Over muschfacilities

Sylvia Musch - ZZP-er - Facility Manager - www.muschfacilities.wordpress.com - inwoner Goeree-Overflakkee - bezoldigd mantelzorger -

Er mist iets…

Het doet pijn aan mijn ogen. “Er mist iets”. Maar het blijkt inmiddels goed taalgebruik te zijn. Als Van Dale het goedrekent, wie ben ik dan? Het is niet verwonderlijk dat ik de laatste tijd nadenk over de betekenis van missen. Er is een verschil met ontbreken. Niet alleen in de vervoeging (ja, missen is een overgankelijk werkwoord en ontbreken een on-overgankelijk werkwoord), maar ook in het gevoel.

Allereerst mis ik Leo natuurlijk. In alles. Als maatje. Praatpaal. Beslissingnemer. Brompot. Betweter. Held. Doordouwer. Voorbeeld. Rustpunt. Maar vooral als partner. Mijn Leo. Mijn liefde.

En ik mis Jorina en alle andere zorgverleners. Hetty, Jorina, Paula, Corine, Cees, Suzanne…. Ik mis ze maar kijk met zoveel dankbaarheid terug. Als ik het moeilijk heb, dan denk ik aan de keren dat Jorina me vertelde dat ze zo gelachen had met Leo…. Als ik het moeilijk heb dan kijk ik terug op de band die Leo had met Cees de fysiotherapeut. Dan kijk ik terug op het vertrouwen dat Leo in zijn huisarts had. En nog veel meer. Ik mis ze, maar ik weet dat het goed is.

Ik mis ook, hoe gek het ook is, het ‘overzichtelijke’ leven. Hoe moeilijk de situatie met Leo ook was, er was maar één ding wat er toe deed; de tijd met Leo zo goed mogelijk benutten. Prioriteiten stellen was makkelijk. Het draaide om Leo.Ik hoefde en wilde me met niks anders bezighouden. En daar had ook iedereen begrip voor. Ik hoefde niets uit te leggen; iedereen begreep dat Leo op de eerste plaats kwam. En terecht. Hoewel hij zelf altijd oog bleef houden voor anderen.

We hadden het zo goed geregeld. Af en toe kon ik even weg, of een paar daagjes. Naar vrienden of naar een hotel (“en je neemt een wijnarrangement!” zei – nee, gebood Leo dan!). De dagen hadden een vast patroon in de verzorging. En we hadden het druk met het regelen van medicijnen, van hulp, druk met de administratie, met hulpmiddelen, rolstoelperikelen, hoofdsteunen, en nog veel meer. Samen waren we partner in crime, vochten tegen “The Beast” (de MSA) en als team regelden we wat er te regelen viel.

Nu is mijn leven anders. Ik heb alle vrijheid. Kan gaan en staan waar ik wil. Hoef niet meteen te gaan werken. Heb een camper. Ben gezond. Heb geen ouders of schoonouders of kinderen waar ik voor moet of wil zorgen… En van die vrijheid geniet ik erg. Ik heb heel veel plezier van de camper. Heb vanaf april al meer dan 13.000 kilometer gereden…. En gosh wat geweldig om ermee op pad te zijn.

Als ik met de camper op weg ben, vaak met iemand anders, dan ontspan ik heel erg. Neemt niet weg dat ik dan ook aan het einde van de dag moe ben. Maar dat is een andere moeheid. Oh, wat kan ik alweer terugkijken op fijne toertjes. De camper is goud. Maar na elk tochtje kom ik thuis. Ik ben graag thuis. Maar los van het gemis van Leo, komt er dan veel op me af. Mijn hoofd loopt over.

Thuis komt de denk-fruitautomaat op gang. Met al die schijven die draaien, tegelijkertijd. Éen spoor gaat over de vraag wat ik toch tzt eens aan werk zal gaan doen. Daar kan ik lang en vaak over nadenken. Ik switch van het laten bouwen van een aangepaste camper en die gaan verhuren tot het aanleggen van camperplaatsen op een mooie plek. En van het teruggaan in mijn oude vak tot het omscholen tot verpleegkundige. Van de camper verkopen en héééél zuinig zijn tot … Tot mijn huis verhuren en emigreren. Alle opties dienen zich aan in dit denkspoor. Hoewel er op dit moment geen urgentie is om daar een beslissing over te nemen, en ik mezelf nog even de tijd heb gegeven, vind ik niet echt de rust om het los te laten.

De fruitmachine kent nog een spoor; het spoor van de gewone day-to-day dingen die je niet eeuwig kunt uitstellen. Een nieuw paspoort, de APK voor de camper, de apk voor mezelf (bevolkingsonderzoek), Spits die een oorontsteking krijgt waardoor ik met hem naar de dierenarts moet, een printer die het begeeft (precies 10 minuten nadat ik voor het eerst sinds ik hem heb een merkloze cartridge heb aangeschaft via internet…. toeval??!!)… Verder moet er een geboorde put komen als bluswatervoorziening op ons kampje hier, wil ik nog flink gaan ruimen hier en zo dienen zich talloze trivialiteiten aan.

