Over muschfacilities

Sylvia Musch - ZZP-er - Facility Manager - www.muschfacilities.wordpress.com - inwoner Goeree-Overflakkee - bezoldigd mantelzorger -

Terug naar de kust

Mijn leven staat de laatste tijd erg in het teken van recreëren. Zowel als recreant als exploitant…. Als huisjesmelker maar ook als campinggast of passant.

Het verhuren gaat goed en nog steeds loop ik gniffelend door mijn huis als ik weer een wissel heb. Het is ongelooflijk hoe vaak ik aan Leo moet denken. Als ik bijvoorbeeld de duivenkak van de picknicktafel aan het schrappen ben. Het doet me denken aan de talloze keren dat ik hem zei dat we fleecedekentjes aan boord moesten hebben voor de gasten. Voor als het kil werd. Leo was er tegen. Punt. Hij wenste daar nooit uitgebreid over te discussiëren. In de horeca discussieer je niet over dat soort zaken. En Leo had een horecaverleden. De chef bepaalt. En aan boord de kapitein.

Nu zul je je afvragen wat fleecedekentjes met duivenkak te maken hebben. Wel, ik denk te begrijpen wat Leo altijd voor ogen heeft gehad. Alles wat je aanbiedt moet schoon, heel en goed zijn. Dus als je fleecedekentjes uitgeeft, moet je die na elk tochtje checken op vlekken. En gaten. En je moet ze wassen. En opvouwen. Die picknicktafel is heerlijk. Maar je kunt het niet maken om hem te laten staan vol met poep. Eén flats kan nog wel maar een heel tapijt van poep kan echt niet. En ergens daartussen ligt een omslagpunt maar ik wist wel dat ik dat al dik voorbij was. Dus dan ga je met een plamuurmes en de tuinslang aan de slag.

Zo is ook  de voortuin een fleecedekentje. Die heb ik sinds kort ook ter beschikking gesteld aan de gasten. Zo’n lekker prieel en overkappinkje is lekker. Maar hoeveel spinnenwebben zijn acceptabel? Ja, Leo,  je hebt gelijk.Hoe meer je aanbiedt, hoe meer werk je hebt. Elke service die je claimt  te leveren is ook een afbreukrisico…. J

Zo loop ik wel steeds meer met een zakelijke blik mijn huis te poetsen. En zo is het ook uit zakelijk oogpunt dat ik op de site meld dat het bad geschikt is voor twee personen. Ik hoop namelijk dat ze er met twee personen in gaan zitten. Dat scheelt namelijk aanzienlijk in liters water. Het soortelijk gewicht van een menselijk lichaam is 1050 gram per liter. Iemand van 80 kilo neemt dus het volume van 76,19 liter water in beslag. Dus het is lucratief wat in te spelen op de romantiek en de huurders op de mogelijkheden van het bad te wijzen (wel subtiel natuurlijk)…  Met de aanname dat iemand niet geheel onder water verblijft stel ik de winst bij naar 50 liter….

Maar zodra ik verhuurder ben, ben ik meteen ook recreant. Het is een soort omgekeerd evenredige logica. Dan wijk ik met de camper uit naar mijn huiscamping (Camping Fase) in Oude Tonge en daar raak ik ook steeds meer ingeburgerd.  Chrishna en Hugo zijn mijn campingburen en zij hebben twee chihuahua’s.  Je kunt toch wel stellen dat je vrienden voor het leven bent als de buurvrouw je vraagt haar te helpen haar haar te verven?  Als tegenprestatie heeft ze macaroni voor me gemaakt en een ketting gehaakt.  De buurman heeft Turkse worstjes meegenomen van de turkse winkel en ik ga de buurvrouw leren een WordPress blog te maken.

Met de camper ga ik er ook regelmatig tussenuit en zo exploreer ik niet alleen Goeree-Overflakkee maar belandde ik ook op Tholen. Dit omdat ik aanvankelijk richting Krammersluizen wilde maar daar was het wat druk geworden door de vele windturbines in aanbouw, vandaar dat ik maar wat doorgereden ben. En dan kom je op het eiland Tholen.

Jemig, daar is het ook mooi. Ik stond op de camping Kruytenburg in Poortvliet (Agnes, volgende keer bakkie). Een prachtige camping met ruime plaatsen en dicht bij de Oosterschelde, maar dat is eigenlijk overal op Tholen natuurlijk…

Afgelopen week was ik in Anna Jacobapolder. Op de kaart had ik gezien dat daar weinig was dus daar wilde ik wel naar toe. En toen ik er reed zag ik een bordje met “Restaurant ’t Veerhuis”. Bij een Veerhuis is een veer en waar een veer is, is water, en waar een restaurant is, komen auto’s dus ik reed er naar toe. Wat een prachtig haventje. Een uitstekende camperplek voor overdag. Met prachtig uitzicht op de schepen, wat gezellig leven van vissers, fietsers, wandelaars….

Ik zat er voor mijn campertje in het water te turen toen ik een immense vis zag. Mijn adem stokte. Niemand die het zag, al die vissers zaten aan de andere kant van de pier. Ik stond op en wilde ze gaan vragen wat voor vis het zou zijn. Het water kolkte en kolkte en het moest echt een joekel zijn! Plotseling kwam er een kop boven water. Een zeehond! Het was een zeehond! De zwarte kop had wel een beetje rare vorm, en die nek, dat klopte niet. Maar toen besefte ik dat ik naar een duiker zat te kijken. Het haventje van Anna Jacobapolder is een mooie duikstek… Ik ben blij dat ik de vissers nog niet had gewaarschuwd. Wel vonden de vissers het wat raar dat ik zo liep te lachen…

Ook Sint Annaland ligt op Tholen. Ja, bij die chaletjes… maar de natuur is er prachtig. Hierbij een diashowtje…. Je ziet de berenklauw en de bedden met japanse oesters, die vrij vallen bij eb.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Woensdag bevond ik me in een ander toeristisch gebiedje. Ik bracht zwager Rob en zus Trudy naar hun hotel in Kijkduin waar ze een aantal nachtjes hadden geboekt. Onderweg deden we een koffiestop met de camper in natuurgebied de Broekpolder in Vlaardingen. En al rijdende er naar toe, zo ter hoogte van de Europoort, hoorde ik Trudy zeggen “Ik ruik de zee”. Mijn zus heeft een weergaloos gevoel voor humor en ik kwam werkelijk niet meer bij. Maar het bleek dat ze dus echt de zee rook omdat ze in gedachten al bij Kijkduin was… Het was een tocht vol nieuwe ervaringen, onder andere voor Trudy, die heeft gevoeld hoe het is om rijdend het toilet te gebruiken. Dat kan met een camper. Met uitzicht. Oog in oog met een vrachtwagenchauffeur terwijl jij zit te … Maar hij kon haar niet zien; daar zorgt het hor dan wel voor. Wij vermaken ons wel onderweg.

