Bom

En toen had ik de beslissing genomen om weer als interimmer aan de bak te gaan. Op mijn gemakkie was ik al begonnen daar wat naar toe te gaan werken. Ik had al bij 2-times een uitbreiding van mijn garderobe gescoord, waardoor die rij fleecetruien is aangevuld met wat verantwoorde kantoorvesten maar ook een kek blauw lederen jasje wat nog net kan op je 55e mits je er geen te opzichtige oorbellen bij draagt. Op zoek naar nieuwe schoenen want de enige schoenen die ik de afgelopen maanden heb gedragen zijn wandelschoenen en teenslippers. Én ik heb inmiddels een autootje. Want dat ga ik nodig hebben. De Citroën C1 is een mooie tegenhanger bij de Mercedescamper. En kan er in noodgevallen zelfs achtergekoppeld worden. Hoe mobiel wil je zijn?

November en december wat klussen in en om het huis. Camperschoonmaak. En dan de draad weer oppakken. Ik zag het allemaal al een beetje voor me. Weer eens naar het theater, de sauna en het café. En snel weer een flamingo-safari organiseren! Ik kreeg er weer zin in.

Een nieuwe website gaan maken of laten maken. Weer lid worden van de vakvereniging. En met wat mensen afspraken gaan maken. Ik was er klaar voor.
Weer een beetje terug naar het ‘normale leven’.

Maar dan valt er een bom. Mijn oudste zus krijgt de diagnose longkanker. (*) Verdwaasd ondergaan we de mokerslag. Meteen kan ik het autootje gebruiken. Om naar het ziekenhuis heen en weer te rijden waar ze opgenomen was. Een paar slopende dagen. Wachten op uitslagen. De klap.

Ze is inmiddels thuis. Er komt een moeilijke periode aan, hoe dan ook. Onzekerheid. Spanning. Maar we moeten en willen het met elkaar opvangen.

En dan besef ik dat het geen zin heeft om terug te willen naar “het normale leven”. Dit ís het normale leven. Met al zijn grilligheid. Waar niemand het voor het zeggen heeft.
Het heeft alleen zin om er met elkaar voor te gaan. Er te zijn.

Het leven gaat door. En we halen er uit wat er in zit. Dat doet zij ook. En dat ga ik ook doen.

En zo toog ik gisteren met vrienden Rina en Kees naar Rotterdam; voor een theatervoorstelling van De Tunes in Walhalla. Kaartjes waren al maanden geleden gekocht. Vooraf een happie bij “De Matroos en het Meisje”. En daar heb ik erg van genoten. We lopen langs de Fenixloods, waar we met Leo nog waren om daar te borrelen en hapjes te eten. Mooie herinnering. De voorstelling van de Tunes was geweldig. Het was een fijne avond.

En dan weer naar huis. Tegen twaalven nog met de andere zus in de auto aan de telefoon. Ik rijd het dorp binnen. En besef dat het nu zo belangrijk is een plek te hebben waar ik me thuis voel als de wereld schudt. En die plek is mijn huis en het dorp. En het is ook de plek in de kring om me heen die gevormd wordt door mijn familie, mijn buren, vrienden. Want alleen op die manier kan ik het aan, het normale leven.

En dan maar weer op zoek naar nieuwe schoenen.

 

PS. Lezers die haar kennen wil ik (namens haar) vragen haar voorlopig niet te bellen of te appen. Of iets op haar facebook te schrijven. Mocht je iets willen laten horen in de vorm van een kaartje of anderszins, neem dan contact met mij op. En mensen op facebook stuur me dan een privé berichtje.

Advertenties

Mindful in de camper

Het is echt relaxed in zo’n camper. Neem nou gewoon domweg je afwasje doen. Bijzonder dat een mens daar zo van kan genieten. Volgens mij is het hartstikke mindful. Éerst ga je op onderzoek uit; een belevenis op zich. Dus slenter je op je gemakkie over de camping op zoek naar het afwashok. Ondertussen snuif je de buitenlucht op, groet je je buren, en dan kom je in de wasruimte. Oh, altijd weer spannend. Want je hebt afwasplekken in alle soorten en maken. Altijd weer een verrassing.

Dan stiefel je op je gemakkie weer terug (als je los wilt gaan neem je een andere weg) en doe je je afwasje zorgvuldig in het teiltje. Pakt je borsteltje, je theedoekje en je schuursponsje en die vette vieze koekenpan. Buiten het seizoen heb je soms wel vijf, ja VIJF wasbakken helemaal voor jezelf. Dan stal ik al mijn serviesjes gewoon helemaal uit over al die wasbakken. Omdat het kán! Oh, soms heb je super heet water, dat is smullen.
Niets is vanzelfsprekend. Je bedenkt wie hier allemaal de afwas hebben gedaan, wat ze gegeten hebben…. En dan, als al je pannetjes weer frips en fruitig en glimmen, dan breng je ze behoedzaam en liefdevol weer terug op hun eigen vertrouwde plekje.

Ik kan natuurlijk ook in de camper afwassen maar dan mis ik toch dat uitstapje! En reken maar dat je je koppie erbij moet houden. Niet je schuursponsje vergeten. Of je afwasfles. Laat staan je theedoek.