Er is nog een spoor dat onophoudelijk doordraait. Het spoor van het terugkijken. En denken. Ik stel mezelf steeds vragen waar ik onmogelijk een antwoord op zal krijgen. Heeft Leo toch op het laatst nog iets willen zeggen? Wat zijn zijn laatste gedachten geweest? Heb ik niet teveel gepraat? Heb ik genoeg naar Leo geluisterd? Maar gelukkig zijn er vrienden en familie om me heen waar ik dit soort twijfels mee kan bespreken. En soms kan het helder zijn als iemand zegt: “Syl, je moet nu eens ophouden om steeds aan jezelf te twijfelen”. Eigenlijk ben ik nog stééds met Leo bezig, en vooral wat hij heeft gedacht, gevoeld, waar hij doorheen is gegaan, wat hij heeft moeten doorstaan. En dat zal ik nooit weten. Leo was geen prater hoewel we veel besproken hebben. Ik moet accepteren dat ik nooit helemaal kan weten wat hij gedacht en gevoeld heeft. Het was zijn leven, zijn proces, zijn gedachtes, gevoelens. En… zijn dood.

Dat is moeilijk maar dat ga ik nu langzamerhand een beetje voelen. Heel bijzonder was dat ik onlangs een stuk las dat geschreven was door iemand die zou gaan overlijden. Ik heb het stuk met tranen in mijn ogen gelezen. Het was raar, maar het zouden zo de gedachten van Leo kunnen zijn. Het gaf me troost.

Ik besef de laatste tijd ook dat het een bijzonder gegeven is dat ik juist doordat ik best rationeel ben, mijn gedachtes en gevoelens kan analyseren. Samen met anderen kom ik toch tot inzichten. Soms pijnlijk, verdrietig, confronterend. Maar vaak verhelderend. En ik kom er verder mee.

De fruitautomaat draait continu. Alle schijven tegelijk.

En ondertussen heb ik fijne momenten. Geniet ik van vrienden en familie. Geniet ik van een plaatselijk evenement (Kaai Culinair). En van de uitjes met de camper. Zo kwam vriendin Els uit Portugal over en we creeerden een arrangementje BEO (Barendrecht En Omstreken). We vertoefden een paar daagjes aan de Oude Maas, op een camping waar we lekker bootjes konden turen en verder niets deden. (zie dit fillumpie met een grote boot). Hoogtepunt was dat zus Trudy en zwager Rob met nicht Tamisha op bezoek kwamen. Het hoogtepunt had zowel betrekking op hun komst als op het feit dat ze een friteuze meebrachten. Het was prachtig hoe ze met zijn drieen de camping op kwamen zetten met die bakmachine onder hun arm. Zo zit je dan met zijn vijven op een zwoele zomeravond patat te bakken aan de Oude Maas. Hoe heerlijk kan het leven zijn.

Onlangs werd ik uitgenodigd (of nodigde ik mezelf uit?) bij schoonzus en zwager in Numansdorp. Ik parkeerde de camper tegenover hen. Na een heerlijk diner rolde ik zo mijn bedje in.

20170819_193149

De man die het vlees aansnijdt…

De volgende morgen zou ik bij ze ontbijten. Ik werd wakker om 9 uur, maakte een kop koffie, en startte de motor. Ik reed naar het Numansdorpse bosje om nog voor het ontbijt Spits even uit te laten en onderweg daar naar toe dacht ik: “Ik ben gelukkig”. Het was emotioneel te constateren. Ik dacht aan mijn vader, die me ooit vertelde dat hij liep te fluiten terwijl zijn vader die week tevoren was overleden. Hij drukte me op het hart dat ik me nooit schuldig zou moeten voelen als ik dat ook deed als hij dood zou gaan. “Het leven gaat door” zei hij. Ik weet niet hoe oud ik was. Mooie herinnering en zo toepasselijk.

En nu, op deze winderige regenachtige vrijdag, ben ik de hele dag thuis geweest. Heb het haardje aangemaakt. Potje gekookt. Wijntje gedronken. Blogje geschreven. Traantje weggepinkt. Maar ook een lachje weggedrukt. Bij dat beeld van die friteuze.

Er mist iets ja, zeker. Maar ik red het wel. En die rust in mijn hoofd, die komt ook nog wel. Overigens vind ik ook wel wat ontspanning in mijn gitaarles. Ik kan al “Mieke heeft een lammetje” spelen.

Zie je wel, het komt goed.

 

Advertenties

Rouwverwerking bestaat niet….

Het is leuk om stukjes te schrijven. Over foute caravanhandelaren en voegenfris (ps. De caravan is nog steeds droog). Ik doe dat graag. Maar mentaal loop ik de laatste tijd soms te ijsberen over de vraag in hoeverre ik zal schrijven over mijn gevoelens na het overlijden van Leo.

Mijn leven is totaal veranderd. Er heeft zich een nieuwe fase aangediend. Een fase waarin ik onbezorgd lol kan hebben, erop uit kan trekken, kan ontspannen. Maar ook een fase waarin ik pijn heb, verdrietig ben, en Leo mis.

En op de één of andere manier voelt het dan niet compleet als ik alleen maar leuke stukjes schrijf. Want ‘dat andere’ is er ook.

Maar wie heeft ooit gezegd dat mijn blogs een weerspiegeling van mijn leven moet zijn, in dezelfde verhoudingen als de inhoud van mijn blogs? Dat zijn eisen die ik mezelf opleg. En die ik dus ook los kan laten.