Maar ondanks deze nieuwe ervaringen was Kijkduin toch een en al jeugdsentiment. Met volop flashbacks. Voor Trudy en Rob en ook voor mij. Ik kwam er vaak toen ik in Delft woonde. Voor mij is Kijkduin de plek waar mijn leven eens een belangrijke wending nam. Sterker, ik nam die zelf want ik maakte het uit met mijn vriendje. Ik weet nog exact waar ik dat deed, op dat paadje achter het hotel. Grappig dat ik Kijkduin altijd associeer met die gebeurtenis.

Kijkduin is wel veranderd. Er komt een nieuwe boulevard of een stukje erbij of zoiets. Maar het begint wel een beetje op Disney te lijken. Voor het hotel stond een hoogwerker met een soort grote vergadertafel met stoelen er aan die dan omhoog getakeld werd. Boven werd dan eten geserveerd. De plakken rosbief vlogen je bij wijze van spreken om de oren maar hinderlijk was de microfoon omdat je vanuit je hotelkamer gewoon alle speeches en peptalks kon horen die er bij de teambuildingluchtetentjes onherroepelijk bijhoren. De sjiek van Kijkduin is wel een beetje weg maar misschien herleeft die wel weer na de verbouwing.

Maar de zee was er nog. En die blijft boeien.

Maar ik rijd toch heel graag weer naar het Zuiden. Naar die naar saaiheid neigende leegtes. Naar die eindeloze polders. En die wateren met al die grote vissen.

20180625_151240.jpg

Haventje Anna Jacobapolder. Zoek de camper!

20180621_225007.jpg

Eindeloze polders bij Poortvliet

20180625_115315.jpg

Buren op de camping. Chrishna en Hugo staan er met hun Lunar Quasar of zoiets een seizoen

 

20180621_133216.jpg

Geen eiland van plasticsoep maar van wier

 

20180625_160226.jpg

Zo’n camperplek waar je alleem maar van kunt dromen; aan het water, onder de molen, en met een trap om te kunnen zwemmen. St Philipsland op Tholen. Nu niet allemaal ineens naar Tholen gaan, het moet daar wel een beetje rustig blijven!

20180621_132707.jpg

Sint Annaland. Ook hier een duikplek. Mooie voorzieningen voor duikers; een parkeerplekje bij het water en een toilet. En een trap het water in….

Advertenties

Ooltgensplaat – of all places…

Mijn huidige huurders komen uit Tsjechië. Ze zijn anderhalve week in mijn huisje geweest en gaan morgen weer naar huis. Ze spraken erg goed Engels en ik was eigenlijk wel nieuwsgierig wat ze ertoe had gebracht om juist mijn huisje in – of all places – Ooltgensplaat te boeken. Vandaar dat ik ze uitnodigde om bij mij te komen eten. Op de camping  (oh, zo’n heerlijke plek) in Oude-Tonge. En zo zaten we woensdag met uitzicht op de landerijen nasi te eten (ja, Corry, die van jou). 20180619_153542.jpg

Het is bijzonder om te horen hoe het leven er is veranderd na de val van het communistische regime in november 1989. Eigenlijk is het nog maar kort geleden. Het toerisme is inmiddels erg toegenomen. En dat gaat ook in Tsjechië niet zonder slag of stoot. Ook daar zijn er steden die worden overspoeld door toeristen.  Er zijn steden waar geen “normaal leven” meer is;  de huizen worden restaurants of café’s of hotels of zo duur dat niemand er kan wonen.  Een Tsjechische kunstenaar is nu een project in Krumlov gestart waarbij er gedurende een aantal maanden ca vijftien gezinnen worden betaald om er een “normaal leven” te leiden. Dus spelen er kinderen op straat met een bal en staan er wasrekken. De mensen hebben dus een baan en die is “Een normaal leven leiden”. Het is een statement die de discussie over het toerisme wil aanwakkeren. Er is veel weerstand maar er zijn ook heel veel mensen geïnteresseerd, waaronder iemand die er daadwerkelijk heeft gewoond maar van wie het huis onteigend en gesloopt is. Toerisme is overal en neemt heel snel toe. Ook in Krumlov lopen hordes toeristen met rolkoffers.

Zo’n vaart zal het in Ooltgensplaat niet lopen. Hoewel ik me er bewust van ben dat het voor mijn buren toch anders is als er huurders in mijn huisje verblijven. Niemand is immers zo gezellig als ik :-). Maar serieus,  ik heb wel mijn buren gevraagd meteen aan de bel te trekken als ze last hebben van mijn gasten. Maar ik kan me niet voorstellen op welke manier; ze hebben een eigen ingang zonder dat ze een ander huis hoeven te passeren en een eigen parkeerplaats. Maar je weet maar nooit.

Het is ook voor vele gemeenten de vraag hoe om te gaan met deze ontwikkeling; de trend dat steeds meer mensen hun huis verhuren. Sommige steden of dorpen verliezen hun “hart”; hun leven. Ook op ons eiland Goeree-Overflakkee dreigt dat op sommige plaatsen. Goedereede bijvoorbeeld wil ervoor waken dat er niet teveel huizen alleen als vakantiewoning worden gebruikt. De Gemeente gaat ook handhaven op illegale verhuur van woningen die bedoeld zijn voor permanente bewoning.