Oh het is heerlijk, zo onbevangen je afwasje te doen. En daarna natuurlijk een afzakkertje in de camper. Maar even zonder gekheid. Het feit dat alles gewoon langzamer gaat, dat je eigenlijk verder nergens over na hoeft te denken, dat is wel verslavend. Intussen in de mooiste omgevingen zijn, vrij om te gaan waar je wilt, met fijne mensen om je heen, en soms lekker alleen, ja, dat is waarom ik reizen met de camper zo fijn vind.

Ik schrijf dit in de Lounge van de boot (Stena Line) op weg naar huis. Andrea is “Gold Member” omdat ze heel vaak met de ferry heeft gevaren. En dan krijg je toegang tot de speciale lounge. Super relaxed ook hier. Spits zit beneden in de camper. Als ik wil kan ik er tussentijds naar toe, maar eerst moet ik dan een afspraak maken. Zo meldde ik me op de heenweg bij de balie: “Ik heb een afspraak met mijn hond, wilt u me erheen begeleiden?”. Het toelaten van honden in Engeland is een stuk eenvoudiger geworden. Hij moet wel gechipt zijn en een paspoort hebben, en een bewijs dat hij ontwormd is door een dierenarts, 1 tot 5 dagen voor vertrek. Maar geen quarantaine meer.

Douane is strenger naar Engeland toe dan andersom. Een medewerker van defensie vroeg of op de heenweg hij de toiletruimte van de camper mocht checken. En dat was niet in verband met de hygiëne… Maar wat meer opvalt, is dat nu gevraagd wordt waarom je naar Engeland gaat, wat je gaat doen, waar je naar toe gaat, hoe lang je gaat. Die vragen werden ook aan Bernd gesteld. Met een Engelse auto, maar wel met een Duits paspoort waar overigens wel in staat dat hij in Engeland woont. Bernd had een antwoord: “Al die vragen heeft u mij de afgelopen 25 jaar niet gesteld en nu wel ineens; ik ga ze niet beantwoorden”. Hij mocht gelukkig toch aan boord….

Rijden met de camper in Engeland is te doen maar de wegen zijn echt smaller. En dat niet alleen; men laat hier de bomen erg dicht bij de weg staan en Engelsen zijn dol op heggen. Hoge heggen. Die dan ook precies tot de weg groeien. In Nederland heb je altijd nog wat ruimte om ‘over te hangen’. Als je wielen net op het randje van de weg zijn, kan je met je huisje er nog wat overheen hangen. Maar probeer dat niet in Engeland. Het is zeker in sommige kleine schattige kustdorpjes soms erg krap. Maar men is hier erg beleefd en vaak geeft men je alle ruimte om door te komen. Zo is het rijden in Engeland wel te doen.

Links rijden went snel. Het is alleen soms ineens schrikken, als je plotseling links een invoegstrook krijgt. Verder moet je weten dat Engelsen echt niet zo langzaam rijden, maar dat de snelheid in MPH staat. Rotondes zijn goed te doen. Als je weet waar je naar toe wilt ;-). Anders neem je nog een rondje.

Terug naar huis is ook wel weer prima. Voor Andrea was het vertrek vanmorgen uit Engeland meer bijzonder; het verlaten van een land waar je 25 jaar hebt gewoond. Gelukkig hebben Andrea en Bernd in de afgelopen dagen nog afscheid kunnen nemen van hun vrienden en Bernd heeft zijn laatste dagen gewerkt hier als huisarts.

Ik zie er niet tegenop naar huis te gaan. Ik wil nu echt graag verder opruimen en vooral re-organiseren in mijn huis. Ik ben graag thuis en vind opruimen eigenlijk heel fijn. Alleen vind ik reizen met de camper gewoon nóg fijner. Het reizen is dus geen “vlucht” uit huis.

Het is fijn dat ik ook met Andrea heb kunnen praten over de diverse opties voor de toekomst daar waar het werk betreft. Ook zij is overigens erg aan het nadenken wat ze in Duitsland kan oppakken.

Heel bijzonder was het dan ook dat er een moment was, gisteren, waarop ik het ineens wist. Er kwam een soort rust over me. Ik was geneigd op de klok te kijken, omdat ik wist dat dát het moment was. Op de seconde nauwkeurig. Dat ik de beslissing heb genomen om te proberen terug te komen in mijn oude vak (facility management), als interimmer.

Ik zal nog weleens een blog schrijven over de overwegingen.

Ik zie wel op tegen filerijden en tegen vroeg opstaan.

Maar ik ga gewoon proberen dat hartstikke mindful te gaan doen!

 

 

Meeting Freda

And off we went to England, now one week ago. For “The Great Big Farewell England Tour”. This time with Andrea and Bernd, German friends of mine who moved from Germany to England 25 years ago and recently moved back. They did their own Brexit….

Although these two weeks will mainly be a tour, filled with memories, it will also be a tour about meeting somebody very special. Somebody who I had never seen before.
Last week I met Freda. She was one of the moderators of the forum of the MSA-trust, where people with MSA (multiple system atrophy) and their caregivers, family and/or partners could find and share information about this nasty disease. Freda also lost her husband to MSA. Leo was also very active on the forum. In the first instance he wanted to have answers on the many questions related with MSA. But later he became of great help for people by providing information about all aspects of living with MSA.

She is living in Berkhamsted, not too far from London. Since I was not so eager to drive to her place, (roads in little villages in the UK are often quite narrow), we met on a campsite she had advised us to go, where we had a magnificent place with a stunning view.

