Rust

Het is wel meteen de vuurproef. Overnachten in de camper in de koudste nachten van maart sinds 1909 als ik me niet vergis. Als ik dit overleef, dan kan niets me meer gebeuren. Maar het zorgt wel meteen voor wat hoofdbrekens. Want moet ik nu de buitenkraan niet afsluiten? Zo erg vriest het nu niet. Dus ik nam de gok.

Maar gisteravond probeerde ik de kraan open te draaien en toen kwam er geen water uit. Dus die was bevroren! Ik kom mezelf wel voor de kop slaan. Gelukkig was het loos alarm want vandaag kon ik probleemloos mijn watertank vullen.

Je moet wel een sterk hart hebben om een camper te hebben. Want er kan veel kapot gaan. Zo stopte de gaskachel er gisteren ineens mee. In deze kou! Ik had een gasfles gewisseld en toen ging hij niet meer aan. Rood lampje. Een paar keer opnieuw geprobeerd. Ook na een tijdje. Dus ik moest gaan slapen met een electrisch kacheltje. Dat is niet fijn. Maakt herrie. En dan lig je te balen. Kapotte kachel. Wat gaat dat betekenen? Grote reparaties?

Vanmorgen nog een keertje geprobeerd. Maar nog steeds geen sjoege. Op die momenten word ik wel een beetje onzeker. Ga ik weer twijfelen. Is dit nou geen gekkenwerk? Maar ik leg dat weer naast me neer. Een camper is kwetsbaar en er kunnen dingen stuk gaan. Zo simpel is het. En ik bedacht me ook dat ik niet moet verwachten dat ik nooit meer een stressmomentje zal beleven. En om de pijn te verzachten riep ik nog even wat stress- en frustratiemomentjes uit mijn vorige leven op. Het maken van een purchase order in een boekhoudsysteem. Het bijwonen van vervelende vergaderingen. Het moeten knijpen in een contract terwijl dat eigenlijk niet kan. De files. De onzinnigheid van bepaalde managementprogramma’s. Joh, die kachel. Hahaha. Is dat alles???

Dus ik belde het camperbedrijf op.

Op die momenten moet ik sterk aan Leo denken. Die natuurlijk ook eigenlijk continu achter de feiten aanliep op het schip. Altijd was er wel iets kapot of ging er iets kapot.  “Wen er maar aan” zei hij dan.

En als hij dan iets moest laten maken dat veel geld kostte, of iets duurs moest kopen zei hij steevast: “je moet het zó zien; je moet blij zijn dat je het kunt kopen, of dat je het kunt laten maken…. “. Dus toen ik vanmorgen naar het camperbedrijf reed, waar ik de laatste tijd dus wel wat vaker kom, bedacht ik dat het fijn was dat er zo’n bedrijf op ons eiland is. Dat ik er direct terecht kon. Dat ik het kon laten maken. Kijk, dat voelt meteen anders….

Gelukkig was dit ook loos alarm. Kort nadat de camper naar binnen gereden werd, kwam de monteur naar me toe en zei dat de kachel het gewoon deed ;-). Vraag niet hoe het kan maar geniet ervan….

Dat was weer een meevaller.

Op de terugweg ging ik even naar het Ooltgensplaatse sluisje waar ik Willem en Ine ontving in de camper met koffie, omdat we een wandeling gingen uitzetten.

En afgelopen weekend heb ik de flamingo’s gezien met een bont gezelschap.  Zo’n gezelschap dat verschillende delen van je leven op een prachtige manier samen laat smelten. Een paar vrienden uit mijn tijd in Delft, die ik ken sinds 1981. Twee vriendinnen, die 17 jaar mijn collega bij Pfizer zijn geweest en met wie ik lief en leed heb gedeeld. Mijn lieve zus Jannie met kleinkind. En last but not least mijn huurder ;-); een Portugese ingenieur die ook graag de flamingo’s wilde zien. En die uiteraard zijn ogen uitkeek. “I have never seen flamingo’s in Portugal”…..

Ik leef in de camper en doe ondertussen allemaal leuke dingen. Donderdag ging ik naar de sauna, vrijdag naar oud-beijerland om een verlengsnoer te kopen voor de wifi zodat ik nu goed internet heb in de camper. Zaterdag op de borrel bij Madeleine. Zondag zag ik de flamingo’s en daarna at ik kibbeling in Restaurant Grevelingen. Gisteren dus de koffie en het uitzetten van de wandeling na een bezoekje aan de garage. Gisteravond bijeenkomst in de Proeverij met de fotoclub. Morgen naar Den Bosch, lunchen bij zwager en schoonzus met zwager en schoonzus. Woensdag lunchen met oud-collega. Donderdag de gast uitchecken en afspreken met andere pfizercollega’s. Dan vrijdag naar de borrel in de Proeverij. Oh, ik heb het erg druk met dingen waar ik nu tijd voor heb. Dat lijkt een contradictio in terminis maar je begrijpt wat ik bedoel….

Maar wat is dat heerlijk.

Het is klerekoud. Maar de camper is warm. En ik ben zo blij dat het werkt. Het kan alleen maar leuker worden. Als het warmer wordt. Als ik buiten kan zitten. Lekker in de tuin kan werken. Met de camper aan het water kan zitten. Op een stoeltje in de zon.

Maar nu, nu heb ik het ook naar mijn zin. Gewoon omdat mijn plannetje werkt.

Ik kreeg gisteren nog wel de vraag “Syl, heb je nu wat rust?”. Ik werd wat overvallen door de vraag. Maar het was een goede vraag. Ik  zat er die avond even over door te denken. En eigenlijk raakte de vraag me. Ik moest er zelfs van huilen. Maar dat kan ook door de wijntjes komen.  Ik vroeg me af wat rust betekent. Ik lees altijd over mensen die zich na een ingrijpende gebeurtenis zoals de dood van hun geliefde storten in allerlei dingen. Die dan na een tijd de klap krijgen. En dan vraag ik me af of mij dat ook gaat gebeuren.