Ik heb het geluk dat ik in een recreatiewoning woon met bestemmingsplan “recreatie” en ik heb een persoonsgebonden beschikking om er permanent te wonen. De Gemeente is nu beleid aan het ontwikkelen om te kijken hoe om te gaan met recreatieparken waar – al of niet met persoonsgebonden beschikkingen – permanent wordt gewoond. “Revitalisering van recreatieparken met onrechtmatige bewoning” is de Kadernota die onlangs hierover is geschreven en op 12 april jl. in de Gemeenteraad werd goedgekeurd. Daarin worden grofweg drie opties voor de vele recreatieparken op het eiland uitgewerkt. Optie één is het park bestemmen als sec recreatiepark. Optie twéé is het park een woonbestemming geven. En optie drie is dubbelbestemming (wonen en recreëren). Een Kadernota is een opzet, een plan van aanpak, om tot een beleid te komen.  Overigens is er nog een optie vier die elders in het land ook wordt overwogen en dat is gewoon totale sloop ;-). En allerlei tussenvormen en transities en subplannen etcetera.

Dit gaat dus niet over kernen waar huizen met woonbestemming worden verhuurd aan toeristen. Ondanks het feit dat ik het begrijpelijk vind dat we willen voorkomen dat hele kernen worden opgekocht als tweede woning om die vervolgens te verhuren zodat er geen “vaste” bewoners meer zijn, zou ik het jammer vinden als deze vorm van verhuur helemaal wordt ontmoedigd. Ik kan er soms erg slecht tegen als wordt gesuggereerd dat mensen graag luxe bungalows willen of parken en entertainment. Er is een grote groep mensen die niet in een park willen verblijven en de voorkeur geven aan het verblijf in een gewone woning of anderszins. En dat is ook een groep toeristen die juist de rust en eenvoud zoeken. Die boeken bij mij omdat ze niet weten dat mijn huis onderdeel is van het kleinste recreatiepark op het eiland, bestaande uit 13 eenheden. Er is dan ook niets dat daarop wijst, behalve het feit dat we een Vereniging van Eigenaren hebben met een jaarlijkse contributie van nog geen 30 Euro….

Ik vroeg nog even wat de Tsjechen hier hebben gedaan, die anderhalve week…. Ze hebben veel gefietst. Ik had fietskaarten met knooppunten van Goeree-Overflakkee en Zeeland, en ze bezochten Delft, Ouddorp, Willemstad en Zierikzee. Hebben gezwommen bij het strandje van Ooltgensplaat, ze waren in Middelharnis, Den Bommel, Stad aan t Haringvliet… en verder wisten ze niet meer hoe het heette. Ze waren wég van Ooltgensplaat, het haventje,  de Voorstraat, de natuur, en vooral de stilte en rust. En dat hoor ik van de andere huurders ook.

Had ze nog graag met de waterpoort pontje willen laten varen. Maar het was te ingewikkeld dat uit te leggen en ik kon ze niet verwijzen naar de website want die is alleen in het Nederlands. Maar dat had ook erg leuk geweest. Ze wilden ook naar Tiengemeten nog. En ook nog naar Rotterdam. In elk geval hebben ze zich heel erg vermaakt.

Ik vind het erg leuk op deze manier een centje bij te verdienen. Er gaat nog wel van alles af maar onder de streep blijft wat over. Ik ben overigens zelf ook soms er niet uit of het allemaal wel fair is. Zoals de taxidienst über de klandizie van de taxi’s naar zich toetrekt, zo voltrekt zich ook een verschuiving van de originele hotellerie naar de Airbnb’s etcetera.

Maar ik heb me ook laten vertellen dat het toch een andere doelgroep is. Ik denk dat het ook afhangt van de mate waarin de verhuur door particulieren plaatsvindt. En dat niets vanzelf gaat. We zijn ook gebaat bij toerisme op het eiland. Zolang het binnen proporties blijft. Want acteurs die het gewone leven gaan naspelen in het centrum van Ooltgensplaat…. Dat willen we niet.

Hoewel, ik stel me wel beschikbaar ;-). Lekker wasje buiten hangen…. , hondje uitlaten…


 

PS. Header – dit strandje bij de Grevelingen is ook super. Immens parkeerterrein (max 4 Euro per dag), een douche, wc’s…. lekker grasveld, schaduw, zon, zand. Verbazingwekkend dar ik daar niemand zag. Maar er lopen wel krabben in het water. Dus wel waterschoentjes aan. Maar ja, puur natuur!! 

20180506_134938.jpg

Chalettitis

Het was een roerige week. Mijn zus Trudy kreeg de uitslag van de scan en die was beroerd. Een grote domper. En daar bovenop ging het woensdag even helemaal fout. En wel zo fout dat ze moest worden opgenomen in het ziekenhuis. Maar donderdag mocht ze weer naar huis en dat was fijn omdat ze zich – samen met dochter en kleinzoon – mateloos had verheugd op een weekendje weg in Beekbergen.

Ik besloot hen er naartoe te rijden en het weekend in de buurt te blijven zodat ik er snel zou kunnen kan zijn als het nodig is. En dan maandag weer terug. Dat kan als je een camper hebt; anders zou iemand twee keer heen en weer moeten rijden.

Vandaar dat ik een mooie plek vond op een kleine camping vlakbij, zo’n twee kilometer van Landall Heideheuvel. En terwijl zus, nicht en achterneefje zich vermaakten met Bollo, popcorn bakken en zwemmen maakte ik een wandeling naar de hoogste waterval van Nederland. En al lopend door het bos zag ik ze staan; chaletjes.

Ik kan er niets aan doen. Ik word er heel erg hebberig van. En soms krijg ik er rode vlekken van. Ik heb er een haat-liefde verhouding mee. Ik ben er verslaafd aan en allergisch voor. Ik zie ze ook werkelijk overal. Toen ik met Leo reisde zag ik ze ook overal. In alle landen en wij waren vaak verbaasd maar het is een internationaal fenomeen. Ze zijn er in alle soorten en maten. Lelijke, mooie, grote, kleine. Op mooie plekken en op vreselijke plekken. Dicht bij elkaar en ver uit elkaar. Goed onderhouden, verzorgd, en schoon en verpauperd, verwaarloosd en vies.  Met kabouters in de tuin en plastic molentjes. En met design meubelen, strakke loungestellen en pizza-ovens.