After Leo’s death, in March, I asked Freda to notify the people on the forum. And that is how our contact started. Even in emailcontact I felt a very strong connection. Although she had never met Leo either, she knew him in a way. Of course for me it was of a great help that she understood what MSA is and that she knew the dirty details. In the last months we wrote a few emails. And even reading her name when I received an email, without knowing the content, made me cry. It is amazing how internet works. How a human being, never seen before, can be so close.

But life can be very hard. After losing her husband 3 years ago, she had met another man with whom she was very happy. But only some weeks ago he died.

I remember that Leo often spoke about this special lady from the UK. I know that he appreciated her humor and her commitment to the forum. Not very seldom I saw him laughing behind his laptop; Freda and he together found each other also because they shared their taste of black humor. Not difficult with such a nasty disease as MSA. It is amazing how both Freda and Leo could continue to be active on the forum, because so many very horrible stories were shared there.

I also remember that Leo was crying when he read that Freda’s husband had died.

It was very special and very nice meeting with her. Not only seen the very intensive contact Leo and I had with her before abouth the MSA, but also because she turned out to be a very warm and inviting woman. And not only that, with 79 years old, very active in many different ways. Active in local politics (“somebody must do it”), volunteer in the local hospice. She used to be a teacher of pottery (now she started to work on that again)…

SAM_2243.jpg

Andrea and Freda (from right to left)…. 

Of course I often thought that it was a pity that Leo does not know about me meeting her. But probably he might have expected that I once would see her in person.

The following day she showed us around and we had a wonderful walk in Ashridge Park (www.chilternsaond.org). Also, we were invited to her house. I liked it very much. Freda, thanks again, I am very happy that we could meet. Also thank you for everything you did for the forum and also for showing us this beautiful forest. And thanks for your hospitality; it is very nice that you invited us.

The day after we met Freda, we drove to Santon Downham, a tiny village. And although my family does not allow me to camp in the bush, I did with Andrea. And after nice walks here in the Thetford Forest, we drove to Southwold, a very small touristic harbour village where we had a very nice walk as well.

Well, right now I am sitting in Happisburgh in the camper. With sea view. Andrea and Bernd are visiting friends here, living in the village.

It was quite a weekend. Meeting friends and other friends and other friends….. In a way it was boring since 6 out of 8 friends of Andrea and Bernd are doctors (including a veterinarian and a tree surgeon) and Bernd himself is also a doctor…. But diversity is quaranteed as the backgrounds differ substantially; German, Greek, Indian, Scottish… You can imagine discussing the Brexit with this bright collection of nationalities was not boring at all. Unfortunately the Brexit influences their lives significantly in different, not specifically positive, ways.

I met Karen and Alan (who I already knew from earlier visits) and their dog Sonny (good for Spits, who is joining us this time again). We were invited at Beates’ and Michalis and their children for a wonderful meal and breakfast. We slept in the campervan in front of their house in a decent street of Norwich. And yesterday we went to Andrea and Pravin who live in the country side of Norwich. They own a house where the camper easily could be parked in the living room. We stood for the night on their drive way. Not smaller than an average campsite with 20 places…. Let alone their back garden with a view on the country side. Spits was in paradise. And so were we. Andrea cooked us this delicious Indian meal with “ladies fingers” (a vegetable)…. and we had a relaxed Sunday Breakfast with the best croissants ever (from Tesco’s).

Another highlight was shopping at Long Tall Sally’s in Norwich. A shop especially for tall, really Tall women. When Andrea once visited the shop with me she really felt like a dwarf, surrounded by giant ladies; since the sales assistants are tall as well. I bought trousers. Black ones. How surprising…! Norwich itself is a wonderful city full of restaurants, cafés, and hundreds of charity shops for different purposes. Charity in the UK is often a very important part of financing. Freda told me for example that hospices are only paid for by the Government for 20%! The rest has to be raised by charity.

Tomorrow we will go for more coastal areas. Bernd needs to work for some days and that will be his last days working in the UK.

Saturday we take the ferry back.

But right now we are discussing whether or not we will have a shower today. The showers in the campsite are not so warm. We better have a “tin bath”; it means that you just spray a little bit around….

Lots of decisionmaking!

SAM_2302.jpg

Uitzicht op Southwold vanaf de camping 

SAM_2285-1.jpg

Heerlijk die haventjes met een beetje troep. Southwold. 

SAM_2257-0.jpg

Thetford Park (kan er niets aan doen dat ik steeds aan mijn toilet moet denken; die is van Thetford). 

Op stap met Leo

Het is notabene de geboortestreek van Spits. Maar Spits, geboren als Lasse von Kautenruh, reist dit keer toch niet mee naar de Eifel. Ik ben met vriendin Nel een weekje op pad met de camper. Ook haar hond, Sepp, gaat niet mee. We hebben allebei een weekje hondverlof. En zij hebben even een weekje baasjesrust.

Het ritje van de Eifel naar huis met het kleine zwarte keeshondenpuppie, nu zeven jaar geleden, vergeet ik niet snel. Een bang, donzig, lief zwart hondenbeestje. Bang van de grote vrachtwagens tijdens onze reis naar huis toen we stopten bij een benzinestation. Maar er zijn meer redenen waarom ik veel herinneringen heb aan de Eifel. Leo en ik bezochten er ergens rond 2011 een camping waar we interesse in hadden (blog: “camping kopen?”). De camping, gelegen in Monchou, stond te koop maar nadat we er uitgebreid hadden rondgekeken, zagen we er om diverse redenen van af.