Maar ik denk dat het leven niet geschikt is om altijd rust te hebben. Ik heb geen rust, want ik ben bezig. Maar ik heb wel vrede met wat er is gebeurd. Met de dood van Leo. Hoewel het veel verdriet geeft.

Ik ga niet zitten wachten want waarop moet ik wachten? Mijn leven is totaal veranderd en wordt nooit meer hetzelfde. Maar ook als Leo er nog geweest zou zijn en gezond zou zijn gebleven sluit ik niet uit dat mijn leven zou veranderen. We hadden immers het plan voor de camping in Noorwegen.

Ik heb een gezonde spanning over deze nieuwe stap. Een stap die niet zo gebruikelijk is. Geen mainstream. Ik weet waar ik mee bezig ben. Maar niets gaat vanzelf.

Kijk, dát besef, dat geeft me rust….

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Syl verhuurt haar huisje!

De kop is er af. De eerste gasten zijn weer vertrokken en de tweede heeft maandag ingechecked.

Het liep harder dan ik dacht. Na de verf-, lak- en opruimsessies had ik mijn huisje op een boekingssite gezet. En het stond er nog niet koud op of de eerste boeking kwam binnen. Vier dagen met Hemelvaart. Maar kort daarna kwam er nog eentje. En nog eentje. En nog eentje. En óók eentje die al snel wilde komen.

En zo liep ik toch nog wel enigszins in de stress afgelopen vrijdag mijn laatste rondje door het huis. Het was leeg, schoon en uitnodigend. En de persoonlijke spulletjes stonden achter zelf gefabriekte luiken die met een stang en een slotje vergrendeld waren. De inloopkast op de slaapkamer was afgesloten en ook de voorraadkast heb ik met een vernuftig systeem tijdelijk ontoegankelijk gemaakt.

Er zijn keuzes gemaakt. Mogen de gasten mijn olijfolie gebruiken? Mijn koffie-apparaat? Mijn föhn? Mijn strijkijzer? Mijn stereo-installatie?

Langzaam maar zeker zag ik steeds meer voor me hoe het er uit zou moeten gaan zien.

Bert timmerde een hek tussen de voor- en achtertuin, zodat nu duidelijk is wat privé-terrein is en wat voor de gasten bedoeld is. Gerard pimpte de keuken. Carolus maakte van mijn koffie apparaat een floating coffee device. Rob sausde de benedenverdieping en de luiken. Trudy voorzag me van verfklusvriendelijke (lees: kant-en-klare) maaltijden. En diverse vrienden en familie verleenden me geestelijke bijstand en hoorden me eindeloos aan over mijn verhuurplannetjes.

Met het verhuren van mijn huisje verdien ik een centje bij. En dat is altijd fijn. En als het niet goed meer voelt, dan stop ik er mee. En dan heb ik er helemaal geen buil aan gevallen. Want ik heb feitelijk niets geïnvesteerd op wat nieuw beddengoed na. Voorlopig word ik steeds enthousiaster.

Ik heb de smaak nu al te pakken. Terwijl ik tegen mezelf heb gezegd dat ik eerst maar eens moet gaan ondervinden hoe dit voelt. Maar alles klopt. Ik maak het mensen graag naar de zin, zelfs als dat betekent dat ik ze gewoon vooral met rust moet laten. Ik zit niet te wachten op meer sociale contacten. Maar wel vind ik het leuk om ambassadeur te zijn van mijn dorp, mijn eiland, mijn land. Ik vind het leuk als ik een goed huisje kan verhuren. Een rustig, gezellig, comfortabel, compleet huisje. Waar mensen met plezier in vertoeven.

Ik heb het er maar druk mee. Want de informatie op de boekingssite kan nog beter. Ik wil meer informatie in het huisje voor de gasten. Ik wil een logo, visitekaartjes. Ik moet snel met mijn boekhouder gaan praten over de do’s en don’ts. Ik wil alle rommel die ik nu over heb nog weg doen. Ik moet snel tv gaan aansluiten, de kitranden vernieuwen, de stijlen nog lakken, de zeepbak van de wasmachine schoonmaken, de gebruiksaanwijzing van het huisje in het Duits laten vertalen, mijn Duits ophalen, de vloer in de was zetten, de nieuwe luxaflex tzt bevestigen, rolgordijnen kopen voor de slaapkamer, een nieuw vloerkleed kopen en een kleine salontafel bij de kringloop, de kastanjeboom kappen want die is ongeneeslijk ziek, …..

Het komt de laatste weken weer voor dat ik bekaf ben en oh, wat is dat heerlijk. Wat slaapt dat goed. Ik heb weer een doel. Mijn huisje verhuren. En mijn huisje nog leger maken, zodat het nog makkelijker in de verhuurstand geschoven kan worden. Nog meer zooi uit mijn huisje is heerlijk. Het werkt verslavend. Ik heb nu al kasten leeg gemaakt voor de gasten en weet je, ik wil gewoon dat die leeg blijven, ook als ze weer weg zijn. Alles wat ik beetpak, bekijk ik nu anders. “Is dit het waard heen en weer gesleept te worden?”.

Persoonlijke spulletjes die me dierbaar zijn en waar niets mee mag gebeuren…. Ja, die heb ik wel. Maar het zijn er niet veel. Ook mijn meubels zijn me wel dierbaar maar als er iets mee gebeurt krijg ik er geen buikpijn van. 90% van mijn inventaris is van de kringloop. Behalve mijn mooie blauwe schaaltjes. Ik heb overwogen die weg te zetten want daar ben ik aan gehecht. Maar ik laat ze staan. Dan mogen de huurders er ook van genieten. Als er eentje valt is het jammer. Maar het is maar een schaaltje. De stereo is me ook dierbaar. Ik moet me nog verdiepen in een eventuele verzekering. Maar Leo wa s tegen verzekeringen en die had het als huurder zeer gewaardeerd als er een goede installatie was. Ik wil angst niet laten regeren. Shit happens. Vooralsnog is de stereoinstallatie het duurste wat er in mijn huis staat. Ik heb overigens wel een verhuurdersaansprakelijkheidsverzekering (mooi woord voor galgje) afgesloten. In verdere eventuele verzekeringen ga ik me nog verder verdiepen, mens ik heb het zo druk.