Ergens zit er ook nog een aarzeling om te schrijven over privé-gevoelens. Kijk, het gevoel opgelicht te worden, dat kan je delen. Het gevoel tekort te schieten in je voegenfrisheid, dat kan je delen. Het gevoel dat je blij bent met de camper, dat kan je delen….. Maar die andere gevoelens. Van onmacht, van verdriet, van pijn….

Daar heb ik meer moeite mee. En waarom dan, vraag ik me af. Het is deels omdat ik weet dat er nog zoveel meer ellende op de wereld is. (zie deze blog die ik eerder daarover schreef) En ook heel dichtbij. Bij mensen die geen blog schrijven. Omdat ze te moe zijn, omdat ze het niet kunnen, niet willen. Omdat ze hun verdriet in stilte moeten dragen. Omdat hun verdriet gewoon eenvoudig niet te beschrijven is. Of omdat ze er eenvoudig onmogelijk de tijd voor hebben. En dat zijn niet alleen mensen in Mosul, in Jemen of Iran. Dat zijn ook mensen hier om me heen. Van wie ik door de situatie met Leo ook blogs voorbij zag komen. Mensen met meervoudig gehandicapte kinderen. Mensen met een partner die dement wordt. De lijst is oneindig. Dan voelt de aandacht die ik met en door mijn blog krijg eigenlijk zo, ja, hoe zal ik het zeggen, onterecht….

Maar dan besef ik dat ik hetzelfde reageer als veel mensen die ik sprak toen Leo ziek was. Ze zeiden vaak “ach, maar dat is niets, het is niets vergeleken dat wat Leo moet doorstaan”. Ik vond – en vind nog – altijd dat de pijn die je doormaakt niet tegen elkaar af te zetten is. Dat er ergens iets ergers is (en wie zegt dat het erger is, is er een schaal van “erg”?) betekent niet dat jouw pijn er niet toe doet.

Ik vraag me af waarom ik blogs zou schrijven over dat wat er nu met mij en mijn leven gebeurt. Eerder had het allemaal o.a. als doel de MSA bekendheid te geven. Maar dat hoofdstuk is afgesloten. Het gaat nu dus om mij. En je moet wel heel gezocht gaan redeneren om daar een groter belang aan te verbinden. Soms is het onderhoudend, leuk stukkie schrijven. Maar wat drijft me om de diepte in te gaan? Steeds probeer ik dus een soort legitimatie te vinden om te schrijven over die “andere” dingen. Ik vind genoeg argumenten om het niet te doen. Omdat het te privé is. Omdat er ergere dingen zijn. Omdat het niet moet zijn om aan de verwachting te voldoen of om aandacht te krijgen. Omdat dat wat ik voel toch nooit onder woorden te brengen is. Omdat het echt niet uniek is om iemand te verliezen.

Er is recent een serie geweest over “Kijken in de Ziel” waar mensen aan het woord kwamen die niet lang te leven meer hadden. Ik heb het bewust niet bekeken. Te close. Te privé. Laat emoties maar privé zijn. (En zo had ik er ook in gezeten als ik géén man had die terminaal was). Tenzij het een groter doel dient, zoals bekendheid over een ziekte als MSA. Of om inzicht te geven in de frustratie als een hoofdsteun niet geleverd wordt door een firma. Maar emoties over het verlies van je man. Daar zou je niet over moeten schrijven.

Dat is natuurlijk kul. Ik kan er over schrijven en het is aan de lezer of die het leest. Maar het is een feit dat stukjes over wezenlijke dingen meer gelezen worden dan de stukjes over luchtige onderwerpen. Zijn alle lezers dan sensatiezoekers? Ramptoeristen? Of is het echt de behoefte aan herkenning. Is het meeleven. Is het omdat het over dingen gaat die er toe doen?

Ik besef dat ik soms erg veel nadenk. Maar ik voel ook dat ik graag wil delen hoe bijzonder dat moment was, op die doodstille camping in Friesland, waar ik op een avond het hele verhaal rond het overlijden van Leo van A tot Z uitgebreid kon vertellen. En heel hard kon huilen. Met de arm van mijn zussie om me heen.

En ik wist dat het nodig was om dat verhaal te vertellen, omdat er éérder anderen waren waar ik mee praatte. En die me lieten praten. Of me vragen stelde. Waar ik soms hélemaal niet op in ging. Maar die me wel deden beseffen dat daar iets zat wat het meeste pijn deed. Zo heeft elke vraag zin. En heeft elk gesprek zin. En heeft elk contact zin. Soms vluchtig, soms diepgaand. Kijk, en dát vind ik dus het vermelden waard! En natuurlijk dat ik zo blij met mijn zussen ben. En familie. En vrienden.

Rouwverwerking bestaat niet. Zei deze man. Ik ben het met hem eens. Luisteren…… En dan niet verwachten dat meteen iemand in huilen uitbarst. Dat komt later wel…. Bij mij tenminste.

Entertainment

Het is niet zomaar een stemmetje in me. Nee, het is een megafoon. Die brult in me. “GAS!”. Ik rijd met de camper over een middelgrote camping in Frankrijk. Pauline heeft net ingechecked en we zijn op zoek naar onze plek. Nummer 54.