Nel en ik besluiten naar deze camping af te reizen. Het is dinsdag. We willen er in die buurt wandelen. Er is niet veel veranderd aan de camping. Ik herinner me nog veel. Maar het zijn geen pijnlijke herinneringen. Het bezoek aan deze camping met Leo speelde zich af in een tijd dat Leo nog vitaal was, dat we nog plannen hadden om een campingbedrijf te kopen, dat we een toekomst hadden. We waren dat jaar al vele campings afgereisd in Luxemburg, België en Duitsland. Het was een enerverende tijd. Spannend. Ik weet nog dat ik de camping wel mooi vond, maar ik vond het een nadeel dat hij in een smal, diep dal lag. Ik wil wijdsheid om me heen. Niet omgeven zijn door bergkammen…. De camping in Noorwegen waar we later ons oog op hadden laten vallen, lag ook in een dal. Maar dat was een heel breed dal, een soort plateau.

Ik zie dat de camping er goed bijligt. De eigenaar verwelkomt ons. Het is raar tegenover de man te staan die zich niet bewust is van het feit dat ik ooit serieuze interesse in zijn camping had. Maar de verkoop is blijkbaar niet doorgegaan. Hij herkent me niet. We hadden toen ook geen persoonlijk contact met hem.

Hij is vriendelijk en nodigt ons uit een plekje te zoeken. Dat doen we maar door de heftige regenval is de grond drassig en we komen vast te zitten. Met hangende pootjes ga ik de eigenaar opzoeken. Ik voel me echt een oen. De vriendelijkheid van de man maakt plaats voor moedeloosheid. Hij trekt ons met een klein rupsvoertuigje uit de drek en zegt later dat ik de 10e was die dag en dat er na mij nog iemand had vastgezeten. Ohh. Dat verzacht de pijn een beetje. Niet van hem, maar van mij…

Het wordt woensdag. De zon schijnt en het is droog. Wandelweer. Ik weet een mooie wandeling die ik in 2015 heb gelopen. Ik was toen wederom, voor de derde keer dus, met Leo in de Eifel. Maar ja, toen was het allemaal wel heel anders. Leo was ziek. Maar we konden nog wel met de camper weg. Het was de vakantie waarin we de minste kilometers ooit hadden gereden. We zijn toen bijna twee weken in de Eifel geweest. Om de dag liep ik een wandeling met Spits. Leo bleef dan in de camper. Luisterde naar een luisterboek of muziek. Hij kon toen nog goed alleen blijven. Ik heb prachtige wandelingen gelopen. En dan ’s avonds lekker met Leo cocoonen in de camper. De volgende dag wat boodschapjes doen. Ik heb ook daar mooie herinneringen aan. (blog: vijftig tinten groen). Hoewel er ook haarscherpe flashbacks zijn van de mindere momenten.

SAM_2212

sporen van wilde zwijnen

Het is bijzonder de Struffeltroute met Nel te lopen. Het is een prachtige route, afwisselend; door bos, langs een beek, langs een stuw en door veengebied. De route heet zo omdat er truffels groeien en de zwijnen wroeten de aarde om op zoek naar truffels. We parkeren de camper op dezelfde plek als toen.

 

 

We hebben een heerlijk ontspannen week. Tuffen van de ene naar de andere camping. Op de camping in Gerolstein krijgen we een prachtige plek toegewezen. Vrij uitzicht op de bergen. We zitten heerlijk in het zonnetje als er een caravan arriveert. Die zich precies voor ons uitzicht installeert. Zowel de nieuwkomers als wij zijn stomverbaasd. Links en rechts van de caravan is er een zee van ruimte. Later vragen we waarom deze mensen juist deze plaats toegewezen hebben gekregen. Een ongelukkiger plek voor ons was niet denkbaar. De eigenaresse heeft er een duidelijke verklaring voor. Stellig zegt ze: “Oh, dat heeft mijn man gedaan. Die let daar niet op. Mannen doen dat soort dingen. Die kijken daar niet naar.” En daarmee is de kous af.

Nu zijn we in Blankenheim. We hebben een mooie plek en zijn aangenaam verrast door het ongelooflijk luxe sanitair. De ruime doucheruimtes, opgetrokken uit natuursteen, hebben allemaal naast de douche een eigen wasbak met electriciteit en verwarmde spiegels (die dus niet beslaan tijdens het douchen) en sommigen zelfs een eigen toilet. Zitje, ruimte voor kleding, goede verlichting, en een afneembare douchekop en instelbare temperatuur. Het douchegebouw heeft vloerverwarming en dat alles zonder douchemuntje. De camping heeft nog een ander voordeel; ze verkopen friet.

Morgen weer richting huis. Maar een ding is zeker. Ik zal hier weer terugkomen. De Eifel is goed aan te rijden (ca 300 kilometer) en je bent er echt “uit”. Prachtige wandelingen in een bijzonder (vulkanisch) gebied. En goede campings.