En ze mogen ook mijn badeendje gebruiken.

Ja, persoonlijke spulletjes. En dan het idee dat er mensen i n je bed slapen. Ja, daar moest ik ook aan wennen. Maar daar was ik ook gauw klaar mee. Ik slaap toch ook zonder enig probleem in een bed in een vakantiehuis? Wel heb ik mijn eigen beddengoed en gebruik ik matrasbeschermers. Maar verder..

Oké. Ik heb ook de foto van Leo van de muur gehaald. Maar die zou er alle begrip voor hebben. Hij wist precies wat het betekent om je leefruimte ter beschikking te stellen aan gasten. Op de Hollandsch Diep was de salon het gehele seizoen voor de gasten. Pas in de winter werd het weer de eigen huiskamer. Ik ben dus wat dat betreft ook wel aan dat fenomeen gewend.

Ik kan me verheugen om mijn berging in de tuin op te ruimen en alles wat daar is verzameld weg te brengen naar de kringloop of anderszins, zodat daar ook weer ruimte ontstaat. En dan wordt het verhuurmechanisme een geoliede machine want de infrastructuur is er al.

Ik zelf vertoef namelijk in mijn camper als mijn huisje verhuurd is. Met alle voorzieningen. Douche, toilet, keuken, verwarming, airconditioning (heb ik thuis overigens niet!), tv, zithoek, logeerkamer, koelkast, vriezer. En die staat op mijn erf waar ik electriciteit heb, en water. Mijn toiletcassette op het riool kan legen en mijn vuilwatertank. Waar ik een sfeervolle overkapping heb voor de zwoele zomeravonden. Waar ik aan het water kan zitten. Waar ik privacy heb omdat de gasten hun eigen ingang hebben en niet door mijn gedeelte hoeven….

Ik ben graag in mijn camper. Zo zat ik gisteren met mijn benen omhoog van een wijntje te genieten. Ik had een bosje bloemen gekocht, en had net Spits uitgelaten. Die voelt zich ook thuis in de camper.

Ik kan me al verheugen op de zomer. Er is al een boeking van 10 dagen en een van 14 dagen. Jij mag bedenken wat ik in die tussentijd ga doen. Op stap met de camper. Of daagjes vanaf huis. Een nieuwe bril kopen (o nee, die heb ik al!!). Wandelen, zwemmen, op visite, winkelen, ik heb ook mijn kleine autootje nog. Mijn leven gaat gewoon door als ik een “verhuurtje” heb… Zo zit ik ook deze blog te schrijven bij Anita en Hennie in Leerdam. Ga ik vanavond ik Oude-Tonge naar de sauna, hoop ik morgen de nieuwe Proeverij te zien, en ga ik volgende week de caravan schoonmaken en klaarmaken voor vervoer naar de camping.

Soms betrap ik mezelf erop dat ik nadenk over wat de mensen ervan zullen denken. Zo’n beetje een roma-achtige levensstijl, met je caravan, en camper zo, en dan nog wel op je eigen erf.

Maar eigenlijk ben ik ongelooflijk hip en duurzaam. Ik verhuur mijn eigen woning, zodat er niet méér recreatiewoningen gebouwd hoeven te worden (zo benut ik bestaande bouw boven nieuwbouw). En mijn camper s gewoon mijn eigen “Tiny House”. Oké, het is wel een diesel, maar ik kan niet alles tegelijk…

“Nee, Musch”, zeg ik dan tegen mezelf, “weet je, zo met je campertje op toer, en je huisje verhuren, dat vinden wij niet raar……”

Stel, je wilt een brilletje….

Kijk, en dan ga je met een vriendin mee naar een hippe optiekzaak in Hillegersberg. Je hebt al besloten dat je liever geen bril koopt bij een goedkope keten omdat je best regelmatig hebt gehoord dat het daar niet altijd goed gaat met de glazen. En de vriendin heeft gezien dat ze daar leuke brillen hebben.

Dus je maakt er een leuk dagje van, want de Bergse Dorpsstraat is jeugdsentiment omdat je daar vlakbij op school zat. Dus je spreekt af bij café Lebbink. Daar kwam je nooit want je hoorde tot de braveriken die naar Plaswijck gingen. Maar er blijken wel drie optiekzaken te zijn dus je gaat ze allemaal langs. En laten ze nou overal best leuke brillen hebben. Mooi dat je vriendin dan even fotootjes kan maken zodat je er nog even over na kunt denken. Eind van de middag heb je dan 12 opties. Dat is best veel maar je vertrouwt erop dat het wel goed komt.

Het is wikken en wegen. Thuisgekomen zet je de fotootjes op facebook, het is immers facebook he, dat gaat om faces. Na een dagje weet je het; het wordt de ronde Pradabril. Hoeveel kost hij eigenlijk? Je zoomt in bij de foto en moet even slikken. Heel klein zie je het prijskaartje maar de prijs is duidelijk; geen goedkoop brilletje.

Maar ja, het is wel je gezicht he, daar moet je wat voor over hebben. En dan komen er nog de glaasjes bij. Van ca 400 Euro per stuk…

En dan ga je even googlen en dan zie je ineens dat de bril bijna 100 Euro goedkoper is als je hem via internet bestelt. Dus dan krab je je even achter de oren. Maar ja, zo maak je de winkels wel kapot he, want je hebt toevallig wel in een winkel deze bril gezien en ze hebben tijd voor je vrijgemaakt en je hebt koffie gekregen. Dus eigenlijk kan je dat niet maken. Ook niet als je alleen het montuur bestelt en dan de glazen bij de opticien koopt.

