de plaatselijke kringloop. “Alles Wisselt”. Om te informeren hoe ik daar spulletjes kan afgeven.  Er zaten drie heren gezellig aan de koffie. En ondertussen liep ik even rond. Ja, als je er dan toch bent. En toen vond ik me toch een mooi dienblad. Er kwam weer een ander stemmetje dat zei dat ik dat toch echt daar niet kon laten staan.

“Mooi zeg” zei ik tegen een van de heren met wie ik 10 Euro afrekende. Kwaliteit mag wat kosten. “Ik ben juist aan het opruimen en nu neem ik toch weer iets mee….” zei ik terwijl dat totaal niet ter zake doende was. Want dat is niet iets waar zij mee zitten. Maar hij zag blijkbaar de twijfel in mijn ogen en keek mij bemoedigend aan. “Ja, daarom heet het ook ‘alles wisselt’, is toch mooi?”.  Zo stelde hij me gerust. Ik heb overigens een fantastische bestemming voor het dienblad gevonden.

20180117_220421.jpg

Alles wisselt…. Zouden ze ook een pacemaker willen hebben?

Opruimen

Het gaat wel goed met mij. Hoewel. Soms ben ik daar niet zo zeker meer van. Als ik op een dag met het puntje van mijn tong uit de mond handdoeken zit te vouwen. Het moet niet gekker worden.  Aan de hand van een filmpje op YouTube. Je kunt namelijk van handdoeken ook vrolijke rolletjes maken.  Je wilt niet weten hoeveel van die filmpjes op YouTube staan. Maar het is een rustgevende bezigheid. Je voelt je één met de handdoek. En het stimuleert het handdoekdeel in de hersenen. Het geeft impulsen die je niet voor mogelijk houdt. Van hokjesdenken naar kokervisie. Oeps.

Ja, ik ben aan het opruimen. De badkamer heb ik dus afgerond. De handdoeken kregen ook een bleekbad en er zijn een fors aantal handdoeken afgekeurd. Die liggen nu op de afdeling poetslappen. Die moet ik ook nodig uitdunnen want inmiddels kan ik met het volume poetslappen het Volkerak dempen. Dat komt omdat Leo ook poetslappen spaarde, want dat was zo handig voor verven op de Hollandsch Diep. En hier stuiten we meteen op het probleem als ik aan het opruimen ben; ik weet wat ik wil wegdoen  maar vind het dan moeilijk er een bestemming voor te vinden.

We hebben de volgende afvalstromen voor dingen die ik kwijt wil; a) weggeven, b) naar de Kringloop c) in de kledingcontainer, d) naar vriendin Evelein, die voor kleding vaak goede bestemmingen heeft, e) naar de leuke tweedehands kledingwinkel van Rina, (www.2-times.nl), f) weggooien, met als subafdeling oud ijzer, chemisch afval, restafval, papier, batterijen of gft… g) naar de poetslappenafdeling, h) verkopen via Marktplaats, i) plaatsen op de koopjeshoek op Facebook en j) plaatsen op de weggeefhoek van Facebook.

De krent in mij wil ook liefst de weggeefhoek vermijden tot bewezen is dat andere opties niet succesvol blijken  ;-).

Maar ik ben goed bezig. Heb de keukenvoorraad al gehad, de kledingkast en de toilet/badder/make-up artikelen. Hoeveel reserve-mascara’s mag een mens hebben? Dan stuit ik ook op shampoo van Leo. Het is koolteershampoo die hij gebruikte tegen de talgafscheiding op zijn hoofd. Moeilijk te krijgen, de apotheek moest het bestellen en het duurde heel lang voor we het hadden. Maar ik heb nog een onaangebroken fles.  Ik zet de shampoo opzij om weg te gooien.