Zowel Nel als ik hebben het goed gehad. We hebben het bijzonder rustig aan gedaan. Beetje wandelen, lekker lezen, potje koken in de camper…

Leo komt elke dag “voorbij”. Nel kende Leo al 37 jaar. Het is fijn om met elkaar terug te kijken en allebei onze herinneringen te hebben. Aan dezelfde Leo. In een ander tijdperk, soms een andere rol, een andere relatie. Maar allebei aan Leo. Mooi is dat we de laatste jaren samen herinneringen hebben aan hem. Nel in ik reizen nu samen. En Leo is er bij….

De honden hebben we niet gemist. Best even lekker. Maar ik kijk er wel naar uit om Spits morgen weer op te halen. Hij zal het prima hebben gehad bij zus Trudy, zwager Rob en nicht Tamisha. Maar de volgende keer, dan mag hij zeker weer mee, Herr Lasse Von Kautenruh vom Vogel bis Musch…..

SAM_2205SAM_2203

Er mist iets…

Het doet pijn aan mijn ogen. “Er mist iets”. Maar het blijkt inmiddels goed taalgebruik te zijn. Als Van Dale het goedrekent, wie ben ik dan? Het is niet verwonderlijk dat ik de laatste tijd nadenk over de betekenis van missen. Er is een verschil met ontbreken. Niet alleen in de vervoeging (ja, missen is een overgankelijk werkwoord en ontbreken een on-overgankelijk werkwoord), maar ook in het gevoel.

Allereerst mis ik Leo natuurlijk. In alles. Als maatje. Praatpaal. Beslissingnemer. Brompot. Betweter. Held. Doordouwer. Voorbeeld. Rustpunt. Maar vooral als partner. Mijn Leo. Mijn liefde.

En ik mis Jorina en alle andere zorgverleners. Hetty, Jorina, Paula, Corine, Cees, Suzanne…. Ik mis ze maar kijk met zoveel dankbaarheid terug. Als ik het moeilijk heb, dan denk ik aan de keren dat Jorina me vertelde dat ze zo gelachen had met Leo…. Als ik het moeilijk heb dan kijk ik terug op de band die Leo had met Cees de fysiotherapeut. Dan kijk ik terug op het vertrouwen dat Leo in zijn huisarts had. En nog veel meer. Ik mis ze, maar ik weet dat het goed is.

Ik mis ook, hoe gek het ook is, het ‘overzichtelijke’ leven. Hoe moeilijk de situatie met Leo ook was, er was maar één ding wat er toe deed; de tijd met Leo zo goed mogelijk benutten. Prioriteiten stellen was makkelijk. Het draaide om Leo.Ik hoefde en wilde me met niks anders bezighouden. En daar had ook iedereen begrip voor. Ik hoefde niets uit te leggen; iedereen begreep dat Leo op de eerste plaats kwam. En terecht. Hoewel hij zelf altijd oog bleef houden voor anderen.

We hadden het zo goed geregeld. Af en toe kon ik even weg, of een paar daagjes. Naar vrienden of naar een hotel (“en je neemt een wijnarrangement!” zei – nee, gebood Leo dan!). De dagen hadden een vast patroon in de verzorging. En we hadden het druk met het regelen van medicijnen, van hulp, druk met de administratie, met hulpmiddelen, rolstoelperikelen, hoofdsteunen, en nog veel meer. Samen waren we partner in crime, vochten tegen “The Beast” (de MSA) en als team regelden we wat er te regelen viel.

Nu is mijn leven anders. Ik heb alle vrijheid. Kan gaan en staan waar ik wil. Hoef niet meteen te gaan werken. Heb een camper. Ben gezond. Heb geen ouders of schoonouders of kinderen waar ik voor moet of wil zorgen… En van die vrijheid geniet ik erg. Ik heb heel veel plezier van de camper. Heb vanaf april al meer dan 13.000 kilometer gereden…. En gosh wat geweldig om ermee op pad te zijn.

Als ik met de camper op weg ben, vaak met iemand anders, dan ontspan ik heel erg. Neemt niet weg dat ik dan ook aan het einde van de dag moe ben. Maar dat is een andere moeheid. Oh, wat kan ik alweer terugkijken op fijne toertjes. De camper is goud. Maar na elk tochtje kom ik thuis. Ik ben graag thuis. Maar los van het gemis van Leo, komt er dan veel op me af. Mijn hoofd loopt over.

Thuis komt de denk-fruitautomaat op gang. Met al die schijven die draaien, tegelijkertijd. Éen spoor gaat over de vraag wat ik toch tzt eens aan werk zal gaan doen. Daar kan ik lang en vaak over nadenken. Ik switch van het laten bouwen van een aangepaste camper en die gaan verhuren tot het aanleggen van camperplaatsen op een mooie plek. En van het teruggaan in mijn oude vak tot het omscholen tot verpleegkundige. Van de camper verkopen en héééél zuinig zijn tot … Tot mijn huis verhuren en emigreren. Alle opties dienen zich aan in dit denkspoor. Hoewel er op dit moment geen urgentie is om daar een beslissing over te nemen, en ik mezelf nog even de tijd heb gegeven, vind ik niet echt de rust om het los te laten.

De fruitmachine kent nog een spoor; het spoor van de gewone day-to-day dingen die je niet eeuwig kunt uitstellen. Een nieuw paspoort, de APK voor de camper, de apk voor mezelf (bevolkingsonderzoek), Spits die een oorontsteking krijgt waardoor ik met hem naar de dierenarts moet, een printer die het begeeft (precies 10 minuten nadat ik voor het eerst sinds ik hem heb een merkloze cartridge heb aangeschaft via internet…. toeval??!!)… Verder moet er een geboorde put komen als bluswatervoorziening op ons kampje hier, wil ik nog flink gaan ruimen hier en zo dienen zich talloze trivialiteiten aan.