En eigenlijk heb je ook nog een beetje berouw dat je niet meteen naar je eigen opticien bent gegaan. Dus eigenlijk zit je een beetje te miezemuizen over wat nu te doen. In elk geval ben je blij dat je de keuze van een montuur éérst hebt gedaan, en dan je ogen laat meten. Dan besluit je je eigen opticien te bellen zodat hij je glazen kan leveren voor de bril die je dan in Hillegersberg kan gaan kopen. Zo verdienen ze allebei wat, zonder dat je naar internetwinkels gaat. “Dat is fair” denk je nog.

Dus je belt met de opticiën en die zegt dat hij het wel begrijpt als je zegt dat je ‘toevallig’ tegen een bril aanliep. En dat je die middag nog terecht kan voor een meting. Dan heb je het even over de internetwinkel en je laat hem de advertentie zien. “Dat is een hele grote en het gaat niet zelden fout,” zegt hij en dan zegt hij dat hij die bril ook wel kan bestellen. En dat is nog niet alles; je kunt hem voor de helft van de prijs krijgen omdat er een verbouwingskorting geldt! Je ogen worden gemeten en er komt iets sterkte bij. Tevreden loop je de winkel uit. Komt het toch nog goed. Een bril via je eigen opticien en toch niet via internet. Én voor de helft van de prijs. Je viert het met een dikke capuccino.

Thuisgekomen ga je weer lekker door met schilderen;  eindelijk weer een puntje van je actiepuntenlijstje af.

En dan gaat de telefoon. De opticien. Die vertelt dat de bril niet meer te bestellen is. “Jammer” zeg je,  “Ja, jammer” zegt de opticiën.

En dan schenk je koffie in. En dan besef je dat je het montuur dus toch in Rotterdam moet gaan ophalen. En daar heb je dan helemaal geen zin in en dan baal je echt.

En dan lig je ’s nachts nog lang na te denken. En dan ga je de volgende morgen nog eens kijken op internet. En dan zie je dat die bril ook bij een andere internetwinkel te koop is. Voor heel weinig. Met enkelvoudige glazen gratis erbij. En dat is een winkel met een adres en een telefoonnummer en die zitten ook in Brussel en er zit een mevrouw bij de klantenservice zeggen ze en die heet carolien. En dan bedenk je dat je toch dat montuur daar maar gaat bestellen.  En dan bestel je gewoon enkelvoudige glazen voor veraf erbij. Je moet wel de pupilafstand doorgeven maar dat kunnen ze afleiden aan een foto met een creditcard voor je hoofd. Maar daar trap je niet in denk je dat, dus je doet het niet met een creditcard maar met een intratuincard met dezelfde maat.  Dan heb je voor 100 Euro minder een bril waar je dan altijd nog varifocale glazen in kan laten zetten. 100 euro minder dan dus alleen het montuur zonder glazen bij de optiek in Hillegersberg…

En dan ben je toch wel tevreden met jezelf, vanwege je slimme zet en je oplettendheid met betrekking tot de creditcard, hoewel er nog wel wat aan je geweten knaagt, want je doet nu toch iets via internet. Maar uiteindelijk heb je een keuze gemaakt en dat voelt goed.

Voldaan drink je nog een bakkie koffie en dan, dan doe je iets wat je eigenlijk niet zou moeten doen. Dan google je even op de naam van de internetwinkel. En dan zie je ineens allemaal hele nare reacties, waar vaak het woord ‘oplichterij’ in voorkomt.

Dan ga je maar even de hond uit laten. Want dan weet je het niet meer…. En dan kom je thuis en ziet in je email de bevestiging van de bestelling. Waar dan ook bij staat dat je binnen 7 dagen van de overeenkomst af kunt zien als je een mailtje stuurt naar een bepaald emailadres. Tenzij er erg persoonlijke glazen zijn gefabriceerd. Maar je bedenkt dat dat niet zo zal zijn want jouw sterktes zijn erg gewoon.

En dan stuur je maar een emailtje met de mededeling dat je van de koop afziet. En dat je je centjes terug wilt.

En dan ga je heel hard zitten duimen en dan neem je je voor even niets meer te doen met brilletjes… En dat je eerst moed gaat verzamelen….

 

 

 

 

Focus

Het tart alle wetten van doelmatigheid; met meerdere dingen tegelijk bezig zijn. Gebrainwashed ben ik. Want ik zou moeten focussen. Me storten op één ding. Alleen dán bereik je doelen. Kom je verder.

Maar dat is niet hoe het nu werkt in huize Musch. Terwijl ik op de grond met een latexrolletje achter de WC kruip. “Wat een @#$%-klus” denk ik. Of het ligt aan het weer, aan het voorjaar, of wat er in de afgelopen tijd is gebeurd weet ik niet, maar het lijkt alsof het er allemaal niet toe doet. “Waar ben ik mee bezig” denk ik, terwijl de zuinig bewaarde afplaktape voor de 13e keer afscheurt  op een plek waar dat niet moet.

“Ik zoek wel weer echt werk” mompel ik. En in gedachten maak ik een afweging;  “Wat is erger; met de latexroller achter de wc liggen of ’s ochtends in de file op de A29.”…

De balans op de schaal van ellende lijkt door te slaan naar de latexroller en in wanhoop schenk ik nog maar eens koffie in.  Dan doe ik de deksel op de latexpot en denk: “morgen weer een dag”.

En dan denk ik terug aan het gesprek met Wim.