Ik neem de chaletjes in mij op. Ze staan prachtig daar in het groen, net zoals de bungalows bij Landall. Omringd met grote statige bomen. Als ik verder loop, kom ik bij de ingang van het park. Er staat een hele batterij levensgrote vlaggen. “Droomparken” staat er op. En er is ook een bord met “fijn dat u er bent”. En ik krijg spontaan een rilling.

Ook op de camping waar ik was stonden chalets. Ik had uitzicht op zo’n paradijsje. De bewoner maakte het dak boven zijn veranda schoon. Hij was erop geklommen en heeft een hele dag daarover gepoetst. Ik denk dat ik het in een uurtje zou kunnen fiksen. Maar hij heeft blijkbaar alle tijd.

Ik denk er weleens aan hoe het zou zijn als ik een chalet zou kopen. Er verschijnen dan eurotekentjes in mijn ogen want dan zou ik het goed kunnen verhuren; ik heb de smaak te pakken als het om verhuren gaat ;-)…. En los daarvan droom ik weg omdat het gewoon zo leuk is om zo’n huisje in te richten. En omdat het natuurlijk ook zo leuk is om zelf in dat knusse stekkie te vertoeven. Ik verheug me al om op toernee te gaan langs alle kringlopen….

Dus daarom zit ik nog weleens te surfen op zo’n site waar chalets te koop worden aangeboden. Zoals hele volksstammen ook gewoon Funda zitten uit te pluizen. Het heet niet voor niets FUNda, eigenlijk had het FUNja moeten heten. Maar dan schrik ik van de erfpacht. Of ik zie dat je je paradijsje niet mag verhuren. Of juist móet verhuren.

Ik word er erg chagrijnig van als ik bedenk dat alleen de grote projectontwikkelaars het groen kunnen opkopen en er huisjes in kunnen zetten om ze vervolgens te verhuren of te verkopen onder het mom van “echt in de natuur”. Het is gewoon de kift dat zij dat wel  kunnen en dat het nog verkoopt ook. En dan met grote vlaggemasten “droomparken”.. “fijn dat je er bent”…. Brrrrrr.

Er zijn ook veel campings met chalets. En ook soms wat kleinere campings. Dat spreekt me veel meer aan en vind ik veel sympathieker dan een of ander Résort of Staete… of iets anders waar ae in zit en waar reclame voor wordt gemaakt met foto’s van blije gezinnen met kinderen die spelen en met brochures met van die foute teksten waar steevast “beleving” en “puur” en “vrijheid” in voorkomen.

Maar de conclusie is wel dat echte mooie plekken voor chalets in Nederland zeldzaam zijn. En/of ongelooflijk duur.

Ik zwiep met mijn hebberigheid van de ene site naar de andere site en man wat zijn er veel van die woondozen te koop. Maar ik ben tegelijkertijd ook een schijterd. Ik wil graag grip en controle. En als je zo’n gevalletje koopt, dan weet je niet wat voor buren je krijgt want radio’s of schreeuwende kinderen, daar knap ik helemaal op af. Voordeel is wel dat chalets per definitie verplaatsbaar zijn ;-).

Als je dan de balans opmaakt, dan besef je dat je niet om een grotere partij heen kunt. Denk maar niet dat jij ergens in de bush een prachtige plek kunt vinden waar jij allenig je chaletje neer kunt zetten. En dat het dan voldoet aan het bestemmingsplan en dat het groen is en stil . Want dan zijn de projectontwikkelaars je mooi vóór geweest. Want natuur verkoopt.

Als je zoiets wilt dat zul je naar het platteland van België of Frankrijk of Duitsland moeten. Maar dat moet je willen en vooralsnog wil ik dat niet.

In een van mijn chaletexpedities stuitte ik op een project in de Grevelingen. Daar kun je namelijk ecolodges kopen; autarkische, biobased, circulair gebouwde ecolodges midden in de natuur. Ik mag dat vast geen chaletje noemen maar dit ter zijde…

Het gaat om het project “Greenhuus”. Volledig zelfvoorzienend en in alle opzichten duurzaam. En mooi. (Oh, u weet ook niet wat autarkisch is? Dat is zelfvoorzienend in voedsel, energie, watervoorziening en afval). Ze worden geplaatst op de Kabbelaarsbank. (Ja, inderdaad, waar ook dat grote andere Résort Port Zélande ligt…) Met heeeel veel natuur en schoonheid en wijdsheid en mooiheid.

Aanvankelijk ben ik ook hier sceptisch over. Weer een project waarbij meerdere woningen tegelijk worden geplaatst in een gebied dat nu prima is maar wat dan ineens ‘wordt ontwikkeld’. Wat zoveel betekent als dat er bulldozers echte natuur van maken, net zoals op Tiengemeten.

Maar ik weet wie het Greenhuus heeft bedacht en dat is iemand die echt dingen wil maken die goed zijn voor de wereld. En als je de techniek van dit mooie huissie bekijkt, dan zie je dat het echt zelfvoorzienend is. Hele mooie techniek. En uitvoering. En verplaatsbaar, omdat dat duurzaam is.

Ik voel toch wis en waarachtig iets van enthousiasme. En ik download de brochure van het project op de wervende website van Greenhuus. Met van die artist impressions van het huis waarbij ik me altijd afvraag waar die mensen hun spulletjes laten. Én waar het groentetuintje komt want het was toch autarkisch? Maar goed.

Ik zit nog even verder te kijken en dan staat er in de informatie dat je er als eigenaar maximaal 14 dagen in het hoogseizoen mag zijn. En in totaal maximaal 89 dagen per jaar. De gehele exploitatie is wederom uitbesteed aan een partij. Er zit ook een begroting bij. Daarin staan de parkkosten gespecificeerd en het te verwachten rendement. Dat gebaseerd is om 100% verhuur.