Er is nog een spoor dat onophoudelijk doordraait. Het spoor van het terugkijken. En denken. Ik stel mezelf steeds vragen waar ik onmogelijk een antwoord op zal krijgen. Heeft Leo toch op het laatst nog iets willen zeggen? Wat zijn zijn laatste gedachten geweest? Heb ik niet teveel gepraat? Heb ik genoeg naar Leo geluisterd? Maar gelukkig zijn er vrienden en familie om me heen waar ik dit soort twijfels mee kan bespreken. En soms kan het helder zijn als iemand zegt: “Syl, je moet nu eens ophouden om steeds aan jezelf te twijfelen”. Eigenlijk ben ik nog stééds met Leo bezig, en vooral wat hij heeft gedacht, gevoeld, waar hij doorheen is gegaan, wat hij heeft moeten doorstaan. En dat zal ik nooit weten. Leo was geen prater hoewel we veel besproken hebben. Ik moet accepteren dat ik nooit helemaal kan weten wat hij gedacht en gevoeld heeft. Het was zijn leven, zijn proces, zijn gedachtes, gevoelens. En… zijn dood.

Dat is moeilijk maar dat ga ik nu langzamerhand een beetje voelen. Heel bijzonder was dat ik onlangs een stuk las dat geschreven was door iemand die zou gaan overlijden. Ik heb het stuk met tranen in mijn ogen gelezen. Het was raar, maar het zouden zo de gedachten van Leo kunnen zijn. Het gaf me troost.

Ik besef de laatste tijd ook dat het een bijzonder gegeven is dat ik juist doordat ik best rationeel ben, mijn gedachtes en gevoelens kan analyseren. Samen met anderen kom ik toch tot inzichten. Soms pijnlijk, verdrietig, confronterend. Maar vaak verhelderend. En ik kom er verder mee.

De fruitautomaat draait continu. Alle schijven tegelijk.

En ondertussen heb ik fijne momenten. Geniet ik van vrienden en familie. Geniet ik van een plaatselijk evenement (Kaai Culinair). En van de uitjes met de camper. Zo kwam vriendin Els uit Portugal over en we creeerden een arrangementje BEO (Barendrecht En Omstreken). We vertoefden een paar daagjes aan de Oude Maas, op een camping waar we lekker bootjes konden turen en verder niets deden. (zie dit fillumpie met een grote boot). Hoogtepunt was dat zus Trudy en zwager Rob met nicht Tamisha op bezoek kwamen. Het hoogtepunt had zowel betrekking op hun komst als op het feit dat ze een friteuze meebrachten. Het was prachtig hoe ze met zijn drieen de camping op kwamen zetten met die bakmachine onder hun arm. Zo zit je dan met zijn vijven op een zwoele zomeravond patat te bakken aan de Oude Maas. Hoe heerlijk kan het leven zijn.

Onlangs werd ik uitgenodigd (of nodigde ik mezelf uit?) bij schoonzus en zwager in Numansdorp. Ik parkeerde de camper tegenover hen. Na een heerlijk diner rolde ik zo mijn bedje in.

20170819_193149

De man die het vlees aansnijdt…

De volgende morgen zou ik bij ze ontbijten. Ik werd wakker om 9 uur, maakte een kop koffie, en startte de motor. Ik reed naar het Numansdorpse bosje om nog voor het ontbijt Spits even uit te laten en onderweg daar naar toe dacht ik: “Ik ben gelukkig”. Het was emotioneel te constateren. Ik dacht aan mijn vader, die me ooit vertelde dat hij liep te fluiten terwijl zijn vader die week tevoren was overleden. Hij drukte me op het hart dat ik me nooit schuldig zou moeten voelen als ik dat ook deed als hij dood zou gaan. “Het leven gaat door” zei hij. Ik weet niet hoe oud ik was. Mooie herinnering en zo toepasselijk.

En nu, op deze winderige regenachtige vrijdag, ben ik de hele dag thuis geweest. Heb het haardje aangemaakt. Potje gekookt. Wijntje gedronken. Blogje geschreven. Traantje weggepinkt. Maar ook een lachje weggedrukt. Bij dat beeld van die friteuze.

Er mist iets ja, zeker. Maar ik red het wel. En die rust in mijn hoofd, die komt ook nog wel. Overigens vind ik ook wel wat ontspanning in mijn gitaarles. Ik kan al “Mieke heeft een lammetje” spelen.

Zie je wel, het komt goed.

 

Rouwverwerking bestaat niet….

Het is leuk om stukjes te schrijven. Over foute caravanhandelaren en voegenfris (ps. De caravan is nog steeds droog). Ik doe dat graag. Maar mentaal loop ik de laatste tijd soms te ijsberen over de vraag in hoeverre ik zal schrijven over mijn gevoelens na het overlijden van Leo.

Mijn leven is totaal veranderd. Er heeft zich een nieuwe fase aangediend. Een fase waarin ik onbezorgd lol kan hebben, erop uit kan trekken, kan ontspannen. Maar ook een fase waarin ik pijn heb, verdrietig ben, en Leo mis.

En op de één of andere manier voelt het dan niet compleet als ik alleen maar leuke stukjes schrijf. Want ‘dat andere’ is er ook.