Tijd om na te denken waar die is hebben we niet want waar je ook staat met je camper, bij de entree sta je per definitie in de weg. Mede omdat er links en rechts, bovenop de beperkte ruimte ook nog eens marktkramen zijn neergezet waar ik nog maar net tussendoor pas. De kaasjes worden door mijn uitlaat nog eens lekker gerookt.

Maar net als ik verder wil rijden komt het entertainment team ons tegemoet. Ze versperren de weg en ik kijk in de ogen van een konijnachtig wezen. Wij willen doorrijden maar hij blijft staan en staat voor onze camper te zwaaien met een stuk of 10 kinderen om hem heen. Ik heb er vertrouwen in dat het ding aanvoelt dat ik niet van konijnen houd en zeker niet op dit moment en door wil rijden maar het is hardleers. Ik negeer hem en draai mijn hoofd weg. “GAS” hoor ik weer in mijn hoofd en ik zie in gedachten mijn voet op het gaspedaal en besef dat er maar 6 centimeter nodig is om …. Maar een andere stem zegt dat het teveel rompslomp en oponthoud geeft en het is zonde van de kindertjes.

Uiteindelijk zwaait het monster af en we rijden door in rondjes want waar nummer 54 is weten we niet. De camping is zeer krap opgezet en we manoeuvreren tussen scheerlijnen en plastic tuinsetjes door waar Franse families ons met hun biertje in de hand gadeslaan. En Pauline krijgt de slappe lach. Bram zakt wat verder onderuit in zijn stoel en schuift de vitrage dicht. Uiteindelijk komen we bij onze plek. Met een paar keer steken waarbij ik de neus van de camper in de voortent van de overburen moet wrikken staat de camper op zijn plek. Maar niet voor lang want ik moest toch echt nog de vuilwatertank legen en de toiletcassette en schoon water tanken. Maar we drinken even wat en komen even bij. Dan start ik tot grote verbazing van alle buren wederom de motor. Tevoren had ik even gekeken waar het loosstation was. Dus zo tuffen we weer terug richting entree tussen een andere rij marktkramen.

Een moment later open ik de kraan en met een grote straal loopt de camper leeg. Het is raar te constateren dat het altijd een gevoel van opluchting geeft; alsof je je toch identificeert met zo’n camper. Ik kom een beetje tot rust als ik water sta te tanken als daar wederom het beest aankomt. Hij staat naast me te zwaaien en als blikken konden doden lag hij nu te stuiptrekken maar hij is onvermoeibaar. Ik sta me te verbazen over zoveel onvermogen om te zien dat iemand geen behoefte heeft aan infantiliteit. Mijn verbazing wordt nog groter als ik zie dat hij via de bestuurdersstoel naar binnen probeert te stappen om Bram te gaan vermaken die achterin zit. Die zal ook niet echt een uitnodigende indruk hebben gegeven want konijn trekt zijn kop terug. Die is te groot en blijft klemmen tussen de deur waardoor hij afvalt. Hij valt precies in de smurrie van de vuilwatertank. En ik zie welk mensenhoofd onder het ding tevoorschijn komt. Een volwassen man. Niet eens een student. Hij zet onverstoorbaar het natte ding weer op zijn kop en komt dan naar me toe. Hij raakt me aan en gaat achter me staan en slaat zijn poten om me heen. Ik ben te perplex om iets te doen. En ik ben al niet in staat Frans te spreken, laat staan Frans te vloeken.

Dan loopt hij weg en ik ben met stomheid geslagen. We rijden wederom via de toeristische route naar onze plek. Bram is duidelijk. “Ik wil hier morgen om 0900 uur weg zijn”. Wij zitten op één lijn. Er volgt een roerige avond. Tot 01.00 uur is er herrie.
De aversie bij Bram is zo groot dat hij de volgende morgen, geheel tegen zijn gewoonte in, in de camper doucht. De stap naar de campingdouches is te groot.
We vinden de volgende dag gelukkig een prachtige boerencamping, wederom via de SVR. Daar komen we bij.

De boer vraagt waar we vandaan komen. Wij stamelen iets over konijnen en campings en als hij de paniek en wanhoop in onze ogen ziet, begrijpt hij dat er maar één ding nodig is. Slachtofferhulp. Dat vinden we in de vorm van een heerlijke plek op deze parkachtige camping tussen de rhododendrons. Met prachtig uitzicht, rust en vriendelijkheid.

wp-image-1160597049

Gelukkig is deze camping een waardige afsluiting van deze week Normandië. Omaha Beach en het Amerikaanse kerkhof was zeer indrukwekkend. Ook waren we bij Arromanches-sur-Bain.

En de Carrefour natuurlijk. Waar ik afwasmiddel kocht met mint en basilicum. Dus geen afwasmiddel en mint en basilicum maar afwasmiddel met mint en basilicum… Leek me handig. Zodat je als je nog afwasmiddelrest op je bord hebt zitten dat het dan niet zo opvalt.

Inmiddels zijn Pauline en Bram weer thuis. En ben ik met de camper een aantal daagjes in Friesland op dit moment met zus Janny. Waar we op een ongeheurd rustige, heerlijke  SVR camping (camping kamperen op eigen weg.).
Zonder konijnen.