Jammer dan, dan gaat het feestje niet door. “Sodemieter op” denk ik. “Ik wil in mijn huis als ik dat wil”. Maar zo werkt het niet…

Ze zitten helemaal niet te wachten op mensen zoals ik, want als ik verder kijk zijn alle bungalows al gereserveerd……

Eigenlijk ben ik er wel blij om. Ik ben wel weer even genezen van de chalettitis.

Inmiddels ben ik terug en sta ik weer op mijn honk in Oude-Tonge, op een rustige camping met mooie chalets. Ik ben vanmorgen met Spits een wandeling gaan maken in St. Annaland. Heerlijk over de dijk. Altijd wat te zien.

Water, strandje, en…. Een park vol chaletjes…

Zelfs een chalet met een dak van riet

 

Hondenleven

Het is half 10 en ik zit aan de koffie. Uitzicht op het water, met een strandje. Spits is bij de trimmer. Het strandje ligt verborgen bij Stad aan ’t Haringvliet. En dat durp heet niet voor niets zo. Ik ken het plaatsje. Met Leo overnachtte ik hier toen we net ons nieuwe Fordcampertje hadden gekocht. Proefslapen noemden we het. Met een wijntje, hapjes, en knusheid. Het sliep goed. Een mooie herinnering. En nu zit ik hier met koffie en de laptop. Ook mooi.

Ik moet wel gniffelen als ik naar het spiegelende water kijk en de kwetterende vogeltjes hoor. Een kieviet. Twee zwaluwtjes op het volleybalnet. Ganzen. Verder stilte. Het is heerlijk. Mijn huisje is verhuurd.

De techniek staat voor niets want ik kan gewoon een blogje posten. Of een rekening opmaken. Zo stopte ik onlangs op een parkeerplaats langs de A29 omdat ik me bedacht dat ik nog een rekening moest versturen aan een zakelijke huurder. Effe stoppen, bakkie koffie. Laptop pakken, via de hotspot van de telefoon internet op de laptop instellen. Rekening opmaken, even een PDF-je van maken en verzenden. De accu van de laptop kan nog wel even en in geval van nood heb ik een powerbank.  En vaak denk ik “oh, als mijn vader dit eens kon zien”. Als kind van een Ericssonman ben ik opgegroeid met telefonie. “Ericsson staat voor telefoon en 99 andere systemen” stond er op de Renault 4, de auto van mijn vader waar hij als onderhoudsmonteur door het hele land reed.

Vandaag met Spits naar de dierenarts. Ik vind dat hij slecht loopt en ook niet wil lopen. Dus het is vandaag wel een spitsdagje.

Grote afstanden lopen kan ik op dit moment niet met Spits en het is lastig te weten waar ik goed aan doe. Teveel lopen is niet goed maar te weinig ook niet want hij moet wel in beweging blijven (net zoals ik). Ook weet ik niet of hij gewoon niet aan de lijn wil lopen omdat hij gewend is om los te lopen. Voorlopig vandaag maar even afwachten. Ik merk dat ik zelf ook steeds minder beweeg omdat ik Spits niet in de camper wil achterlaten.

Af en toe , zeker met warmte, is het niet makkelijk met Spits. Hij houdt bij warmte zeker van zwemmen dus ik ging pas naar het hondenstrandje in Stellendam, omdat honden op de andere stranden niet toegestaan zijn. Maar het was meer smurrie dan water helaas…. En spits zakte er met zijn poten in. Ik liep zelf op teenslippers maar deed die maar uit omdat die in de modder bleven plakken. Ik dacht gewoon door te lopen en dat het dan vanzelf wel weer hard zand werd maar dat werd het dus niet ;-(…. Ondertussen kreeg ik visioenen van opengereten voeten door japanse oesters en ik zag pieren brrr. ) Maar je hebt wat over voor je hondje. Na 10 minuten toch maar teruggekeerd. Sorrie Spits….

20180524_161159.jpg

Dat zijn de momenten dat ik me soms schuldig voel omdat ik mijn huis verhuur en met Spits in de camper ben. Toen ik met Leo reisde, was het over het algemeen buiten het seizoen, en ook vaak op plekken waar hij los kon. Bovendien bleef Leo bij de camper als ik dan ging wandelen. Dan zetten we de camper op een koele plek.

Maar op de camping waar ik nu sta, (camping Fase in Oude Tonge) heb ik een hele fijne koele en rustige plek. Daar ligt Spits heerlijk onder de camper in de schaduw. Alleen is hij bang voor hommels en insekten en springt dan toch soms de camper weer in en kijk, daar word ik soms dus moedeloos van.

Het is gek, maar ik heb geen kinderen, maar ik kan me soms zo goed voorstellen hoe moeilijk het moet zijn soms om kinderen te hebben. Als ze niet kunnen uitleggen wat ze mankeren, wat ze voelen. Als je het beste voor ze wilt. Als je moet kiezen tussen jouw comfort en dat van het kind. Als je niet zeker weet wat je ziet. Als je niet weet waar je goed aan doet. Als je iets bedenkt wat dan niet werkt. Als je niet weet of iets komt doordat het warm is, doordat hij pijn heeft, omdat hij gewoon iets niet wil. Als ze bang zijn voor dingen en je kunt niet uitleggen dat ze daar niet bang voor hoeven te zijn.

Natuurlijk zijn honden geen kinderen maar je begrijpt wat ik bedoel.

De warmte, daar zit niemand op te wachten. Spits niet en ik niet. En niemand niet. Overigens kan ik me nog herinneren dat ik altijd hoopte op slecht weer toen we de boot nog hadden. Want Leo moest altijd lakken als het mooi weer was. Pas als er regen werd verwacht gingen we weg met de camper. Dus duimen voor een slechte weersverwachting.

Maar ach, zo’n zonnetje aan zo’n strandje met een briesje in Stad aan t Haringvliet, dat is dan wel weer lekker. Ik neem nog maar ’n bakkie.

20180530_091342.jpg

Koffie op het strandje in Stad aan ’t Haringvliet

 

header: zoek de camper…. (op de camping Fase, Oude Tonge)

Baghwan op de camping

Inmiddels ben ik natuurlijk wel een camping-expert. Want na de laatste blog heb ik toch alweer een aantal campings mogen bezoeken.