Maar wie heeft ooit gezegd dat mijn blogs een weerspiegeling van mijn leven moet zijn, in dezelfde verhoudingen als de inhoud van mijn blogs? Dat zijn eisen die ik mezelf opleg. En die ik dus ook los kan laten.

Ergens zit er ook nog een aarzeling om te schrijven over privé-gevoelens. Kijk, het gevoel opgelicht te worden, dat kan je delen. Het gevoel tekort te schieten in je voegenfrisheid, dat kan je delen. Het gevoel dat je blij bent met de camper, dat kan je delen….. Maar die andere gevoelens. Van onmacht, van verdriet, van pijn….

Daar heb ik meer moeite mee. En waarom dan, vraag ik me af. Het is deels omdat ik weet dat er nog zoveel meer ellende op de wereld is. (zie deze blog die ik eerder daarover schreef) En ook heel dichtbij. Bij mensen die geen blog schrijven. Omdat ze te moe zijn, omdat ze het niet kunnen, niet willen. Omdat ze hun verdriet in stilte moeten dragen. Omdat hun verdriet gewoon eenvoudig niet te beschrijven is. Of omdat ze er eenvoudig onmogelijk de tijd voor hebben. En dat zijn niet alleen mensen in Mosul, in Jemen of Iran. Dat zijn ook mensen hier om me heen. Van wie ik door de situatie met Leo ook blogs voorbij zag komen. Mensen met meervoudig gehandicapte kinderen. Mensen met een partner die dement wordt. De lijst is oneindig. Dan voelt de aandacht die ik met en door mijn blog krijg eigenlijk zo, ja, hoe zal ik het zeggen, onterecht….

Maar dan besef ik dat ik hetzelfde reageer als veel mensen die ik sprak toen Leo ziek was. Ze zeiden vaak “ach, maar dat is niets, het is niets vergeleken dat wat Leo moet doorstaan”. Ik vond – en vind nog – altijd dat de pijn die je doormaakt niet tegen elkaar af te zetten is. Dat er ergens iets ergers is (en wie zegt dat het erger is, is er een schaal van “erg”?) betekent niet dat jouw pijn er niet toe doet.

Ik vraag me af waarom ik blogs zou schrijven over dat wat er nu met mij en mijn leven gebeurt. Eerder had het allemaal o.a. als doel de MSA bekendheid te geven. Maar dat hoofdstuk is afgesloten. Het gaat nu dus om mij. En je moet wel heel gezocht gaan redeneren om daar een groter belang aan te verbinden. Soms is het onderhoudend, leuk stukkie schrijven. Maar wat drijft me om de diepte in te gaan? Steeds probeer ik dus een soort legitimatie te vinden om te schrijven over die “andere” dingen. Ik vind genoeg argumenten om het niet te doen. Omdat het te privé is. Omdat er ergere dingen zijn. Omdat het niet moet zijn om aan de verwachting te voldoen of om aandacht te krijgen. Omdat dat wat ik voel toch nooit onder woorden te brengen is. Omdat het echt niet uniek is om iemand te verliezen.

Er is recent een serie geweest over “Kijken in de Ziel” waar mensen aan het woord kwamen die niet lang te leven meer hadden. Ik heb het bewust niet bekeken. Te close. Te privé. Laat emoties maar privé zijn. (En zo had ik er ook in gezeten als ik géén man had die terminaal was). Tenzij het een groter doel dient, zoals bekendheid over een ziekte als MSA. Of om inzicht te geven in de frustratie als een hoofdsteun niet geleverd wordt door een firma. Maar emoties over het verlies van je man. Daar zou je niet over moeten schrijven.

Dat is natuurlijk kul. Ik kan er over schrijven en het is aan de lezer of die het leest. Maar het is een feit dat stukjes over wezenlijke dingen meer gelezen worden dan de stukjes over luchtige onderwerpen. Zijn alle lezers dan sensatiezoekers? Ramptoeristen? Of is het echt de behoefte aan herkenning. Is het meeleven. Is het omdat het over dingen gaat die er toe doen?

Ik besef dat ik soms erg veel nadenk. Maar ik voel ook dat ik graag wil delen hoe bijzonder dat moment was, op die doodstille camping in Friesland, waar ik op een avond het hele verhaal rond het overlijden van Leo van A tot Z uitgebreid kon vertellen. En heel hard kon huilen. Met de arm van mijn zussie om me heen.

En ik wist dat het nodig was om dat verhaal te vertellen, omdat er éérder anderen waren waar ik mee praatte. En die me lieten praten. Of me vragen stelde. Waar ik soms hélemaal niet op in ging. Maar die me wel deden beseffen dat daar iets zat wat het meeste pijn deed. Zo heeft elke vraag zin. En heeft elk gesprek zin. En heeft elk contact zin. Soms vluchtig, soms diepgaand. Kijk, en dát vind ik dus het vermelden waard! En natuurlijk dat ik zo blij met mijn zussen ben. En familie. En vrienden.

Rouwverwerking bestaat niet. Zei deze man. Ik ben het met hem eens. Luisteren…… En dan niet verwachten dat meteen iemand in huilen uitbarst. Dat komt later wel…. Bij mij tenminste.