Wim, die ik al jaren ken,  had ik uitgenodigd voor koffie in de camper, ergens aan de waterkant in Rhenen. Mooi te combineren op de terugweg uit Almere, waar ik de spoelföhninstallatie had gebracht naar vrienden, van wie de man Parkinson heeft. Zo blij dat ik een bestemming voor het ding heb gevonden. En zo fijn elkaar weer eens te spreken. (En omdat ik toch in Almere was, ben ik meteen eens langsgeweest bij Petra en Jasper, een medeblogster met een ernstige spierziekte en een PGB (zie hier haar blog…). Wat leuk elkaar in levende lijven te ontmoeten. )

Ik wilde vooral afspreken met Wim omdat ik huiverig ben terug te keren in mijn vak. Waarom? Omdat ik overal van die opgeklopte lucht zie. Dikdoenerij en snel scoren ten koste van alles. En omdat ik daar slecht tegen kan. Ik wilde weten hoe hij daarmee om gaat, want Wim houdt ook niet van lucht. Dat weet ik omdat ik hem persoonlijk ken maar dat blijkt ook uit zijn blogs die ik al jaren lees. (www.wimaalbers.nl)

Tijdens de appelflap bespraken we de opties van mijn terugkeer naar de “echte” maatschappij. “Weet je, Wim, ik wil wel terug maar ik stel dan mijn eisen!”. “Geen korte termijn doelen, geen vinkjescultuur, respect voor medewerkers en een ‘acceptabele’ hoeveelheid lijken in de kast en geen heel kerkhof, “. Ik was aardig op dreef en at steeds gretiger mijn appelflap. Spits, die altijd reageert als er opgewonden wordt gesproken, lichtte zijn kop op en leek me vragend aan te kijken…

Wim schrijft  blogs die hout snijden; kort en to-the-point. En zo praat hij ook. Dus nadat ik me heftig had zitten opwinden, zei hij: “Je kunt het ook omdraaien”…. “Je kunt ook gewoon zeggen dat je alle opdrachten wilt aannemen die voldoen aan jouw standaarden en dat je zo-en-zo werkt… ”…. Tja, dat klinkt wel meteen heel anders.

“Ik kan ook voor mensen de PGB-administratie gaan doen”, zei ik tegen Wim. “Of terug in de zorg”.  “Oh ja, en ik ben bezig mijn huis op te knappen voor verhuur”.

Het klonk allemaal niet zo strak. En het klonk al helemaal niet als ‘focus’. Maar na een paar bakken koffie ontstond er toch iets. Rust.

Want ik hoef nog niet te kiezen. Ik kan nog wel even door op deze manier. En eigenlijk heb ik gewoon een plan. Ik heb eerst na het overlijden van Leo een camper gekocht. Ben gaan reizen. Heb daarna mijn huis opgeruimd. Ben nu mijn huis aan het opknappen. Wil mijn huis als het klaar is kortdurend gaan verhuren. Heb het daarom inmiddels op Airbnb gezet (zie deze advertentie op Airbnb). Heb inmiddels samen met zus Trudy en zwager Rob een camping gevonden om dit seizoen voor hen de caravan op te zetten (want die lekt niet!).

Het plan is dus om het huis verder op te knappen. De caravan in orde te maken en naar Stellendam te rijden. Dan te genieten met Trudy, Rob en Tamisha, zij in de caravan, ik in de camper, En dan, dan, als het allemaal een beetje loopt, ga ik weleens de bureau’s actief benaderen, website maken, en netwerken. Voor het vinden van een interimklus. Maar dat sluit niet uit dat ik voor iemand de PGB administratie doe, of in de zorg werk, terwijl ik mijn huisje af en toe verhuur, of… Waarom niet kijken of ik dingen kan combineren? Of niet! In elk geval stap voor stap. Waarbij de stappen niet in één rechte lijn hoeven te lopen.

En ondertussen geniet ik van uitstapjes met de camper, overnacht ik op opritten en bij kampeerbosjes. En bubbel ik in de sauna. Ga naar de film en ga een nieuwe bril uitzoeken.

Dat verven komt ook goed. Nu ik weer wat rust heb omdat ik weer even opgeschreven heb dat ik niet als een kip zonder kop bezig ben. En het verven wordt ook een stuk leuker als ik een van de hoorspelen van Peter van Bruggen op zet. Hij maakte jaaaren geleden het radioprogramma “Het Weeshuis van de Hits” en nog meer pareltjes. Met het overlijden van de baas van Ikea verleden week luisterde ik nog eens naar een uitzending van Peter over Ikea, het verschijnsel Woonboulevards, het ontstaan van Pasen (en Pasen en Woonboulevards hebben met elkaar te maken) en dat afgewisseld met aangename muziekjes. Eigenlijk….. kijk ik wel uit naar dat verven. Nou ja, bij wijze van spreken dan.

Eigenlijk is het heel simpel.

En eigenlijk is het een Dijk Van Een Plan. Maar soms moet ik het plan nog een keertje aan mezelf uitleggen. En niet vergeten dat een Plan niet altijd een einddoel is, maar dat het ook een wég kan zijn. Dat is helemaal niet SMART maar wel slim!

En er is maar één ding waar ik me op zou kunnen focussen, als het dan toch moet, namelijk de rust te vinden onderweg op die weg

ooohhhmmmmmm

 

 

Pacemaker

Ik ben nog steeds goed bezig. En het schiet ook al op. Maar ik hoor wel stemmen. Er is een ‘doe-weg’-stemmetje. En die is het vaak niet eens met het ‘zonde-zonde’-stemmetje. Zo zegt het doe-weg stemmetje dat ik de elastische tape voor de stoma van Leo weg moet doen. Maar het ‘zonde-zonde’ stemmetje zegt dat je daar hele goeie blarenpleisters van kan knippen. Want weet je wel hoe duur die Compeed pleisters zijn? Ik heb dus eergisteren een stukje ervan afgeknipt en die op mijn hiel geplakt, om te testen. Vandaag heb ik het van mijn hiel gehaald. Het is gewoon hetzelfde als compeed. Ik houd ze dus!