Zo ga ik het huis door. Van Leo zijn er al veel spullen weg. Maar ik heb bijvoorbeeld nog zijn spoelföhninstallatie. Een toiletbril met ingebouwde billendouche. Daar moet ik nog een bestemming voor vinden. En zo zijn er nog duizend dingen. Leo zijn elektrische tandenborstel moet weg. Of zal ik hem blijven gebruiken als ‘poetstandenborstel’…. Handig om kleine dingetjes mee te poetsen. Ik besluit hem weg te doen. Maar ja. Gewoon in de kliko? Dat is zonde. Dan maar naar Sjaak, de oudijzerman, die blij is met alles waar een stekker aan zit. Maar ja, hij gaat het demonteren en het is nog een goede tandenborstel. Dus dan naar de kringloop, maar kan je dat maken, een tandenborstel? Zo sta ik soms uren met iets in mijn hand. Wetend dat het het huis uit moet, maar urenlang mijmerend wat ik er vervolgens het beste mee kan doen….. Neem bijvoorbeeld de steunkousen van Leo. Die zijn hartstikke duur. Maar om die nou bij de kringloop achter te laten….

Kijk, soms stagneert het opruimproces dus omdat ik geen keuze kan maken. Ik heb daarom de categorie “weet niet”  toegevoegd. Dat is een vóórsorteerterrein dat dan daarna wel  weer wordt leeggemaakt. Ik ben nu de spullen in de berging aan het opruimen om een weet-niet-afdeling te maken…. ;-).

Er zijn nog wel dingen die ik nog even bewaar. Zoals een paar souvenirs van Leo. Hij was een man die bijna nooit iets bewaarde. Daarom zijn de dingen die hij wel bewaarde duidelijk heel belangrijk voor hem geweest. Ik heb ook moeite met zijn diploma’s… van de Zeevaartschool, vaarbewijzen… monsterboekjes…

Inmiddels heeft de as van Leo ook een bestemming gekregen.  Gestort in het Kampeerbosje bij Hennie en Anita. Een plek waar hij zo graag kwam. Nee, niet verstrooid. Leo was niet de man van subtiliteiten.Dus de as is functioneel gestort, zoals Leo het had kunnen waarderen, in een kuil waarna er een berk op is geplant (!)..Hij zelf had het geen probleem gevonden als hij via het GFT was afgevoerd.  Ik had niet zoveel met die as. Het is niet Leo. Sterker, eigenlijk had ik in het begin een hekel aan de as. Want dat was zijn lichaam en man, wat heeft hij daarmee geleden. Het huis van de MSA. De as was een mooie legitimatie nog een keer met dierbaren te kunnen afspreken en te mijmeren. En de berk is een mooie herinnering.

Dus ook die koker is het huis uit. Voelt  goed. Opruimen is de eerste missie; daarna zou ik het huis ook gaan schoonmaken. Maar aangezien ik met de kerst  10 man te logeren had, heb ik daar toch maar een voorschotje op genomen. Zodoende zijn ze toch niet met hun luchtbed aan de vloer blijven kleven. Het was erg gezellig om zus, zwager en hun kinderen hier te hebben. Met de camper en caravan als logeerkamer ging dat prima. Een kerstontbijt met 10 man in mijn huisje, het kan!

Inmiddels ben ik er ook een week tussenuit geweest. Tussen het opruimen door een weekje on the road met de camper. Van Leerdam naar Rheden naar Lathum, naar Arcen, naar Berg en Dal en dan naar Den Bosch. 6 overnachtingen op 5 verschillende plaatsen. Heerlijk, zo’n camper.

Het voorjaar zal staan in het opruimen en opknappen van mijn huis. Er moet flink geverfd worden. Ik heb er veel zin in.

Er is nog een reden waarom ik extra gemotiveerd ben om op te ruimen. Dat is omdat ik voornemens ben mijn huisje in het hoogseizoen en met Pasen/pinksteren/hemelvaart te gaan verhuren. En die mensen moeten plek hebben voor hun spulletjes. Dan ga ik in mijn tweede huis (op wielen). En zo komt er een centje bij voor mijn camperfonds ;-). Stel je het volgende plaatje voor; huurders in mijn huisje en Musch op een stoeltje in de zon aan de Grevelingen….  Of aan het werk natuurlijk, het een sluit het ander niet uit!

Oh, ik heb het hartstikke druk. Vandaag maar eens de berging in.

En mocht je interesse hebben in de spoelföhninstallatie , maskers voor een zuurstofapparaat, of  de steunkousen,  geef dan een seintje.