Entertainment

Het is niet zomaar een stemmetje in me. Nee, het is een megafoon. Die brult in me. “GAS!”. Ik rijd met de camper over een middelgrote camping in Frankrijk. Pauline heeft net ingechecked en we zijn op zoek naar onze plek. Nummer 54.

Tijd om na te denken waar die is hebben we niet want waar je ook staat met je camper, bij de entree sta je per definitie in de weg. Mede omdat er links en rechts, bovenop de beperkte ruimte ook nog eens marktkramen zijn neergezet waar ik nog maar net tussendoor pas. De kaasjes worden door mijn uitlaat nog eens lekker gerookt.

Maar net als ik verder wil rijden komt het entertainment team ons tegemoet. Ze versperren de weg en ik kijk in de ogen van een konijnachtig wezen. Wij willen doorrijden maar hij blijft staan en staat voor onze camper te zwaaien met een stuk of 10 kinderen om hem heen. Ik heb er vertrouwen in dat het ding aanvoelt dat ik niet van konijnen houd en zeker niet op dit moment en door wil rijden maar het is hardleers. Ik negeer hem en draai mijn hoofd weg. “GAS” hoor ik weer in mijn hoofd en ik zie in gedachten mijn voet op het gaspedaal en besef dat er maar 6 centimeter nodig is om …. Maar een andere stem zegt dat het teveel rompslomp en oponthoud geeft en het is zonde van de kindertjes.

Uiteindelijk zwaait het monster af en we rijden door in rondjes want waar nummer 54 is weten we niet. De camping is zeer krap opgezet en we manoeuvreren tussen scheerlijnen en plastic tuinsetjes door waar Franse families ons met hun biertje in de hand gadeslaan. En Pauline krijgt de slappe lach. Bram zakt wat verder onderuit in zijn stoel en schuift de vitrage dicht. Uiteindelijk komen we bij onze plek. Met een paar keer steken waarbij ik de neus van de camper in de voortent van de overburen moet wrikken staat de camper op zijn plek. Maar niet voor lang want ik moest toch echt nog de vuilwatertank legen en de toiletcassette en schoon water tanken. Maar we drinken even wat en komen even bij. Dan start ik tot grote verbazing van alle buren wederom de motor. Tevoren had ik even gekeken waar het loosstation was. Dus zo tuffen we weer terug richting entree tussen een andere rij marktkramen.

Een moment later open ik de kraan en met een grote straal loopt de camper leeg. Het is raar te constateren dat het altijd een gevoel van opluchting geeft; alsof je je toch identificeert met zo’n camper. Ik kom een beetje tot rust als ik water sta te tanken als daar wederom het beest aankomt. Hij staat naast me te zwaaien en als blikken konden doden lag hij nu te stuiptrekken maar hij is onvermoeibaar. Ik sta me te verbazen over zoveel onvermogen om te zien dat iemand geen behoefte heeft aan infantiliteit. Mijn verbazing wordt nog groter als ik zie dat hij via de bestuurdersstoel naar binnen probeert te stappen om Bram te gaan vermaken die achterin zit. Die zal ook niet echt een uitnodigende indruk hebben gegeven want konijn trekt zijn kop terug. Die is te groot en blijft klemmen tussen de deur waardoor hij afvalt. Hij valt precies in de smurrie van de vuilwatertank. En ik zie welk mensenhoofd onder het ding tevoorschijn komt. Een volwassen man. Niet eens een student. Hij zet onverstoorbaar het natte ding weer op zijn kop en komt dan naar me toe. Hij raakt me aan en gaat achter me staan en slaat zijn poten om me heen. Ik ben te perplex om iets te doen. En ik ben al niet in staat Frans te spreken, laat staan Frans te vloeken.

Dan loopt hij weg en ik ben met stomheid geslagen. We rijden wederom via de toeristische route naar onze plek. Bram is duidelijk. “Ik wil hier morgen om 0900 uur weg zijn”. Wij zitten op één lijn. Er volgt een roerige avond. Tot 01.00 uur is er herrie.
De aversie bij Bram is zo groot dat hij de volgende morgen, geheel tegen zijn gewoonte in, in de camper doucht. De stap naar de campingdouches is te groot.
We vinden de volgende dag gelukkig een prachtige boerencamping, wederom via de SVR. Daar komen we bij.

De boer vraagt waar we vandaan komen. Wij stamelen iets over konijnen en campings en als hij de paniek en wanhoop in onze ogen ziet, begrijpt hij dat er maar één ding nodig is. Slachtofferhulp. Dat vinden we in de vorm van een heerlijke plek op deze parkachtige camping tussen de rhododendrons. Met prachtig uitzicht, rust en vriendelijkheid.

wp-image-1160597049

Gelukkig is deze camping een waardige afsluiting van deze week Normandië. Omaha Beach en het Amerikaanse kerkhof was zeer indrukwekkend. Ook waren we bij Arromanches-sur-Bain.

En de Carrefour natuurlijk. Waar ik afwasmiddel kocht met mint en basilicum. Dus geen afwasmiddel en mint en basilicum maar afwasmiddel met mint en basilicum… Leek me handig. Zodat je als je nog afwasmiddelrest op je bord hebt zitten dat het dan niet zo opvalt.

Inmiddels zijn Pauline en Bram weer thuis. En ben ik met de camper een aantal daagjes in Friesland op dit moment met zus Janny. Waar we op een ongeheurd rustige, heerlijke  SVR camping (camping kamperen op eigen weg.).
Zonder konijnen.