 

 

Monet en Omaha Beach

In 1979 zat ze achter me, bij de wiskundeles op het Laurenscollege in Rotterdam. Nu zit ze naast me in de camper, en achter ons haar zoon en we rijden naar Normandië. Pauline is een oude schoolvriendin en hoewel we tijdens een eerdere vakantie loeiende ruzie hebben gehad waarbij ik haar zonder tent en auto op een camping in Zeeland heb achtergelaten, durven we het aan opnieuw met elkaar op pad te gaan.

We hebben tevoren afgesproken dat we alledrie tijdens deze vakantie één TA mogen kiezen; een Toeristische Attractie. Voor Pauline waren dat de Tuinen van Monet. Voor Bram, haar zoon, Omaha Beach. Voor mij een grote versie van de Carre Four. Maar inmiddels is er eentje tussengeslopen; Etretat; een klein dorpje aan de kust met de krijtrotsen in de vorm van een olifantenslurf.

De Tuinen van Monet hebben we zonder kleerscheuren achter de rug. Na een rij voor de kassa van 180 m/v (ik heb ze echt geteld) waren we na een uur binnen. Ik heb wat over voor de hartewens van Paulien. En Bram blijkbaar ook. Mijn frustratietolerantie ten aanzien van rijen is niet al te groot, wat zeg ik, bijzonder klein. Maar ja, afspraak is afspraak. Eenmaal tussen de waterlelies ziet het tuintje er wel mooi uit. Monet blijkt wel smaak te hebben en het leukst was nog zijn huis want waterlelies heb ik thuis ook. Een gele eetkamer en frivole slaapkamer met allemaal schilderijtjes. In de museumwinkel kan ik me bedwingen. En trots loop ik langs de kassa. Zonder Iets!

De eerste overnachting op een boerencamping in het binnenland was heerlijk. Een boerencamping met 6 plaatsen…. . De tweede overnachting aan de kust bij Etretat is ook goed. We vinden een gemoedelijke camping waarbij de campingbaas het gezicht is van de camping. Hij sjeest op zijn fiets continu heen en weer, is overal tegelijk en heeft overal een woord en is continu zichtbaar. Hij meldt dat er die avond karaoke is en een missverkiezing maar dat is zijn humor hoewel ik ook denk “gemiste kans” (aan de lezer of het de karaoke of de Missverkiezing betreft) maar we kunnen het erg waarderen. Op de camping is niets te doen en daar zijn wij maar wat blij mee…..

Etretat is een mooie badplaats. Toeristisch maar dat zijn wij ook. Het is heerlijk om terug te keren op de camping. En wat nog fijner is, is dat Pauline voor 4 dagen heeft gekookt en dat die maaltijden in de vriezer liggen te wachten. “Wat gaan we vandaag ontdooien?”. De enige dagelijkse missie is stokbrood. Mijn buik voelt zich weer thuis. Alleen is de Nutella ingewisseld voor Hagelslag met zout. Van de Albert Heijn.

Morgen maar eens kijken of we richting Omaha Beach kunnen gaan. Leo en ik zijn nooit zoveel in Frankrijk geweest. Hij wilde er eigenlijk zo snel mogelijk doorheen. Tekenend is dat we van Frankrijk ook geen Capitoolgids hadden, en van alle andere landen waar we bivakkeerden eigenlijk wel. Die gids heb ik nu toch maar besteld.

Het reizen met de camper is nog steeds een feestje. En het is ook precies uitgepakt zoals ik gehoopt had; grotere en kleinere tripjes met vrienden en familie naar vrienden en familie of zomaar een dagje weg. Er liggen nog wat uitjes in het verschiet en mij verveelt het niet; ik kijk naar elke campertrip uit.

Inmiddels ben ik ook zo’n beetje aan het nadenken over mijn toekomst. En dan vooral met betrekking tot de vraag hoe ik mijn brood moet gaan verdienen, en ook hoeveel ik nodig heb om nog brood te kunnen kopen. En ook – en dat heeft er alles mee te maken – hoe luxe ik dat brood dan wil hebben…..

Er zijn een aantal richtingen die me altijd hebben aangetrokken. Zo waren Leo en ik ooit van plan om een camping te kopen (maar ja, dat heen en weer fietsen..). Maar oh, er zijn nog vele opties die ook bij me opkomen. Een bed-and-breakfast? Een camperplaats exploiteren/kopen? Of weer “terug” in de zorg? Ben ooit in de verpleging begonnen… Maar dat is 100 jaar geleden. Mijzelf verhuren als verzorgende aan pgb-houders? Voor pgb-houders de administratie gaan verzorgen? Mijn huis verhuren en met de camper rond gaan reizen? Ik heb ook nog een caravan! Of terug in mijn oude vak als facility manager en/of als zzp-er gaan werken? Met de camper kan ik overal komen voor een klus en met een aantal dagen per week zoek ik wel een aardige boerencamping op waar ik dan ga staan. Hoef ik niet de file in. Van Ootmarsum tot Sluis en van Den Oever tot Roermond…. Die laatste optie, terug in mijn vak, is om een aantal redenen vooralsnog de meest waarschijnlijke.

Soms moet ik ook nog helemaal niet aan werken denken. Heb mezelf tot begin volgend jaar verlof gegeven. Dat kost me centen maar het is het me waard.
Zo kom ik langzaam terug in het normale leven met beslissingen en keuzen. Maar er gaat geen dag en bijna geen uur voorbij zonder aan Leo te denken. Aan de leuke, de moeilijke en de zware momenten. Vooral de laatste dagen en de laatste momenten voor zijn overlijden laten me moeilijk los.