Zo heb ik ook ooit met een luchtslang van het ademondersteuningsapparaat van Leo de afvoer van de caravan aangesloten op de vijver, zodat ik de schoonwatertank kon verversen. Maar ja, ik heb nog 8 van die slangen en het ‘zonde-zonde’stemmetje is nog in conclaaf met het ‘doe-weg’-stemmetje.

Met de beenbandjes  van Leo heb ik de parasol bij elkaar gebonden. O zo handig met dat klitteband.

Ik heb ook nog wat brilletjes… In allerlei sterktes. Heb ze steeds bewaard want soms werd de leesbril ineens geschikt als verweg bril. Maar ik heb er nu wel een heleboel.

Wegdoen…. Het is een missie. Ik probeer ook slachtoffers te vinden aan wie ik dingen kan slijten zodat ik er een fijn gevoel bij krijg. Om ze gewoon ongevraagd dingen in de maag te splitsen. Mijn zus Janny, pedicure, krijgt een doos met splitgaasjes. Dat weet ze zelf nog niet maar ik sta erop dat ze die meeneemt. Hartstikke duur spul en steriel. Daar kan zij vast wel wat mee.

Ik heb ook de administratie rond het PGB en de WLZ op de zolder gezet. Samen met een aantal herinneringen van Leo. Ik kan het nog niet over mijn hart verkrijgen alles weg te doen, hoewel ze mij niets doen. Juist enige tijd geleden is ook de ex van Leo overleden, dus aan haar kan ik het ook niet meer geven….

Er is ongeveer een vierkante meter met spullen van Leo. Buiten de administratie van de Hollandsch Diep, die keurig is opgeborgen; elk jaar een wijndoos. Van de huiswijn van het schip; Four Seasons.

Als ik het zie, maakt het me ook triest. Is dit dan wat overblijft? Een vierkante meter met spulletjes? Maar dat denk ik niet lang. Het is slechts het materiële. Dat is het enige tastbare.

Ja, ik relativeer het allemaal wel. Maar het doet me tegelijkertijd erg beseffen dat het leven eindig is. Ik vind op die zolder ook nog een paar herinneringen aan mijn vader. En mijn moeder. Ik heb geen existentiële crisis maar ben nog nooit zo veel bezig geweest met de vraag wat ik eigenlijk wil in dit leven. En wat ik doe met mijn tijd. Enzo. Wat laat ik na… En wat doe ik nú? En is dat wat ik nú doe wat ik nalaat? enzovoorts.

Stemmetjes, gedachten. Ik ‘overleg’ nog regelmatig met Leo. Zeg hem dan dat de schutting met deze storm nog steeds staat. Vier jaar geleden liet Leo de tuin aanleggen.

Maar soms blijft Leo ook stil. Als ik hem vraag wat ik met de pacemaker van zijn vader moet doen ;-).

Ach, ik zit heerlijk te klooien met allemaal dingetjes. En gisteren ging ik even langs bij de plaatselijke kringloop. “Alles Wisselt”. Om te informeren hoe ik daar spulletjes kan afgeven.  Er zaten drie heren gezellig aan de koffie. En ondertussen liep ik even rond. Ja, als je er dan toch bent. En toen vond ik me toch een mooi dienblad. Er kwam weer een ander stemmetje dat zei dat ik dat toch echt daar niet kon laten staan.

“Mooi zeg” zei ik tegen een van de heren met wie ik 10 Euro afrekende. Kwaliteit mag wat kosten. “Ik ben juist aan het opruimen en nu neem ik toch weer iets mee….” zei ik terwijl dat totaal niet ter zake doende was. Want dat is niet iets waar zij mee zitten. Maar hij zag blijkbaar de twijfel in mijn ogen en keek mij bemoedigend aan. “Ja, daarom heet het ook ‘alles wisselt’, is toch mooi?”.  Zo stelde hij me gerust. Ik heb overigens een fantastische bestemming voor het dienblad gevonden.

20180117_220421.jpg

Alles wisselt…. Zouden ze ook een pacemaker willen hebben?

Opruimen

Het gaat wel goed met mij. Hoewel. Soms ben ik daar niet zo zeker meer van. Als ik op een dag met het puntje van mijn tong uit de mond handdoeken zit te vouwen. Het moet niet gekker worden.  Aan de hand van een filmpje op YouTube. Je kunt namelijk van handdoeken ook vrolijke rolletjes maken.  Je wilt niet weten hoeveel van die filmpjes op YouTube staan. Maar het is een rustgevende bezigheid. Je voelt je één met de handdoek. En het stimuleert het handdoekdeel in de hersenen. Het geeft impulsen die je niet voor mogelijk houdt. Van hokjesdenken naar kokervisie. Oeps.

Ja, ik ben aan het opruimen. De badkamer heb ik dus afgerond. De handdoeken kregen ook een bleekbad en er zijn een fors aantal handdoeken afgekeurd. Die liggen nu op de afdeling poetslappen. Die moet ik ook nodig uitdunnen want inmiddels kan ik met het volume poetslappen het Volkerak dempen. Dat komt omdat Leo ook poetslappen spaarde, want dat was zo handig voor verven op de Hollandsch Diep. En hier stuiten we meteen op het probleem als ik aan het opruimen ben; ik weet wat ik wil wegdoen  maar vind het dan moeilijk er een bestemming voor te vinden.

We hebben de volgende afvalstromen voor dingen die ik kwijt wil; a) weggeven, b) naar de Kringloop c) in de kledingcontainer, d) naar vriendin Evelein, die voor kleding vaak goede bestemmingen heeft, e) naar de leuke tweedehands kledingwinkel van Rina, (www.2-times.nl), f) weggooien, met als subafdeling oud ijzer, chemisch afval, restafval, papier, batterijen of gft… g) naar de poetslappenafdeling, h) verkopen via Marktplaats, i) plaatsen op de koopjeshoek op Facebook en j) plaatsen op de weggeefhoek van Facebook.