Of de koolteershampoo, want die heb ik toch maar bewaard….

20171122_135829.jpg

Kijk, als je deze hangertjes ineens overhoudt, ben je goed bezig!

 

 

 

 

 

 

 

20171102_135538-1.jpg

Alle handdoeken in een bleekbadje! Sommige zijn nu nog wat grauw ;-(

20171125_104453.jpg

De buurvrouw dacht dat het mijn onderbroeken waren, maar het zijn de hoeslakens 😉

20171231_100349.jpg

Het ruikt naar teer, maar met een beetje fantasie smeer je Lapsang Souchong op je knar…

20171110_110923.jpg

Spullegies, spullegies. Keukenspullen. Ook fors opgeruimd.

20171205_231103.jpg

Alle bad/toiletartikelen uit alle kasten op tafel en dan lekker bij de TV uitzoeken…. Aan te raden!

 

Een accubak vol met herinneringen

Ik heb een accubak. En in die bak zitten allemaal kaartjes. Toegangskaartjes die ik kreeg bij de film, het theater, de voorstelling. Een bonte verzameling. Waar ik mee begonnen ben lang voordat ik Leo kende. Een poging om fijne herinneringen te kunnen “conserveren”….

Zo heb ik ook nog handgeschreven reisdagboeken. Van onze reis naar Viëtnam, Cambodja, en de vele camperreizen. Met ons kleine Fordcampertje, de geleende camper van Els, met de oude alkoof en met de Mercedes. Als ik een bladzijde van het boekje opensla, hoef ik maar drie zinnen te lezen en ik weet weer waar we waren. Hoe het eruit zag. Een film.

Toen Leo ziek werd, heb ik vaak overwogen die accubak te pakken en hem om te keren. En dan elk kaartje nog een keer samen te bekijken. “Weet je nog”….. En vaak pakte ik de reisdagboekjes met het idee er een keertje uit voor te lezen, zodat we samen weer even “terug” konden gaan.

Maar ik kreeg niet de indruk dat Leo dat wilde. Hoewel hij mij vele verhalen vertelde over zijn reis naar Afrika en al zijn avonturen toen hij kapitein was op de diverse zeilschepen, had hij er geen behoefte aan om zo nadrukkelijk terug te kijken. Toch heb ik tot zijn dood gedacht dat er nog wel een moment zou komen dat hij daar wél behoefte aan had. Als er niets meer rest, om de gedachten te verzetten, om het “nu”, waarin het leven meedogenloos werd, even te vergeten. Ik zag me eigenlijk al zitten, aan de rand van zijn bed, lezend uit de boekjes. Wetend dat ook hij bij elke zin met zijn gedachten terug zou gaan naar die plekken en die momenten.

Maar het is er niet van gekomen. Niet in detail. Wel hebben we in grote lijnen gesproken over de reizen en ons leven samen en dat dat mooi en goed was. En soms hard en bonkig. Leo was tot het laatste toe bezig met vooruit te kijken. Voor zover ik weet want ik heb zijn gedachten niet kunnen lezen.

Wij vermeden overigens ook steevast het woordje “nog”. Wil je “nog” een keer dit of dat.. Nee. “Wil je naar -you name it-“. Want wanneer moet je met zo’n perspectief beginnen met het woordje “nog”. Hoewel we wisten dat er weinig toekomst weggelegd was voor hem, voor ons. We regelden wat er geregeld moest worden. En verder kun je niets anders dan leven bij de dag en de korte en middellange termijn, hoewel dat ook een vaag en rekbaar begrip is. Alle tijd wordt relatief.

De accubak staat er nog. De reisboekjes ook. Dat zijn nu mijn herinneringen. En ik koester ze. Hoewel ik de bak nog nooit heb omgedraaid. Het is ook maar een deel van wat het leven leuk kan maken. Herinneringen aan geuren, aan ontmoetingen, aan ervaringen, zijn niet in een accubak te vangen.