Zo mijmer ik over het verleden en over de toekomst.

Maar ik vergeet niet van het heden te genieten.

Zojuist had ik Andrea aan de telefoon; een vriendin die 25 jaar in Engeland heeft gewoond. Ze is pas met haar man terugverhuisd naar Duitsland. Ik heb haar ooit in 1981 in Engeland ontmoet. En in oktober ga ik met haar nog een Grande Finale England Tour doen met de camper. En er staan nog 3 tourtjes op de rol!

Kijk, dat is toekomst. Maar dat wordt vanzelf heden….

 

 

Voegenfris

Het verzinnen van de titel van je blog… Dat valt om den drommel niet mee. Maar dit keer is het – na de kit – de voegenfris die me bezighoudt. En die feitelijk een gehele gemoedstoestand illustreert.

Want zo zat ik gisteren met tong uit de mond mijn voegen in de douche op te frissen. Wat geen zier hielp, waarna ik met de antikal aan de slag ging, hetgeen het geheel nog erger maakte. Maar dat komt er ook van als je ineens hysterisch je voegen gaat frissen.

Ik had afgelopen nacht namelijk gasten in de caravan. En die mogen bij mij douchen.Dus dan moeten de voegjes wel frisjes zijn. Al poetsend zag ik steeds meer stof en een vuil raam en kalkaanslag op de kraan….. Een VSR-ronde hier zou desastreus aflopen. Ik ga los op de spiegel, maak het bad nog glimmender dan het ooit geweest is, poets de kalk van de handgrepen, check de handdoeken op vlekken, inspecteer de washandjes op pasvorm, en maak een uitnodigende, niet overdadige, doch functionele opstelling van shampoo en doucheschuim waarbij ik me bedenk dat ik niet moet vergeten ze en passant te zeggen dat ze dat mogen gebruiken. Royaal als ik ben…

Gasten in de caravan? Ja, ik had me eerder aangemeld als gastadres voor  “Vrienden op de Fiets” maar was eigenlijk al een beetje vergeten dat ik me aangemeld had als gastadres. In de consternatie van de vermeende lekkage in de caravan.

De dame belde dinsdag voor een overnachting op woensdag. Ik moest dus wel even alles wat ik uit de caravan had gesleept, er weer in terugslepen. Toiletje opfrissen, water vullen, schoonmaken, bedje opmaken….. En dan toch maar even naar Ikea voor een nieuw dekbedovertrek. In de aanbieding….

“Wat zou ik zelf absoluut willen hebben als ik ergens zou overnachten” vraag ik me af. Oké. WIFI-code en een kurkentrekker….. Dus dat regel ik direct.

Voor de leukigheid zet ik nog wat boekjes in het caravannetje. Maar dan slaat ineens de twijfel toe. Ze zullen toch niet denken dat het zo’n ruilsysteem is? Want ik ben best gehecht aan sommmige boekjes. Een selectieproces volgt. Welke boekjes (grote boeken passen niet op het plankje) mogen in het hutje? Het is een afvalrace.

“Hite” rapport – maar niet doen, je krijgt zo’n naam. Zeker als je “handleiding tot overspel” er nog eens bij zet. Joris Luyendijk daarentegen is uiterst verantwoord en wordt goedgekeurd met “Het zijn net mensen”. En ook “Een goede man slaat soms zijn vrouw”. Dan zie ik dat er nog twee boardingpassen in het boek zitten. Van de reis naar Vietnam van Leo en mij. En even draait er een filmpje.

Mijn favoriet van John Cleese “Hoe Overleef ik mijn familie” mag ook.

Ik bedenk dat het beter is dat de boeken (nog eens) gelezen worden dan dat ze staan te verstoffen op mijn boekenplank. En als er een boek wordt meegenomen  ja… dan is dat zo. Ik gris er nog wat bij; ik gun mijn gasten leuke boekies; Herman Finkers met “Verhalen voor in het Haardvuur” en een veilige Roald Dahl met korte verhalen. En natuurlijk “slippertjes” van Peter van Straaten…..

20170727_132903

In dezelfde gedachtengang zet ik bordjes in de kastjes. O zo oud en echt jeugdsentiment. Maar ze mogen een nieuw leven. Een wedergeboorte. Ik word er sentimenteel van.

 

Op woensdagavond arriveren Liza en Hanneke. De zijn komen fietsen (géén e-bike) vanuit Westkapelle. 122 kilometer. Ze doen dat niet elke dag, zei Liza maar ik neem mijn petje voor ze af.

Ik laat ze hun onderkomen zien en ga Spits uitlaten. Ze kunnen lekker nog even in de tuin zitten.

Als ik ’s avonds in bed lig, vraag ik me af of ik heb gezegd hoe de verduistering werkt…. Zo lig ik wakker met de vrees dat zij wakker liggen omdat het niet donker genoeg wordt. Maar ik slaap toch nog prima.

Na het ontbijtje buiten onder de veranda taaien ze af. Ik zeg pas aan het ontbijt dat ze de eerste gasten zijn. Over de lekkage in de caravan weten ze niets. Die caravan is niet lek tot het tegendeel bewezen wordt. Maar na het bezoek van meneer “nicht gut” is er geen druppel lekkage meer geweest in de caravan. Ook niet na alle hoosbuien van de afgelopen week.