De krent in mij wil ook liefst de weggeefhoek vermijden tot bewezen is dat andere opties niet succesvol blijken  ;-).

Maar ik ben goed bezig. Heb de keukenvoorraad al gehad, de kledingkast en de toilet/badder/make-up artikelen. Hoeveel reserve-mascara’s mag een mens hebben? Dan stuit ik ook op shampoo van Leo. Het is koolteershampoo die hij gebruikte tegen de talgafscheiding op zijn hoofd. Moeilijk te krijgen, de apotheek moest het bestellen en het duurde heel lang voor we het hadden. Maar ik heb nog een onaangebroken fles.  Ik zet de shampoo opzij om weg te gooien.

Zo ga ik het huis door. Van Leo zijn er al veel spullen weg. Maar ik heb bijvoorbeeld nog zijn spoelföhninstallatie. Een toiletbril met ingebouwde billendouche. Daar moet ik nog een bestemming voor vinden. En zo zijn er nog duizend dingen. Leo zijn elektrische tandenborstel moet weg. Of zal ik hem blijven gebruiken als ‘poetstandenborstel’…. Handig om kleine dingetjes mee te poetsen. Ik besluit hem weg te doen. Maar ja. Gewoon in de kliko? Dat is zonde. Dan maar naar Sjaak, de oudijzerman, die blij is met alles waar een stekker aan zit. Maar ja, hij gaat het demonteren en het is nog een goede tandenborstel. Dus dan naar de kringloop, maar kan je dat maken, een tandenborstel? Zo sta ik soms uren met iets in mijn hand. Wetend dat het het huis uit moet, maar urenlang mijmerend wat ik er vervolgens het beste mee kan doen….. Neem bijvoorbeeld de steunkousen van Leo. Die zijn hartstikke duur. Maar om die nou bij de kringloop achter te laten….

Kijk, soms stagneert het opruimproces dus omdat ik geen keuze kan maken. Ik heb daarom de categorie “weet niet”  toegevoegd. Dat is een vóórsorteerterrein dat dan daarna wel  weer wordt leeggemaakt. Ik ben nu de spullen in de berging aan het opruimen om een weet-niet-afdeling te maken…. ;-).

Er zijn nog wel dingen die ik nog even bewaar. Zoals een paar souvenirs van Leo. Hij was een man die bijna nooit iets bewaarde. Daarom zijn de dingen die hij wel bewaarde duidelijk heel belangrijk voor hem geweest. Ik heb ook moeite met zijn diploma’s… van de Zeevaartschool, vaarbewijzen… monsterboekjes…

Inmiddels heeft de as van Leo ook een bestemming gekregen.  Gestort in het Kampeerbosje bij Hennie en Anita. Een plek waar hij zo graag kwam. Nee, niet verstrooid. Leo was niet de man van subtiliteiten.Dus de as is functioneel gestort, zoals Leo het had kunnen waarderen, in een kuil waarna er een berk op is geplant (!)..Hij zelf had het geen probleem gevonden als hij via het GFT was afgevoerd.  Ik had niet zoveel met die as. Het is niet Leo. Sterker, eigenlijk had ik in het begin een hekel aan de as. Want dat was zijn lichaam en man, wat heeft hij daarmee geleden. Het huis van de MSA. De as was een mooie legitimatie nog een keer met dierbaren te kunnen afspreken en te mijmeren. En de berk is een mooie herinnering.

Dus ook die koker is het huis uit. Voelt  goed. Opruimen is de eerste missie; daarna zou ik het huis ook gaan schoonmaken. Maar aangezien ik met de kerst  10 man te logeren had, heb ik daar toch maar een voorschotje op genomen. Zodoende zijn ze toch niet met hun luchtbed aan de vloer blijven kleven. Het was erg gezellig om zus, zwager en hun kinderen hier te hebben. Met de camper en caravan als logeerkamer ging dat prima. Een kerstontbijt met 10 man in mijn huisje, het kan!

Inmiddels ben ik er ook een week tussenuit geweest. Tussen het opruimen door een weekje on the road met de camper. Van Leerdam naar Rheden naar Lathum, naar Arcen, naar Berg en Dal en dan naar Den Bosch. 6 overnachtingen op 5 verschillende plaatsen. Heerlijk, zo’n camper.

Het voorjaar zal staan in het opruimen en opknappen van mijn huis. Er moet flink geverfd worden. Ik heb er veel zin in.

Er is nog een reden waarom ik extra gemotiveerd ben om op te ruimen. Dat is omdat ik voornemens ben mijn huisje in het hoogseizoen en met Pasen/pinksteren/hemelvaart te gaan verhuren. En die mensen moeten plek hebben voor hun spulletjes. Dan ga ik in mijn tweede huis (op wielen). En zo komt er een centje bij voor mijn camperfonds ;-). Stel je het volgende plaatje voor; huurders in mijn huisje en Musch op een stoeltje in de zon aan de Grevelingen….  Of aan het werk natuurlijk, het een sluit het ander niet uit!

Oh, ik heb het hartstikke druk. Vandaag maar eens de berging in.

En mocht je interesse hebben in de spoelföhninstallatie , maskers voor een zuurstofapparaat, of  de steunkousen,  geef dan een seintje.

Of de koolteershampoo, want die heb ik toch maar bewaard….

20171122_135829.jpg

Kijk, als je deze hangertjes ineens overhoudt, ben je goed bezig!

 

 

 

 

 

 

 

20171102_135538-1.jpg

Alle handdoeken in een bleekbadje! Sommige zijn nu nog wat grauw ;-(

20171125_104453.jpg

De buurvrouw dacht dat het mijn onderbroeken waren, maar het zijn de hoeslakens 😉

20171231_100349.jpg

Het ruikt naar teer, maar met een beetje fantasie smeer je Lapsang Souchong op je knar…

20171110_110923.jpg

Spullegies, spullegies. Keukenspullen. Ook fors opgeruimd.