Afgelopen week was ik bij mijn zus Trudy. Toen ze voor chemotherapie in het ziekenhuis lag. Bijzonder is dat je naast zo’n druppelend infuus de beste gesprekken kunt hebben in de rust van het ziekenhuis, en meer specifiek in de rust dat je die dag niets anders kunt of hoeft te doen dan daar te zijn.

Trudy praat wel graag over vroeger. Het vroege vroeger of het latere vroeger. We halen herinneringen op. We kunnen samen lachen over vroeger. En ons hevig verbazen. En met terugwerkende kracht genieten.

Zo zwiepen mijn gedachten de laatste tijd alle kanten uit. Naar de opties voor de toekomst, waarbij de beelden nog slechts artist-impressions zijn…. En naar het verleden. Met Leo, met Trudy. Whatever.

Als ik haar de volgende dag na de chemo op kom halen besluiten we spontaan te gaan winkelen. Ze heeft wat nieuwe kleding nodig. We slagen in het altijd bruisende winkelcentrum van Ridderkerk ;-). Ze vindt een vest. “En dat gaat goed staan bij mijn kale koppie”, zegt ze, want een pruik wil ze niet. Ik knik. Ze heeft nu nog haar haar. Maar het valt al heftig uit.

We lopen door een groezelig, sleets winkelcentrum. En belanden bij een turkse shoarmatent. “Ik moet wat eten” zegt Trudy. En zo staan we het immense bord te bestuderen met alle schotels. Ineens klinkt naast me “Ohh. Een kapsalon! Doe mij maar een kapsalon”. De keuzestress bij mij slaat toe. En uit gemakzucht bestel ik ook een kapsalon. Voor het eerst van mijn hele leven.

Zo zitten we samen aan formica tafeltjes bij blauw-witte TL-verlichting de kapsalon te eten. Ik vind er niets aan. Klef, smakeloos, slappe frieten. Maar tegelijkertijd is het de mooiste kapsalon die ik ooit gegeten heb. We hebben de grootste lol en beseffen samen dat dit zo’n moment is dat later een letterlijk smeuïge herinnering wordt.

Herinneringen zijn een uur later al herinneringen. Herinneringen hoeven niet groots en meeslepend te zijn. Als je ze kunt delen is het mooi. Maar ik besef dat herinneringen vooral voor jezelf zijn en dat ze niet persé altijd opgehaald hoeven te worden om waardevol te zijn. Ik koester de mooie momenten, omdat die mij troost geven.

Gisteren ging ik naar de film “Loving Vincent”. Een bijzonder mooie en indrukwekkende film. Over het leven van Vincent van Gogh. Het kaartje heb ik bewaard. Dat gaat in de accubak….

Bom

En toen had ik de beslissing genomen om weer als interimmer aan de bak te gaan. Op mijn gemakkie was ik al begonnen daar wat naar toe te gaan werken. Ik had al bij 2-times een uitbreiding van mijn garderobe gescoord, waardoor die rij fleecetruien is aangevuld met wat verantwoorde kantoorvesten maar ook een kek blauw lederen jasje wat nog net kan op je 55e mits je er geen te opzichtige oorbellen bij draagt. Op zoek naar nieuwe schoenen want de enige schoenen die ik de afgelopen maanden heb gedragen zijn wandelschoenen en teenslippers. Én ik heb inmiddels een autootje. Want dat ga ik nodig hebben. De Citroën C1 is een mooie tegenhanger bij de Mercedescamper. En kan er in noodgevallen zelfs achtergekoppeld worden. Hoe mobiel wil je zijn?

November en december wat klussen in en om het huis. Camperschoonmaak. En dan de draad weer oppakken. Ik zag het allemaal al een beetje voor me. Weer eens naar het theater, de sauna en het café. En snel weer een flamingo-safari organiseren! Ik kreeg er weer zin in.

Een nieuwe website gaan maken of laten maken. Weer lid worden van de vakvereniging. En met wat mensen afspraken gaan maken. Ik was er klaar voor.
Weer een beetje terug naar het ‘normale leven’.

Maar dan valt er een bom. Mijn oudste zus krijgt de diagnose longkanker. (*) Verdwaasd ondergaan we de mokerslag. Meteen kan ik het autootje gebruiken. Om naar het ziekenhuis heen en weer te rijden waar ze opgenomen was. Een paar slopende dagen. Wachten op uitslagen. De klap.