Leuke eerste gasten!

Je wordt er niet rijk van.

Maar het is wél dé stok achter de deur om je badkamer weer eens een grote beurt te geven.

20170727_133151

Liza en Hanneke uit Westkapelle. De eerste gasten in de caravan via “Vrienden op de Fiets”. Als ze allemaal zo zijn ga ik er nog wel jaren mee door….

Kit

Ik heb de blog over de caravan nog niet gepubliceerd of ik krijg een telefoontje. Een 49 nummer. Duitsland. “Haben Sie die Caravan noch?”. Ik moet even slikken maar zeg dat-ie er nog is. De beller wil hem zien en zegt donderdag of vrijdag te komen. Ik ben even beduusd na zijn telefoontje. Hij zou alleen komen. “Dat is niets voor mijn vrouw”. Maar goed. Als hij een goed bod heeft, dan moet het ding gewoon weg. Ik heb hem gezegd waar ik aan denk dus hij weet wat ik wil.

Donderdag bel ik om half drie het nummer. Of hij al weet wanneer hij komt. Hij was “juist” onderweg. Maar hij staat pas om half negen aan het hek. De man heeft haast. Loopt direct door naar de caravan en hoeft geen koffie. Achterlichtje rammelt. Een deukje. En of ik een lampje heb voor onder de caravan. Hij krijgt nog een telefoontje. Ongevraagd zegt hij tegen me “mijn vrouw”. Alsof ik daar in geïnteresseerd ben….. Ik loop naar de camper voor een zaklantaarn en dan zie ik dat er in zijn auto nog een man zit. Vreemd dat die niet meekomt.

Hij lijkt geroutineerd. Klooit wat aan de dissel en zegt dat er speling in zit. En dan gaan we binnen kijken. Hij ziet wat oude vochtplekken en begint een heel verhaal dat dit type bekend staat om de vele lekkages. Ik neem het voor kennisgeving aan. Het zal wel. Ik heb nooit enige lekkage gehad dus.

Hij vraagt wat over het kacheltje en trekt dan de kastjes open. En dan. En dan.

Dan ga ik door de grond. Want aan het plafond in één van de kastjes hangen dikke druppels. Hij wijst zwijgend op de druppels. “Nicht gut”.

Dan opent hij ook de kledingkast en ik trek wit weg. Ook daar lekkage. Druppels aan het plafond.

“Aber, aber….”…. Ik baal. Maar ik ben stomverbaasd. De man zegt dat het vaker voorkomt. Dat nu het hele dak open moet, alle isolatie eruit moet. En dat ik blij mag zijn als een opkoper er nog 3000 Euro voor geeft. Ik zeg dat de caravan nooit gelekt heeft maar hoe waarschijnlijk is zo’n verhaal? Ik vind het echt heel vreemd.

Hij zegt dat de caravan rijp voor de sloop is als het hele dak er niet af gaat. Hij zegt ook dat hij mijn vriend is en ik sta even te bedenken hoe nu verder. “Zo verkopen kan niet. Dat wilt u toch niet?”

Twee minuten later zegt hij dat hij hem zelf wel wil kopen. Voor 3000 Euro. Mijn hersenen kraken. Mijn paranoïde geest, gekweekt in de Pfizertijd toen ik over de security ging, meldt zich weer eens. Wat is hier aan de hand. Zou hij…. zou hij…. zou hij toen ik de lamp haalde met een sproeifles de plafonds nat hebben gespoten?

Ik laat de man staan en ga een theedoek halen. Ik maak het plafond droog. Als het echt doorgelekt is, moet er nog een druppel verschijnen. Want dan komt er nog vocht want blijkbaar is het materiaal verzadigd. En ondertussen zit ik te denken. Die telefoontjes met zijn vrouw. Bull shit. Die man in de auto. Gewoon om niet als handelaar over te komen.

Er zijn twee opties. Of het lekt echt. Maar dan is de vraag of de reparatie inderdaad ca 1800 of 1900 Euro kost. Of het lekt niet en hij heeft gewoon water gespoten.

De man kijkt me aan. En dan zeg ik dat ik er even over na wil denken. Hij is geïrriteerd. Daar kan hij niet op wachten. Want hij heeft al heel ver gereden. En dan is het voor mij klaar als een klontje. Ik zeg “Ik verkoop hem niet”.

De man draait zich om en loopt kwaad weg.

Tja. En toen ging ik nog even op onderzoek uit. Het zou zomaar kunnen dat er toch lekkage is geweest. Die ochtend had het urenlang keihard geregend. Na een hele droge, warme periode. Het is niet onwaarschijnlijk dat de kitrand gewoon te droog is geworden en dat die de hoosbui niet heeft kunnen houden. Ik bel hulplijn Frans, die ontelbare keren ook met regen in de caravan heeft geslapen. Ook hij is stomverbaasd. En we besluiten dat we gaan kijken naar de kitnaden. Een nieuw projectje. Want zo verkopen is niet echt een optie.

Ik baal uiteraard heel erg. Als ik een week eerder een schappelijk bod had gehad, had ik de caravan gewoon met droge ogen verkocht.