Ik ging met Jenny naar een camping in Heeg (Friesland) (camping Poelzicht). Getipt door Els uit Portugal, die de eigenaar kent en vice versa. Dus dat was beregezellig. En als je Els allebei kent, heb je genoeg gespreksstof voor een avondje zeg maar. De camping ligt aan een meer en er is een steiger en ohhhhh als je in het zonnetje met een briesje op de steiger aan het water zit oohhhhh. Hier ga ik echt nog eens naar toe.

Maar op een mooi immens grasveld op een camping in Dinant met een prachtige hoeve aan de Lesse in de Ardennen met majestueuze bomen en enorme ruimte en wandelroutes om de hoek, dat beviel ook.

Oké, er was een schoolkamp en dat betekent kinderen maar dat was niet storend. Wel grappig om al die geluiden vanuit de diepte uit de kano’s te horen….

De camping in Stellendam is inmiddels wel verrouwd terrein.  Gelukkig hebben we een andere plek gekregen voor de caravan, veel rustiger. De caravan stond eerst naast twee families die naast elkaar hun camperment hadden opgeslagen. Zelfs als ze rustig waren was het niet rustig. Allebei de families met een aantal kinderen, honden, en de voortent bijna naadloos overlopend in de caravan. Daarbij kregen ze nog geregeld aanloop. Afgelopen weekend heb ik met vriendin Pauline de voortent eraan geknoopt en vandaag heeft neef Pieter het bed verbeterd. Jammer, want als je samen in het bed lag, kwam je dichter tot elkaar. Gewoon omdat het in het midden wat doorzakte zodat je naar elkaar toe rolt….

En nu, ja nu zit ik op een camping in Oude-Tonge, namelijk camping Fase, dat is 13 kilometer van mijn huis. Mijn huisje is weer verhuurd aan een heel gezellig jong stel uit Duitsland. Hoewel ik wel met de camper in mijn voortuin kan staan, heb ik gemerkt dat het toch rustiger is als ik echt weg ben. Op de een of andere manier is het rustgevend als ik op een camping ben. Op een camping staan associeer ik met vakantie. Met reizen. Met vrijheid.  En dat gevoel komt zodra ik een camping oprijd. En in plaats van steeds tegen mezelf te zeggen dat ik dat gevoel ook zou moeten kunnen oproepen in mijn voortuin, accepteer ik dat ik blijkbaar nog niet over genoeg zen beschik om dat te kunnen en daarom heb ik de afgelopen dagen hier op de camping gestaan.

En dat bevalt goed. Om niet te zeggen uitstekend! De camping is kleinschalige boerencamping. Naast de minicamping is het ook een landbouwbedrijf en er is ook een boerderijwinkel met eigen geteelde aardappelen, groenten, fruit, boerenkaas en eieren.

Ik sta nu op één van de twee trekkersvelden (er zijn ook privé-plekken). Mooi ruim en nu heerlijk met schaduw. Het is hier dus echt rustig. Het bevalt me heel erg goed. Voor Spits ook zo fantastisch. Eigenlijk gewoon geen prikkels voor hem, al moet ik nog wel even oppassen dat hij de konijnen niet opmerkt die hier ’s avonds tevoorschijn komen. Maar hij ligt hier lekker naast mijn stoel. Heerlijk in de schaduw.

Het sanitair is spic-en-span. Met een gevoel van sjiekheid, omdat Villeroi en Boch op de toiletpot staat en dan denk ik altijd aan duur servies. En eindelijk een douche waar je gewoon zelf je temperatuur kunt instellen…. Ik kan er zo slecht tegen als de douchetemperatuur je opgelegd wordt….

Ik heb hier een paar dagen met Pinksteren gestaan en van het nietsdoen genoten. Ik vind het zo heerlijk om met reisgenoten op pad te zijn maar soms is het fijn om alleen te zijn. De wifi is gratis en ik betaal hier een bijzonder schappelijke prijs (SVR-tarieven).

Zo heb ik dit weekend ademloos de Netflixdocumentaire over Baghwan, “Wild Wild Country” gebinge-watched. Ja, ik vind dat zo’n leuk woord…. En zeker als je het vervoegt! Maar het is werkelijk verbijsterend. Ik wil graag dat jullie het ook gaan bekijken en dan wil ik graag een evaluatiesessie. Ik ben eigenlijk wel voor Sheela. Maar even zonder gekheid. Een adembenemende documentaire.

En soms doe ik niets. En soms verdwaal ik in de youtube filmpjes en dan kom je op de liedjes en dan ineens rollen er tranen over mijn wangen. Uit het niets. Er hangt een foto van Leo in de camper, van onze reis naar IJsland met de fotoclub. Hij kan daar nog lopen. Kon niet fotograferen, daar was zijn motoriek niet goed genoeg meer voor. Hij kijkt recht in de camera. Ik vraag soms aan hem of het goed gaat. Met mij dan. En dan vinden we allebei dat het wel goed gaat. Maar dat het wel een bijzonder leven is.

Ik heb vaak allerlei plannen om te gaan doen als ik met de camper op pad ben. Maar mijn tijd vult zich met boodschapjes, Spits uitlaten, koken, en zoals vandaag, even naar Stellendam heen en weer etcetera. Morgen even naar huis om de gasten uit te zwaaien en dan met Trudy weer naar Stellendam. Zij moet immers de nieuwe plek nog keuren ;-). Ik ga dan uiteraard met mijn camper.

Ik kan er erg veel lol in hebben om op mijn eigen eiland de toerist uit te hangen. Het past overigens  helemaal in de nieuwe visie over reizen; reizen is het nieuwe roken. Ik zag gisteren een documentaire van de VPRO Tegenlicht (dd. 20 mei) over het reizen en dat we steeds verder willen en hoe slecht vliegen wel niet is en dat er geen einde lijkt te komen aan de groei van het massatoerisme…. En ik bedacht dat het gewoon voor iedereen wel goed is om niet zo ver op vakantie te gaan.