Ze is inmiddels thuis. Er komt een moeilijke periode aan, hoe dan ook. Onzekerheid. Spanning. Maar we moeten en willen het met elkaar opvangen.

En dan besef ik dat het geen zin heeft om terug te willen naar “het normale leven”. Dit ís het normale leven. Met al zijn grilligheid. Waar niemand het voor het zeggen heeft.
Het heeft alleen zin om er met elkaar voor te gaan. Er te zijn.

Het leven gaat door. En we halen er uit wat er in zit. Dat doet zij ook. En dat ga ik ook doen.

En zo toog ik gisteren met vrienden Rina en Kees naar Rotterdam; voor een theatervoorstelling van De Tunes in Walhalla. Kaartjes waren al maanden geleden gekocht. Vooraf een happie bij “De Matroos en het Meisje”. En daar heb ik erg van genoten. We lopen langs de Fenixloods, waar we met Leo nog waren om daar te borrelen en hapjes te eten. Mooie herinnering. De voorstelling van de Tunes was geweldig. Het was een fijne avond.

En dan weer naar huis. Tegen twaalven nog met de andere zus in de auto aan de telefoon. Ik rijd het dorp binnen. En besef dat het nu zo belangrijk is een plek te hebben waar ik me thuis voel als de wereld schudt. En die plek is mijn huis en het dorp. En het is ook de plek in de kring om me heen die gevormd wordt door mijn familie, mijn buren, vrienden. Want alleen op die manier kan ik het aan, het normale leven.

En dan maar weer op zoek naar nieuwe schoenen.

 

PS. Lezers die haar kennen wil ik (namens haar) vragen haar voorlopig niet te bellen of te appen. Of iets op haar facebook te schrijven. Mocht je iets willen laten horen in de vorm van een kaartje of anderszins, neem dan contact met mij op. En mensen op facebook stuur me dan een privé berichtje.

Mindful in de camper

Het is echt relaxed in zo’n camper. Neem nou gewoon domweg je afwasje doen. Bijzonder dat een mens daar zo van kan genieten. Volgens mij is het hartstikke mindful. Éerst ga je op onderzoek uit; een belevenis op zich. Dus slenter je op je gemakkie over de camping op zoek naar het afwashok. Ondertussen snuif je de buitenlucht op, groet je je buren, en dan kom je in de wasruimte. Oh, altijd weer spannend. Want je hebt afwasplekken in alle soorten en maken. Altijd weer een verrassing.

Dan stiefel je op je gemakkie weer terug (als je los wilt gaan neem je een andere weg) en doe je je afwasje zorgvuldig in het teiltje. Pakt je borsteltje, je theedoekje en je schuursponsje en die vette vieze koekenpan. Buiten het seizoen heb je soms wel vijf, ja VIJF wasbakken helemaal voor jezelf. Dan stal ik al mijn serviesjes gewoon helemaal uit over al die wasbakken. Omdat het kán! Oh, soms heb je super heet water, dat is smullen.
Niets is vanzelfsprekend. Je bedenkt wie hier allemaal de afwas hebben gedaan, wat ze gegeten hebben…. En dan, als al je pannetjes weer frips en fruitig en glimmen, dan breng je ze behoedzaam en liefdevol weer terug op hun eigen vertrouwde plekje.

Ik kan natuurlijk ook in de camper afwassen maar dan mis ik toch dat uitstapje! En reken maar dat je je koppie erbij moet houden. Niet je schuursponsje vergeten. Of je afwasfles. Laat staan je theedoek.

Oh het is heerlijk, zo onbevangen je afwasje te doen. En daarna natuurlijk een afzakkertje in de camper. Maar even zonder gekheid. Het feit dat alles gewoon langzamer gaat, dat je eigenlijk verder nergens over na hoeft te denken, dat is wel verslavend. Intussen in de mooiste omgevingen zijn, vrij om te gaan waar je wilt, met fijne mensen om je heen, en soms lekker alleen, ja, dat is waarom ik reizen met de camper zo fijn vind.