Vandaag zat ik op het dak van de camper. Om hem schoon te maken. Ook daar zag ik kitnaden. Kit. De nachtmerrie. De ellende. Gruwel. De eeuwigdurende bron van wanhoop. Vreselijke, afgrijselijke kit. De moeder van de waterdichtheidsillusie. Niets is vergankelijker dan kit. Ik krijgt bulten van kit. Weet je wat ik zie als ik gedronken heb? Allemaal kitnaden!

En vanaf het dak kijk ik op het parkeerterreintje. Waar de auto van mijn buurvrouw staat. Die bij Bijlard werkt, een leverancier van kitten.

Er staan plaatjes op de auto. En een tekst;

“Laat je nooit meer los”….

I could not agree more…..

UPDATE:

Het is nu 10 september. Afgelopen weken heeft het hier gehoosd van de regen. Stortbui op stortbui. Gepaard met wind, storm. En de caravan is kurk- en kurkdroog…….. Op dit moment staat hij er prima bij. Ik overweeg toch om hem volgend jaar te verkopen. Nu kan ik met droge ogen zeggen dat hij echt waterdicht is….. Dus wie interesse heeft, trek aan de bel. Vaste prijs 4500 Euro.

“Wat we óók kunnen doen….”

“Sodemieter op!”. De intonatie van zijn stem. De uitdrukking op zijn gezicht. Ik hoor het Leo zeggen.

En de grap is dat ik het zelf óók denk. Als ik lees wat erop het labeltje van het theezakje staat; “Wat at je het liefst toen je klein was?” en nog meer infantiele vragen als  “zou je liever een koning of een fee willen zijn?”. Sodemieter op, inderdaad. Ik wil thee. Bezoedel mijn al door teveel prikkels geplaagde geest niet met ongevraagde, nutteloze vragen. Leo heeft post mortem nog vaak helemaal gelijk en ik ben het hardgrondig met hem eens.

Ik heb nog vele gesprekken met Leo. Maar net zoals ik zijn gedachtes en reacties kon voorspellen, weet ik dat ík ook voorspelbare uitdrukkingen had. Een van mijn favoriete uitdrukkingen die Leo tot wanhoop brachten, was bijvoorbeeld: “wat we óók kunnen doen…”. Meestal popte die op aan het eind van een lange discussie of overweging, juist op het moment dat we allebei dachten dat we een besluit hadden genomen. Maar soms, ja, dan kreeg ik gewoon een nóg beter idee. En waarom zou ik dat dan voor me houden. Ik vond het eigenlijk een bewijs van flexibiliteit dat je een besluit kunt terugdraaien… Als daar natuurlijk argumenten voor waren. Geniale invallen, creatieve wendingen of gewoon voortschrijdend inzicht.

Leo nam een besluit en er moest dan ook wel heel wat gebeuren om hem van dat besluit af te brengen. Zo’n eigenschap is als schipper ook wel prettig. Als je halverwege je koers toch ineens bedenkt om linksom of rechtsom te gaan…. Dan wordt het op onze vaarwegen wel een beetje onoverzichtelijk. Van Leo leerde ik dan ook één belangrijke stelregel: Laat zien wat je van plan bent. Dus geef een ruk aan dat roer zodat de ander ziet dat je naar stuurboord of bakboord gaat. Ik gebruik dat principe ook nogal eens als ik met de camper rijd.

Gelukkig heeft niemand last van de zwalkingen in mijn geest. Ik zelf heb wel enigszins geleerd met mezelf om te gaan. Dus zo is mijn beleid ten aanzien van de verkoop van de caravan allesbehalve consistent. Schreef ik in mijn vorige blog nog dat ik hem zou verkopen, nu heb ik daar toch al weer twijfels over. Ik hem hem namelijk zo mooi opgeknapt, uitgeruimd, opgepoetst en gerepareerd dat ik er opnieuw verliefd op ben geworden. Dus…. “wat we ook kunnen doen..” is gewoon toch gebruiken voor vrienden op de fiets. En dat autootje… dat heb ik nog steeds niet écht gemist.

De caravan staat nog wel op marktplaats. En als ik een goed bod krijg, dan gaat hij wel weg. Denk ik, vooralsnog….

Nu kan het overkomen alsof ik nooit beslissingen neem. Maar dat is dan ook weer niet zo. Heb toch mooi de beslissing genomen gitaarles te gaan nemen. Afgelopen zaterdag had ik mijn eerste les. In Willemstad. Leuk met de camper een woonwijk in ;-).

En zo hak ik nog wel wat knopen door.

Ik liet wat accoorden zien aan mijn gitaarleraar die ik Bastiaan mag noemen… En als ik mijn stroeve strammerige vingertjes allemaal bji elkaar in eenzelfde frettenhokje wurm om de A te spelen, zegt hij, kijkend naar mijn vingers…. “wat je óók zou kunnen doen..”. Hij is zich van niets bewust. Maar ik vraag in uiterste onschuld “nou?” en probeer mijn lach in te houden.

 

20170711_132707

mijn oude gitaar met litteken. Veroorzaakt door een metalen beugel van de achterklep van mijn geel/groene Toyota carina. Hij ging dwars door de klankkast. Zwager Rob heeft hem destijds helemaal gemaakt, met vloeibaar hout en gelakt. Bastiaan was erg tevreden en vond het een prima gitaar. Beetje de knopjes smeren en nieuwe snaren. Kijk!