Boek gewoon een leuk vakantiehuis in Ooltgensplaat 😉

Dan ga ik wel weer……

20180509_222952.jpg

De camping is van vader en zoon. Qua vitaliteit dacht ik dat ik met de zoon te maken had maar het bleek de vader. Eindeloos over Els kletsen…. en over campings natuurlijk en het Friesche leven

PS Header: de koeien op het bedrijf van Camping Poelzicht in Heeg 

Recept voor een onbestemd gevoel

“Zo, je mag weer effe terug” zeg ik tegen het fotolijstje met de foto van Leo. Ik haal het uit de voorraadkast, waar hij precies nog paste bovenop een blik erwten en een pot mayonaise. Toen ik het lijstje er in legde, twijfelde ik nog even. Leo op de doperwten, kan dat wel? Erg stijlvol is het niet. Maar de ratio wint het. Leo was een pragmatisch man. Het is om de hoek van zijn hangplek, het ligt er veilig, en ja, het moet even. En het is de goeie mayonaise; die van Hellman en dat had hij kunnen waarderen.

De voorraadkast wordt bij verhuur afgesloten met een vernuftig systeem waar ik zeer trots op ben. De deurtjes van de voorraadkast hebben oogjes aan de binnenkant waar ijzerdraadjes doorheen gaan die door de bovenkant van de kast binnendoor naar boven komen en daar een lusje vormen waar een koperen staafje doorheen gaat waarna het geheel wordt aangetrokken en het uiteinde van het draadje om het staafje wordt gewikkeld…. U weet wel…

Onze trouwfoto hoef ik niet te verplaatsen. Die staat in de open boekenkast. Ook die wordt afgesloten bij verhuur. En dat gaat met blokken en gaten en een stang met een slotje… En voor de gaten staan olifanten en als de stang erdoor moet gaan de olifanten opzij. Snapt u?

 

 

Zo kan ik er erg veel lol in hebben allerlei handige truukjes te bedenken om de wisseling van verhuren naar bewonen zo simpel en praktisch mogelijk te maken. Het begint met opruimen, ruimte maken.

Mijn huis is nog nooit zo opgeruimd geweest. En ook nooit zo schoon. Want alles wat ik beetpak, bekijk ik met de ogen van een toekomstige huurder. De afstandbedieningen, de föhn, het bestek. Ik check of de kruimels uit de broodrooster zijn. Of de oven schoon is. De binnenkant van de deksel van de prullenbak. En ga zo maar door. In feite heb ik de stelregel: dat wat kan glimmen, moet glimmen.

Uit de stapel met handdoeken heb ik een selectie gemaakt van doeken die er niet al te vaal uitzien.Want vale handdoeken, dat kan niet. Of wel? Het zijn van die discussies die ik voer met mezelf. In hoeverre wil ik meedoen aan de gekte van spierwitte handdoeken, terwijl ik weet dat die ietwat vale handdoeken ook gewoon gewassen en schoon zijn.  “Ze doen het er maar mee” denk ik dan. “Aan die gekkigheid doe ik niet mee, als het ze niet bevalt, dan boeken ze de volgende keer maar niet meer”. Om vervolgens toch 10 nieuwe handdoeken te gaan kopen. Wit.

Maar met sommige zaken ben ik standvastiger. Zo had ik aanvankelijk van die kleine verpakkingen shampoo en doucheschuim gekocht. Maar het is bizar. Als het half aangebroken is kan ik het weggooien, want het te klein om aangebroken aan te bieden. En al dat plastic is werkelijk slecht. Dus ik heb gewoon een shampoofles en een fles met doucheschuim. Die ik na elke gast schoonmaak. En daar doen ze het maar mee.

Zo ben ik lekker bezig met mijn verhuurtjes. De gasten zijn tevreden. En het bevalt mij ook. Het voelt helemaal niet raar als er mensen in mijn huis komen. En ik vermaak me in de camper. Ik ga niet al te ver, hoewel ik volgende week naar Friesland ga. Er komen dan weer mensen voor een week. Ik ga met vriendin Jenny toeren.

Zo glijden de weken voorbij en het is mooi dat het zomer wordt. Het is inmiddels 4 maart geweest, en dat is de datum waarop Leo overleed. Dat noopt tot terugkijken. En de calvinist in mijn wil dan meteen kunnen zeggen wat het opgeleverd heeft dat jaar niet ‘werken’, wat de zin is geweest, of ik bereikt heb wat ik wilde bereiken, terwijl ik nog niet gedefinieerd had wat ik wilde bereiken. “Niets” was het voornemen. Maar ‘niets’, dat is wel erg niets.

Als ik het jaar overdenk, dan heb ik heel veel gedaan. Er is ook heel veel gebeurd.

Maar alles staat op de rails. Ik kan tevreden zijn met wat ik heb gedaan. Hoe het is gegaan. Mijn opruimen, mijn camper, mijn tochtjes, het verplaatsen van de caravan, het opknappen en de verhuur van mijn huisje… ….

En dan… ach, dan komt soms een onbestemd gevoel. Het ziet eruit als een potpourrie van emoties. Ik schrik er ook niet van. En bedenk dat het logisch is.

Er zijn ook dingen die niet leuk zijn. De ziekte van mijn zus. En in een volledig andere orde van grootte soms een zorg over de camper (campers en electronica; een drama). Vragen over de gezondheid van Spits.

Dat onbestemde gevoel is niet zo raar. Het is een mix van rouw. Met flinke pijnscheuten aan verdriet. En een snufje midlife-crisis. En een toefje besluiteloosheid. Een schepje hondenzorg, opgediend op een bedje van hoge eisen aan mezelf. Vergezeld van een wolkje camperfrustratie.

Maar dit gevoel is niet allesoverheersend. Onder de streep ben ik gelukkig en dankbaar voor wat ik kan doen, met de vrienden en mijn lieve zussen en familie, met het feit dat ik gezond ben. Met mijn huisje en mijn dorp. Met mijn camper en mijn hond.

Ik ben niet uniek. Ik denk dat we allemaal die gevoelens in meer of mindere mate hebben.

Van het gerecht des levens…. Krijgt niemand een recept

IMG-20180505-WA0000.jpg

Vandaag zit zus Astrid met haar dochter Laura op de rommelmarkt…. met onder andere mijn spullegies…. You go for it Astrid!!