20171205_231103.jpg

Alle bad/toiletartikelen uit alle kasten op tafel en dan lekker bij de TV uitzoeken…. Aan te raden!

 

Een accubak vol met herinneringen

Ik heb een accubak. En in die bak zitten allemaal kaartjes. Toegangskaartjes die ik kreeg bij de film, het theater, de voorstelling. Een bonte verzameling. Waar ik mee begonnen ben lang voordat ik Leo kende. Een poging om fijne herinneringen te kunnen “conserveren”….

Zo heb ik ook nog handgeschreven reisdagboeken. Van onze reis naar Viëtnam, Cambodja, en de vele camperreizen. Met ons kleine Fordcampertje, de geleende camper van Els, met de oude alkoof en met de Mercedes. Als ik een bladzijde van het boekje opensla, hoef ik maar drie zinnen te lezen en ik weet weer waar we waren. Hoe het eruit zag. Een film.

Toen Leo ziek werd, heb ik vaak overwogen die accubak te pakken en hem om te keren. En dan elk kaartje nog een keer samen te bekijken. “Weet je nog”….. En vaak pakte ik de reisdagboekjes met het idee er een keertje uit voor te lezen, zodat we samen weer even “terug” konden gaan.

Maar ik kreeg niet de indruk dat Leo dat wilde. Hoewel hij mij vele verhalen vertelde over zijn reis naar Afrika en al zijn avonturen toen hij kapitein was op de diverse zeilschepen, had hij er geen behoefte aan om zo nadrukkelijk terug te kijken. Toch heb ik tot zijn dood gedacht dat er nog wel een moment zou komen dat hij daar wél behoefte aan had. Als er niets meer rest, om de gedachten te verzetten, om het “nu”, waarin het leven meedogenloos werd, even te vergeten. Ik zag me eigenlijk al zitten, aan de rand van zijn bed, lezend uit de boekjes. Wetend dat ook hij bij elke zin met zijn gedachten terug zou gaan naar die plekken en die momenten.

Maar het is er niet van gekomen. Niet in detail. Wel hebben we in grote lijnen gesproken over de reizen en ons leven samen en dat dat mooi en goed was. En soms hard en bonkig. Leo was tot het laatste toe bezig met vooruit te kijken. Voor zover ik weet want ik heb zijn gedachten niet kunnen lezen.

Wij vermeden overigens ook steevast het woordje “nog”. Wil je “nog” een keer dit of dat.. Nee. “Wil je naar -you name it-“. Want wanneer moet je met zo’n perspectief beginnen met het woordje “nog”. Hoewel we wisten dat er weinig toekomst weggelegd was voor hem, voor ons. We regelden wat er geregeld moest worden. En verder kun je niets anders dan leven bij de dag en de korte en middellange termijn, hoewel dat ook een vaag en rekbaar begrip is. Alle tijd wordt relatief.

De accubak staat er nog. De reisboekjes ook. Dat zijn nu mijn herinneringen. En ik koester ze. Hoewel ik de bak nog nooit heb omgedraaid. Het is ook maar een deel van wat het leven leuk kan maken. Herinneringen aan geuren, aan ontmoetingen, aan ervaringen, zijn niet in een accubak te vangen.

Afgelopen week was ik bij mijn zus Trudy. Toen ze voor chemotherapie in het ziekenhuis lag. Bijzonder is dat je naast zo’n druppelend infuus de beste gesprekken kunt hebben in de rust van het ziekenhuis, en meer specifiek in de rust dat je die dag niets anders kunt of hoeft te doen dan daar te zijn.

Trudy praat wel graag over vroeger. Het vroege vroeger of het latere vroeger. We halen herinneringen op. We kunnen samen lachen over vroeger. En ons hevig verbazen. En met terugwerkende kracht genieten.

Zo zwiepen mijn gedachten de laatste tijd alle kanten uit. Naar de opties voor de toekomst, waarbij de beelden nog slechts artist-impressions zijn…. En naar het verleden. Met Leo, met Trudy. Whatever.

Als ik haar de volgende dag na de chemo op kom halen besluiten we spontaan te gaan winkelen. Ze heeft wat nieuwe kleding nodig. We slagen in het altijd bruisende winkelcentrum van Ridderkerk ;-). Ze vindt een vest. “En dat gaat goed staan bij mijn kale koppie”, zegt ze, want een pruik wil ze niet. Ik knik. Ze heeft nu nog haar haar. Maar het valt al heftig uit.

We lopen door een groezelig, sleets winkelcentrum. En belanden bij een turkse shoarmatent. “Ik moet wat eten” zegt Trudy. En zo staan we het immense bord te bestuderen met alle schotels. Ineens klinkt naast me “Ohh. Een kapsalon! Doe mij maar een kapsalon”. De keuzestress bij mij slaat toe. En uit gemakzucht bestel ik ook een kapsalon. Voor het eerst van mijn hele leven.

Zo zitten we samen aan formica tafeltjes bij blauw-witte TL-verlichting de kapsalon te eten. Ik vind er niets aan. Klef, smakeloos, slappe frieten. Maar tegelijkertijd is het de mooiste kapsalon die ik ooit gegeten heb. We hebben de grootste lol en beseffen samen dat dit zo’n moment is dat later een letterlijk smeuïge herinnering wordt.

Herinneringen zijn een uur later al herinneringen. Herinneringen hoeven niet groots en meeslepend te zijn. Als je ze kunt delen is het mooi. Maar ik besef dat herinneringen vooral voor jezelf zijn en dat ze niet persé altijd opgehaald hoeven te worden om waardevol te zijn. Ik koester de mooie momenten, omdat die mij troost geven.

Gisteren ging ik naar de film “Loving Vincent”. Een bijzonder mooie en indrukwekkende film. Over het leven van Vincent van Gogh. Het kaartje heb ik bewaard. Dat gaat in de accubak….