Ik schrijf dit in de Lounge van de boot (Stena Line) op weg naar huis. Andrea is “Gold Member” omdat ze heel vaak met de ferry heeft gevaren. En dan krijg je toegang tot de speciale lounge. Super relaxed ook hier. Spits zit beneden in de camper. Als ik wil kan ik er tussentijds naar toe, maar eerst moet ik dan een afspraak maken. Zo meldde ik me op de heenweg bij de balie: “Ik heb een afspraak met mijn hond, wilt u me erheen begeleiden?”. Het toelaten van honden in Engeland is een stuk eenvoudiger geworden. Hij moet wel gechipt zijn en een paspoort hebben, en een bewijs dat hij ontwormd is door een dierenarts, 1 tot 5 dagen voor vertrek. Maar geen quarantaine meer.

Douane is strenger naar Engeland toe dan andersom. Een medewerker van defensie vroeg of op de heenweg hij de toiletruimte van de camper mocht checken. En dat was niet in verband met de hygiëne… Maar wat meer opvalt, is dat nu gevraagd wordt waarom je naar Engeland gaat, wat je gaat doen, waar je naar toe gaat, hoe lang je gaat. Die vragen werden ook aan Bernd gesteld. Met een Engelse auto, maar wel met een Duits paspoort waar overigens wel in staat dat hij in Engeland woont. Bernd had een antwoord: “Al die vragen heeft u mij de afgelopen 25 jaar niet gesteld en nu wel ineens; ik ga ze niet beantwoorden”. Hij mocht gelukkig toch aan boord….

Rijden met de camper in Engeland is te doen maar de wegen zijn echt smaller. En dat niet alleen; men laat hier de bomen erg dicht bij de weg staan en Engelsen zijn dol op heggen. Hoge heggen. Die dan ook precies tot de weg groeien. In Nederland heb je altijd nog wat ruimte om ‘over te hangen’. Als je wielen net op het randje van de weg zijn, kan je met je huisje er nog wat overheen hangen. Maar probeer dat niet in Engeland. Het is zeker in sommige kleine schattige kustdorpjes soms erg krap. Maar men is hier erg beleefd en vaak geeft men je alle ruimte om door te komen. Zo is het rijden in Engeland wel te doen.

Links rijden went snel. Het is alleen soms ineens schrikken, als je plotseling links een invoegstrook krijgt. Verder moet je weten dat Engelsen echt niet zo langzaam rijden, maar dat de snelheid in MPH staat. Rotondes zijn goed te doen. Als je weet waar je naar toe wilt ;-). Anders neem je nog een rondje.

Terug naar huis is ook wel weer prima. Voor Andrea was het vertrek vanmorgen uit Engeland meer bijzonder; het verlaten van een land waar je 25 jaar hebt gewoond. Gelukkig hebben Andrea en Bernd in de afgelopen dagen nog afscheid kunnen nemen van hun vrienden en Bernd heeft zijn laatste dagen gewerkt hier als huisarts.

Ik zie er niet tegenop naar huis te gaan. Ik wil nu echt graag verder opruimen en vooral re-organiseren in mijn huis. Ik ben graag thuis en vind opruimen eigenlijk heel fijn. Alleen vind ik reizen met de camper gewoon nóg fijner. Het reizen is dus geen “vlucht” uit huis.

Het is fijn dat ik ook met Andrea heb kunnen praten over de diverse opties voor de toekomst daar waar het werk betreft. Ook zij is overigens erg aan het nadenken wat ze in Duitsland kan oppakken.

Heel bijzonder was het dan ook dat er een moment was, gisteren, waarop ik het ineens wist. Er kwam een soort rust over me. Ik was geneigd op de klok te kijken, omdat ik wist dat dát het moment was. Op de seconde nauwkeurig. Dat ik de beslissing heb genomen om te proberen terug te komen in mijn oude vak (facility management), als interimmer.

Ik zal nog weleens een blog schrijven over de overwegingen.

Ik zie wel op tegen filerijden en tegen vroeg opstaan.

Maar ik ga gewoon proberen dat hartstikke mindful te gaan doen!