 

 

 

Home is where….

Beredruk heb ik het. Niet eens tijd om een blogje te schrijven. Inmiddels heb ik drie verhuurtjes achter de rug en één echtpaar huurt op dit moment. Ik schrijf deze blog in Barendrecht, waar ik met de camper twee nachtjes verblijf aan de Oude Maas. Schepen trekken voorbij. Water is altijd rustgevend. Het geronk van de scheepsmotoren stoort me niet. Het is rustig op de camping.

Ik kan goed wennen aan mijn nieuwe bestaan. Ik verblijf soms gewoon thuis, in de tuin met de camper. En soms trek ik erop uit. Maar ondertussen draait het leven gewoon door. De caravan is inmiddels door Wim in Stellendam gebracht. En met zwager Rob heb ik de voortent er aan gezet.

Het was toen smerig regenachtig weer. De grond van de camping was zompig. En zo was mijn humeur ook wel. Het was dat Rob toch de moed had om te beginnen met de voortent…  Tussen de plassen door stortten we ons op de puzzel van de stokken en de lappen. Ongelooflijk dat er dan toch ineens iets staat…

De dag daarna was het Pasen. En ik was ziek. Dat kwam goed uit. Geen afspraken en ik was met de camper op dezelfde camping gaan staan. Heerlijk rustig. Goede plek om uit te zieken. Gelukkig was Eetcafé de Stelle (wat een heerlijke tent) aan de binnenhaven van Stellendam open en ik heb daar kibbeling gegeten in het kader van vergelijkend warenonderzoek.

De caravan staat het hele seizoen in Stellendam. Met name voor Trudy, Rob en Tamisha. Ik heb toch maar even aan de receptioniste uitgelegd hoe het zit. Want een caravan, uit Ooltgensplaat (30 minuten rijden), die daar drie jaar in de tuin heeft gestaan, die van mij is, maar waar mijn zus en zwager vakantie in gaan houden, terwijl ik met een camper rondrijd? Dat roept wat vragen op. Ik vertel dat de caravan eigenlijk een ‘mantelzorgcaravan’ is geweest. En vertel van Leo. Dat ik daar soms in sliep om zo af en toe eens dóór te kunnen slapen terwijl een verpleegkundige dan de zorg overnam ‘s nachts en om soms even mijn eigen plek te hebben. Er gaat altijd wel een film draaien als ik daar over vertel. Toch voelt het goed het te vertellen.

Ja, die caravan stond er, de voortent er aan. Maar ik voelde me die dagen ineens wat down. Het was denk ik de combinatie van de sterke wind en daarmee bij mij de angst dat de voortent weg zou waaien. De zompige grond die nooit meer zou opdrogen. Spits die mank liep. De navigatie die kapot is. Mijn grieperigheid.  De druilerige regen en kou. En de constatering dat het seizoensplekje van de caravan naast een familie met tig kinderen ligt, inclusief trampoline, partytenten, een voortent zo groot als een circustent. Ik had het even helemaal gehad.

Maar de voortent bleef staan en doorstond de wind. De regen hield op. Spits loopt weer iets beter. De navigatie is opgestuurd. Ik ben weer beter. En de kinderen lijken rustig en goddank is er de leerplicht. Ze moeten toch echt naar school op die 6 weken na…

Zo kwam ik wel door mijn voorjaarsdip en de dag na Pasen ging ik naar een verjaardagsfeest van een 100 jarige in Hoek van Holland. Ik ken haar al sinds mijn 6e of 7e…. Heel bijzonder….

En woensdag bezocht ik de vorige eigenaren van ons huisje en overnachtte op de oprit van hun buren. De volgende dag naar Dordrecht, waar ik overnachtte in de Jachthaven. Vriendin Pauline kwam eten. Een heerlijke stek en mooi ook om Spits lekker uit te laten. Langs de Merwede…. Je kunt niet lekkerder wakker worden als je de luikjes opendoet en uitkijkt over allemaal bootjes.

Vrijdag een A-lokatie op het erf van Rina en Cees. Wij gingen naar de film in Rotterdam terwijl Spits zich vermaakte met beau, de hond. En met Cees uiteraard…

Zaterdag wild gekampeerd voor een kampeerterrein in Brabant (Oosterhout) waar ik dorpsgenote Laura en haar man Klaas bezocht. Ik wist dat ze een klein maar heel mooie woning in het bos hebben en ik heb daar genoten van een heerlijke barbecue en lekker gefilosofeerd over huisjes en campers en huisjes en campers en huisjes en nog meer huisjes en ik werd heeeeel erg hebberig van het huisje dat zij hebben en ook nog andere huisjes die daar staan maar …. Ik heb al een huis…

Dan op zondag een dagje op het eigen erf. En eigenlijk is dat ook een triple-A lokatie. Perfecte wifi, electriciteit, water, afvoer van toiletcassette op riool en vuilwatertank legen op riool, heerlijk de ruimte voor Spits in de omheinde tuin (hoewel hij toch voornamelijk in de camper ligt – deels omdat hij gewoon schijterig is voor hommels die je nu overal hoort ), stilte, een grote overdekte picknicktafel, een zalig bosje om de hoek, een vijver met zoveel leven dat je er nooit genoeg van krijgt….

Kijk, als je in je camper zit en vanaf je luie stoel ziet dat er een merel in de vijver zit te badderen, als je vanuit je luie stoel de lammetjes op de dijk ziet, als je de beginnende bloesem van de appelboom ziet, als je de kikkers ziet en het zonnetje voelt… ja, dan denk je echt. Dit is ook een heerlijke plek.

Maar… ik kan toch ook niet genoeg krijgen om te karren met die camper en dan leuke dingen te doen. Vandaag had ik een broodjesdate met zus Trudy in Heinenoord. En morgen komen zwager en schoonzus Sia en Rien eten in de camper. Met uitzicht op de schepen. En dan woensdag maar weer ’s op huis aan.

Maar huis, dat is ook mijn camper. “Home is where I lay my head”… zei Leo altijd. En zo is het!